2: 1981-1998: "In de wolken maak je het mee"
In de jaren tachtig en negentig verschenen er geen reguliere gedichtenbundels van Gerrit Krol: de vijf bundels uit deze periode zijn zonder uitzondering bibliofiele uitgaven. Laatste gedichten (1988) was een bundeling van een aantal gedichten die al eerder in 1979 en 1980 gepubliceerd waren in de tijdschriften De revisor en Tirade. De bundel is met de hand gezet door Ser J.L. Prop en gedrukt in een oplage van vijfentachtig exemplaren en bevat zeven gedichten. De dichter schrijft over ontologie en vergelijkt het leven met de bewegingen van de oceaan:
niet de diepte van het water, maar
de lengte van de wind
en de duur. Kracht.
Die kracht voel ik ook
in mijn natuur, in mijn gewoonte
elke morgen op te staan, te ontbijten. Macht.
(p. 9)
De zee is ook het onderwerp van het gedicht 'Afsluitdijk':
Als je aan zee staat, en je ziet de kim niet
van al dat licht -
alleeen een bleke zon, en klein,
glijdt haastig door de wolken heen -
Zo, in die vorm, schildert men verdriet.
Een open oog dat niets meer ziet.
(p. 8)
In het najaar van 1994 verschenen twee andere bijzondere uitgaven: Een rei van ger en Ameland. Het eerste boekje was een speciale uitgave ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de dichter en werd geïllustreerd met linosneden van zijn dochter Ellen Krol. Het gedicht bestaat alleen uit drieletterwoorden die steeds gerangschikt zijn in vier kolommen:
g o d z e i z o n g o d
z e i m a n g o d g a f
h e m u i t e e n r i b
e v a z i j z a t b i j
h e m g o d z e i h o f
g o d z e i e e t d i t
(begin van het gedicht)
Ameland was een prozagedicht van 72 fragmenten, net als Laatste gedichten gezet door Ser J.L. Prop. De stijl herinnerde aan 'De Groninger veenkoloniën' uit 1974.
Het idee om naar Ameland scheep te gaan.
Omdat de zon schijnt. Omdat het een eiland is.
Een lange streep op de horizon.
Geen lange streep, maar een wereld op zich. Met een eigen
bevolking. En een eigen taal.
Moeten we fietsen huren?
Het eiland heeft een eigen busdienst.
De chauffeur draagt een schipperspet. Hij wacht.
(p. 1)
Het gedicht 'De waarheid en de enkeling', dat ook in de bundel Laatste gedichten was opgenomen, verscheen in 1997 apart ter gelegenheid van Krols nominatie voor de VSB-Poëzieprijs. Het gedicht behandelde de uitvinding van de drukkunst (een bekende mythe over Laurens Coster):
Zo stel ik mij dat voor:
hoe op een middag in het woud
rond Haarlem een eenzame
jongen een teken sneed
uit beukehout en dit
liet vallen in het zand
zodat daarin een afdruk stond
zo duid'lijk als het teken zelf;
hij nam het op en
drukte het nogmaals af, op
andere grond, hetzelfde teken
en hoe hij zo de kunst uitvond
der menigvuldigheid die drukt
wat de enkeling weet voor duizenden
en iedereen wat waar is lezen kan.
(p. 13)
In 1998 werd het gedicht 'Het is onze ervaring' als herfstgroet gestuurd aan de leden van de Nederlandsche Vereeniging voor Druk- en Boekkunst. De laatste regels klinken herfstachtig:
Soms zijn wíj het
die voorbijgaan, worden we overmand
door weemoed om de dingen die
stil zijn blijven staan.
- Lees verder over het werk van Gerrit Krol: 3: 1999-heden: "Geen man, want geen vrouw"
- Terug naar Introductie