1: "Een sidd'rend, huiv'rend samenpakken"

Astrid Lampe debuteerde in 1997 met de dichtbundel Rib. Ze publiceerde ook gedichten in literaire tijdschriften, zoals De revisor, De zingende zaag, Surplus, Yang, de Poëziekrant en Tirade. In het algemeen bestempelden recensenten haar werk als bijzonder origineel, sterk associatief en ongrijpbaar. Hoofdletters, punten en komma's ontbreken, maar wel strooit Astrid Lampe rijkelijk met accenten op klinkers. Het kolderieke element voert af en toe de boventoon. Zoals in het gedicht 'Feestje':

de kamer donkert dulle plekken
met gasten die speels binnenlekken
en rappig glimmert het behang
en krul volbeitelt stuks de wang

mondeindjes túl-lú-pen als vazen
gulpen grauw groenfloerse wazen
al wat de fles, de geest zich spon
wurmt zich - gulpt op langs stijf sifon

gargouille

ZETEL scherm u hoog de oren
daar lam en blind hun rug gaan boren

(p. 9)

In dit gedicht met gepaard rijm staan veel ongebruikelijke woorden, wat het grappige effect verhoogt, vooral als het gaat over een feestje waarop gekust wordt met gestulpte lippen (de mondeindjes). In een ander, titelloos gedicht is een emmer alliteraties (beginletterrijm) en binnenrijm leeggegooid en lijkt klankassociatie de verbindende factor. Het gedicht laat een stoet van zeemanstermen voorbijgaan: breeuw, zekeren der lading, hoorn, brak water. Er wordt scheepgegaan.

van de onluistering een fluistering
jaagzeil vals vlagdrang
van voos vei een ego
genoopt het en dit keer
er eens bij te láten en
ín te binden van plooi zwaar
áf te vallen
het want geenszins de wind sterk
- stok - steigert van verlangen
fluit hoog hees droog

wat het
vréét om niet voortijds
niet éér de lading is gezekerd scheep te gaan
(en prat te staan)

(p. 15)

In het gedicht 'Sierroof/romantiek' knipoogt Lampe naar de neoromantici en de Tachtigers (met veel uitroepen en accenten) en naar Herman Heijermans, de schrijver van sociale drama's. Het begint met verlangen:

hóé zag ik uit naar jouw
donkeren der wolken, een sidd'rend, huiv'rend samenpakken,
ge-loof het ware avontuur is met
de bangen: slang-appel-paradijsmotief te
lief nog kamervol en kamersvol
behangen

Roof/...Stil!
ik heb mijn lichaam teruggedeukt
ben van de barkruk gegaan
gegleden zo onder ons gezegd
gezwegen (...), geléden aan die kluisterplaats die
plaats ons



De romantische stijl doet in aanvang enigszins denken aan die van J.A. Dér Mouw en aan het enigszins pathetische van Willem Kloos en andere Tachtigers, maar verderop in het gedicht komen elementen voor van de experimentelen: de felle kleurschakering en het beeld van de mond herinneren aan het absurdisme van Lucebert:


jouw mond die sterk een steel nog had
verwondt tot open-, rood
je kaak zo listig
(p. 19)

In het gedicht 'Schrijn' staan meervoudig te duiden enjambementen.

nog kan ik niet over
en sluiten
nog kniel ik bij ver-
nachtverlaat dit strand
bij mijn gekwetste vormpjes neer
- broos en teer - en ik plooi me man
moedig erover
trek loden korrels uit

(p. 27)

Soms is de titel opvallend lang, zoals: 'Het klaar licht van dagen vormt eerst een woord'. Aan het begin van dit gedicht wordt de onomatopee ingezet: een klanknabootsing van gepofte popcorn.

klank
als popcorn te pof
plok plokke plok
stopt het een mond om
tot broedwarm een mofje

met
lippetjes bedreven
in het nippen en pluizen
oren gespitst
aan de wind nog
het suizen van bloed
(p. 41)

De tweede bundel van Astrid Lampe De sok weer aan uit 2000 werd genomineerd voor de VSB-Poëzie-Prijs. Daarin wordt naar hartelust gespeeld met de ruimte die een pagina kan bieden: door inspringingen, gebruik van hoofdletters en cursiveringen, door het afbreken van woorden en door de plaatsing van uitroepen. Alliteraties en klankrijmen zijn gebleven, evenals de vele associaties, de bizarre conclusies en de grappige beelden.

de magere eiersnijder paait en prest:
val vierkant in het mes met uw neus in de boter
articuléér de muizenhapjes lood - smic smac - dit voedzaam
want in krant verpakt pakketje
artikel om partikeltje

(p. 8)

Het gedicht 'Het behoedzaam spellen van de leer' is opgezet als een visueel gedicht, maar het is ook deels een rebus: hoog op de pagina is horizontaal een lat neergelegd, terwijl de verticaal geplaatste lettergrepen 'ee', 'ja', 'Q' en 'leer' samen een woord vormen als ze worden uitgesproken. De tekst bevat een citaat dat als het ware via een tropische storm (El Niño) uit 'Die Zauberflöte' van Mozart (pagageno) op de hoofdpersoon afkomt.

de


lat lekker hoog


ee

ja

Q

leer
stort die

stem over mij uit! alles
ontwortelende El Niño:

      niño / niñas
      pagageno / papagenas

(p. 23)

In een ander - titelloos - gedicht komt een bijna kinderlijke benadering naar voren, met een bizarre humor (knipkunst, aangeklede stations) die even doet denken aan het televisieprogramma 'Herenleed' van Cherry Duyns en Armando.

knipkunst, u zegt het, ook míjn redding en dat
de stations vandaag de dag
zo warm zijn aangekleed, ik

snap die relmuis wel, deel het
warrig terrein van een
onschuld die pijn doet

(p. 52)

Over een kind wordt gezegd:

geen vrees voor vreemde mensen

wat voor typisch trekje is het,
dat wie of wat zich ook maar
in jouw buurt ophoudt
zo'n verhoogde activiteit
doet verkrijgen?

(p. 53)

Ook zijn er confronterende gedichten, waarin de lezer echter wordt gevraagd ze niet persoonlijk op te vatten. Ze haken in op het actuele alledaagse leven, of op curieuze culturele gebruiken, zoals de pieptoon die in Amerikaanse televisieprogramma's de scheldwoorden moet verhullen:

vat dit niet te persoonlijk op

je moet eraan!

ongetwijfeld zijn het beste genen die uw mannen
door te geven hebben maar wel steeds dezelfde

- die mensen trans-pi-re-ren op den duur niet meer...

zodra de gedachten weer wat op orde zijn
(iedereen weet dat piep fuck betekent)
nog steeds mikkend - de code krakend -
op dat éne pakkende zinnetje

- het waait vandaag flink

in de baarmoeder al wordt de ongeborene dusdanig aan
moederlijk weefseleiwit blootgesteld dat dit een levenslange
gewenning oplevert

(p. 60)

Sommige gedichten bevatten dit soort wetenschappelijke feiten, andere verwijzen naar sociale omstandigheden, zoals het gedicht waarin over bloeddonatie wordt gesproken. Het afstaan van bloed was een tijdlang interessant voor mensen met weinig geld, omdat er een vergoeding tegenover stond of een maaltijd. Toen bekend werd dat het aidsvirus via bloed werd overgebracht en in eerste instantie bij verslaafden en homoseksuelen werd aangetroffen, nam men maatregelen en kwam niet iedereen meer in aanmerking om als donor te fungeren, wat voor een aantal mensen betekende dat ze deze inkomsten of deze maaltijd misliepen.

hij gaf een liter bloed
om ergens een hamburger te kunnen scoren
  - flikker die scherven toch weg!

rakelings contact
met de stof van uw colbertje
zal mij spontaan
de tranen over mijn wangen doen lopen

(p. 62)