"Jeugdig rebels en tegelijk volwassen intellectueel"
De eerste bundels van Lehmann zijn sterk beïnvloed door Slauerhoff en door Roland Holst; deze gedichten zijn romantisch en vormvast, rijmend, meestal in sonnetvorm. Later wordt de vorm vrijer, maar in de bundel Vluchtige steden (enzo) (1996) keert het sonnet weer terug. Arie van den Berg vergelijkt de latere sonnetten in NRC Handelsblad van 12 januari 2001 met het werk van Jan Kal. Van den Berg schetst in diezelfde recensie de ontwikkeling van Lehmann, naar aanleiding van het verschijnen van Gedichten 1939-1998, als volgt: 'Wie terugbladerend en vergelijkend leest merkt dat het dichterschap van Lehmann consistenter is dan een eerste blik doet vermoeden. Natuurlijk is er een ontwikkeling. Ruwweg is die als volgt te schetsen: tot Het echolood (1955) overheerst het rijm en geven veel verzen verslag van de falende liefde. Daarna krijgen rijm en romantiek steeds minder ruimte en uit zich, vooral in Een steen voor Hermes (1962), de invloed van de Griekse klassieken. In Who's who in Whatland (1963) en Luxe (1966) worden onderwerp en toon toenemend eigentijds, politiek geëngageerd, soms illusieloos, maar nooit zonder humor.'
Peter de Boer schreef over Gedichten 1939-1998 op 21 januari 2000 in Trouw: 'Zijn gevoelige soms dwarse, speelse gedichten staan er ook nu nog zeer vitaal bij' en: 'Zijn werk is zo kleurrijk en geestig, de toon zo jeugdig rebels en tegelijk volwassen intellectueel, dat het de tand des tijds ook na 2001 gemakkelijk nog een halve eeuw of langer kan doorstaan'.
In Trouw van 8 maart 2003 schrijft De Boer over de bundel Toeschouw bijzonder lovend. Vooral over de cyclus 'Tijdelijk eindeloos'. Hij zegt daarover: 'Je doet deze cyclus met zijn nuchtere praattoon geen recht met zo'n korte samenvatting. Het wonder schuilt hem nou juist in de subtiliteit van het geheel en in de kracht van bepaalde details. Je moet als dichter veel achter je gelaten hebben om zo prozaïsch (en toch krachtig poëtisch!) te durven en kunnen schrijven. Lehmann betoont zich hier een Paganini die geen zin meer heeft om de virtuoos uit te hangen. Niet het gelikte en behendige, maar het essentiële is zijn drijfveer'.