Gedichten over J.H. Leopold

Verschillende dichters schreven gedichten over de door hun bewonderde dichter Leopold. Hieronder wordt een selectie uit deze lofzangen geciteerd.

Ida Gerhardt

Ida Gerhardt (1905-1997) - die nog van Leopold les kreeg - schreef verschillende gedichten waarin hij een rol speelde, zoals het kwatrijn uit de bundel Kwatrijnen in opdracht (1949):

Heel Rotterdam, zijn huizen en zijn kaden,
bestond voor mij bij Leopolds genade.
Ik zag - een kind - hem in de avondstad
als Cheops door de sterrentuinen waden.

Een langer gedicht uit de bundel De hovenier (1961) noemde Gerhardt naar de dichter:

Leopold

Adelaar was hij tot de laatste strofe,
toppen òverzwevende waar geen sterveling
ooit genaakt, of naar de verlaten horstplaats
statig weer dalend.

Onverschrokken kantelend langs ravijnen,
vochtomvlaagd door daverend levend water,
schrijvende zijn vederenschaduw daar waar
eeuwige sneeuw ligt.

God zij lof om dit nimmer aangerande
trots vermogen, dat zóveel barre winters
heeft getart en de sterke vleugels wette:
Trots ongebroken.

H. Marsman

Ook H. Marsman (1899-1944) schreef een gedicht waarin Leopold al in de titel genoemd wordt en opnieuw wordt als belangrijkste gedicht 'Cheops' aangehaald:

Leopold (de dichter van Cheops)

Dwars door den nacht
riep hij met klare stem
van 't voorgebergte af der eeuwigheid
den vuren naam van een doorgloeid kristal
waarin genezend werd uiteengebrand
de kranke dood van een vergaan heelal
en morgenlijk het jonge sperma sliep
van een bezield, oorspronkelijk
getal.

zo' voormaals God een jonge wereld riep
- een duister vocht tot groots kristal gestold -
die in de lendenen der chaos sliep,
zo déze Leopold,
die Cheops
schiep.

Jan Campert

In 1927 publiceerde Jan Campert (1902-1943) een gedicht ter herinnering aan Leopold:

In memoriam J.H. Leopold

Hoezeer in zich besloten, van elken schijn ontdaan
is uwe stem tot ons gegaan
zingende en voor gòed in ons verloren,
de weinigen, de enkelen uitverkoren
om te bestaan.

Achter de eerste stilte aarzelend begint
het woord, zwevende als de wind
in het herfsten, - o, het vlagen
der verrukkingen, het martelend klagen
om wat eèns werd bemind!

F. Schmidt-Degener

De dichter en toneelschrijver F. Schmidt-Degener (1881-1941) schreef enkele portretten van Leopold, die hij als leraar en later vriend jarenlang meemaakte.

Grafbloem voor Leopold

De orchidee, de enkeling,
de schrikse fantasie der lijnen
een opensperren - en dit kwijnen
o nauw geredde drenkeling;
een tengerheid, zacht neergelegd
door vriendenhand die wou bewaren
herinnering aan zielsgevaren -
en al het schuwe, ongezegd.

Schmidt-Degener publiceerde onder het pseudoniem Tenis Erink ook een gedicht over Leopold in het tijdschrift Groot Nederland in 1941:

Leopold

Sluipt door 'n kier 'n gouden straal
die 't hart zet in 'n wondre schijn?
Of kleurt uw Woord de grauw taal:
in wereld-zee 'n droppel wijn?

Uw appel, 't voorbeeld, hing het hoogst,
bleef ongeplukt - van rijpheid zwaar,
zwaarder dan heel de appel-oogst:
toen 't viel - trilde de evenaar.

Bronnen

Jan Campert: Verzamelde gedichten 1922-1943. 's-Gravenhage: Stols, 1947, p. 295.
Teunis Erink [pseud. van F. Schmidt-Degener]: 'Gedichten', in: Groot Nederland, 39 (1941) dl. 1, p. 263. Ida Gerhardt: Verzamelde gedichten; I. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1999, p. 180, 281.
H. Marsman: Verzameld werk. Amsterdam: Querido, 1972, p. 43.
F. Schmidt-Degener: Silvedene. Amsterdam: [s.n.], 1939, p. 109