2: "Nu niet op de zeep pissen stroeve mendoza"

De derde dichtbundel van Astrid Lampe, De memen van Lara, verscheen in 2002. Memen zijn, volgens een artikel van Jos Joosten in De standaard van 21 november 2002, 'alle immateriële menselijke producten zoals ze zich voortplanten van brein naar brein: elk mogelijk filosofisch of politiek concept, maar evengoed muziek en tekst - kortom het ideeëngoed, zoals dat zich generatie op generatie blijft handhaven'. Joosten concludeerde zijn artikel met de gedachte dat de dichter een zoektocht naar eigenheid onderneemt.

Lara - uit de titel - lijkt te verwijzen naar de heldhaftige Lara Croft uit het gelijknamige computerspel. Zij is een rondborstige ('memen' lijkt ook te zinspelen op 'memmen'), danig getrainde vrouw die vijanden (zowel mensen als dieren) overwint door behendigheid, vindingrijkheid en speciale 'virtuele' vaardigheden.


één issue per tissue
mijn meester verstopt zich

postbode doe je ronde: is mijn liefde
bij u wel veilig veilig

hij kwam me weer verrassen die hofleverancier
laarzen aan in bed, dát werk, mijn koninginnetje
slaap je wel goed, fluisterde hij
(hij die niet van clichés hield!)

(p. 10)

Over het effect van water:

je hebt ze gezien
de golven tot staan met haar: alles!
orgaantjes in de soep de
stad de oceaan
bekoelde niet, je kon je vandaag
wel blijven scheren een golf
als een kansel een
stad van die omvang

(p. 15)

Af en toe worden zinnen niet afgemaakt, dan weer staat na een tiental witregels en helemaal onderaan de pagina nog een laatste toevoeging zoals '(zeker en vast nie.)' of worden er woorden afgebroken:

je pissende aapje zo hoog in de bomen
gebreid geklost gekant gebak - mijn stolls breimachine
die, na nauwelijks wachten al, soepel een trui uitspuugt
soepel een trui

pissend
zelfs nog heel aangenaam

dra ik iets vluchtigs in verf probeer te vangen...

dat laatste was een beetje vies dan wringt zich daar onmiddellijk
een poetische gedach-

zoals een schip met een opvallend brede vorm
je pardoes in de sfeer van de middeleeuw-
roos roos

(p. 21)

De regels en woorden worden niet helemaal voltooid, en ook het trema op 'poëtische' is achterwege gelaten. Tal van onderwerpen passeren de revue in deze bundel. Daaronder zijn gebouwen, electriciteit, beestjes, de volksaard, verboden, keukentrappen, een graaf, een hummel, spinnen, een dwergkonijn en maradona. Zo schrijft Astrid Lampe over het omverhalen van een gebouw, dat langzaam door zijn knieën zakt:

hydraulische zucht van de grote oplegger
als het visioen uitdooft verwildert het volk
nu niet op de zeep pissen stroeve mendoza

(p. 34)

Maar wie is Mendoza? Er zijn er nogal wat en de interpretatie van het gedicht blijft daardoor open. De lezer mag kiezen, maar vooral: de lezer kan het gedicht ondergaan, niet begrijpen. Het is een sensatie, niet een gedachte. Het zijn beelden, geen boodschappen.

legertje kakkerlakken
hoor de maïs eens groeien
moeders geurende armen vol voedselplanten veelvraat de
tandjes van sinterklaas

(p. 35)

Vergelijkingen en tegenstellingen komen veel in deze gedichten voor. Grootsheid van de roem en van het vrijheidsbeeld tegenover het Japanse miniatuurboompje, de troon tegenover het snoepje, oud tegenover jong: de oude vrouw en het jonge kind, het jonge Amerika, het oude Japan.

hóe klinken haar hakjes in the hall of fame
hoeveel o- o- opstootjes bedelde ze je af in het vrijheidsbeeld
één bonsaiboompje per dichterlijk diorama

de troon is leeg
je oude moeder
op iedere traptree een tumtum

(p. 51)

Het visuele aspect van de gedichten wordt, net als in de vorige bundels, benadrukt door het gebruik van verschillende lettergrootten en door cursiveringen en witregels, die ruimte tussen de woorden bewerkstelligen.

áls ik het - vijf tellen voorsprong op
de groeisculptuur - een naam mocht geven:
een sappig verhaal over een woeste zee
een feestjurk en (krt krt klittenband)
bijt zijn kus?
beet haar zijn kus?


er hingen mooie . nieuwe . groe . groene gordijnen in 't paleis

(p. 56)

De punten die sommige woorden in de laatste regel van het citaat scheiden, refereren aan een oude schrijfmethode: kinderen plaatsten fout geschreven woorden en vergissingen tussen stipjes. Hetzelfde stippel-effect gebruikt Lampe in een gedicht over jaloezie dat overigens wel een met de computer gemaakt gedicht lijkt te zijn. Door punten die de zin in hapklare brokken splitsen, ontstaat een effect van stotteren en haperen, hoewel er een daadkrachtig conclusie volgt, aangezien een virtuele 'Lara' altijd de touwtjes in handen houdt.

slip van je natte hemd
een rul
woekerend bospad

ik wil je auto wassen in de beek

verschoond blijven van ontboezemingen
aangaande het rep.teerorgasme van je reptiele tante



slip # 1

jouw kind.moedertje.
.neem dat van mij aan.
ís de liefste.
- één ijsje per dag
jouw kind.moedertje.
.neem dat van mij aan.
ho-ho.moet naar bed!

en jij ook.
als de race wip.
ha.ha.

met mij.natuurlijk.
.wie anders.
met.mij.mij.mij

(p. 17)