2: Boem de nacht: "souvenirs van een vergane samenhang"
Voor zijn tweede bundel, Boem de nacht (1995) ontving K. Michel de Herman Gorter-Prijs. De gedichten zijn over het algemeen langer dan die in zijn debuut en zijn stilistisch gezien in dezelfde traditie geschreven. Opvallend is de aandacht voor details uit het dagelijks leven:
De avondhemel een blauwe meloen
met glinsterende sterrepitjes
Het woord melodie
Twee warme regenbuien
Een open bestelauto vol rodondendrons
Drie fietsen scheef tegen een paal
leunend in een kluwen van sloten
(p. 23)
Ook maakt hij gebruik van reclameteksten, zoals 'tuinmeubelkussenbewaartas' en 'stoomstrijkijzer met snoeroprolmogelijkheid' en last hij fragmenten uit gesprekken in:
'Bent u getrouwd' vraagt een meisje uitnodigend
'Hoezo' mompel ik, 'dat is toch persoonlijk'
'Hebt u een eigen huis, een titel misschien, en zo ja
gebruikt u een creditcard en bestelt u mail order
wel, dan geheel gratis deze speciale aanbieding'
'Goedemorgen juffrouw' zeg ik en leg de hoorn neer
(p. 48)
Soms worden de realistische beschrijvingen plotseling onderbroken en vindt er een onverwachte wending plaats. Michel schuift en speelt met taal, bijvoorbeeld in het gedicht 'In het donker'. Daarin geeft hij een schets van een zwangere vrouw die met haar man in een kamer zit. Het vredige tafereel verandert wanneer er ruzie onstaat over de naam van het kind en in de regels daarna wordt de situatie onwerkelijk. Het is een circusact:
De man spat met water
Zij staat op en stampvoet
Ondertussen zoek ik in de moes
van mijn lichaam naar een weerbare vorm
Dan holt een troep dwergen de piste binnen
Het zand stuift op tot op de derde rij
Schreeuwend over eten en gegeten
worden, lopen de twee naar de uitgang
(p. 13)
Deze situatie heeft iets geestigs, maar andere gedichten laten de schaduwzijde van het bestaan zien. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, beschrijft hij een meisje met een eetstoornis. Het begint met een curieus beeld:
Toen ze klein was
is haar moeder als een boemerang
het hiernamaals ingezeild
(p. 18)
En dat bleef niet zonder gevolgen:
Bij thuiskomst verschanst ze zich
met de telefoon achter de televisie
en belt al haar vriendinnen af
Tegen middernacht wapent ze zich
met witte wijn en modebladen
Later in de keuken wordt ze bezocht
door het gevoel dat het niet haar
handen maar die van de moeder zijn die
door haar lichaam heen de koelkast leeggraaien
(p. 19)
De thematiek van dit gedicht is tekenend voor de ideeën die in de bundel naar voren komen. Nacht en duisternis zijn elementen die vaker terugkeren. Ook het verband dat wordt gelegd tussen de gemoedstoestand van het meisje en het het verlies van haar moeder op jeugdige leeftijd, wijst op een maatschappelijke visie van de auteur:
Naarmate mijn leven zich ontrolt
en ontbindt in steeds grilliger patronen
ontvang ik dit soort signalen des te
gretiger; souvenirs van een vergane
samenhang; de suggestie dat om de hoek
het geluk wacht op een botsing
Complexe processen: als ik op blote
voeten over de tegels naar het balkon
loop, begint mijn neus te niezen.
(p. 26)
Hij wil door middel van zijn poëzie waardevolle relaties ontdekken in een chaotische, onbegrijpelijke wereld. 'Het is in ieder geval zo dat ik', schrijft hij:
op mijn kamertje zat, mijn zolderkamertje
en er helemaal geen gat meer in zag
en mij wintermaandenlang het hoofd brak
over de stofstorm van nieuwsfeiten
en het alomtegenwoordige gebrek aan visie
En:
Maar de deuren van de waarneming
werden niet gereinigd, een toekomstverschiet
toonde zich niet en van een scherping
van de utopische blik was geen sprake
laat staan dat ik de wereld in een zandkorrel zag
(p. 51)
Maar zelfs in gedichten die in eerste instantie serieuze zaken tot onderwerp hebben, gebeurt het zelden dat het kenmerkende komische element ontbreekt. De stemming in het bovenstaande gedicht slaat om:
Ook ik ging naar het strand en lag als een bladgroente
in de zon en verloor het hele probleem uit het oog
Tot ik 'vouw de deksel dubbel' las
'en knip aan elke kant acht inkepingen
Vouw de deksel weer open en knip
het middelste stuk van de vouwlijn door
Rek nu de beide zijden uit, et voilá'
(p. 51-52)
Wat met overpeinizingen begint, eindigt met een ongewoon voorval. De vriendin van de ik-persoon maakt een doosje smeerkaas open ('waaraan ik een bloedhekel heb') en daaruit dwarrelt een stukje papier met een tekst die hij aan haar voorleest:
Wed met je vrienden dat jij je hoofd
door het dekseltje van een doosje
La vache qui rit kunt steken
(p. 52)
Het gedicht 'Volgens de overlevering' bestaat uit 11 grappige verzen, die kort een vreemde gebeurtenis beschrijven:
Op de bewuste ochtend
zat een kip te broeden
in een openstaande motorkap
Een hond stond te zeiken
tegen de zonnewijzer
Even later was het beeldje
van Venus aan de beurt
Soms bestaan de gedichten ook enkel uit een losse opmerking, die raadselachtig blijft en bevreemdend werkt:
Als later op de dag
de bel gaat
staat er een deur
voor de poort
(p. 37)
En in deze gedichten schuwt Michel geen flauwe woordspelingen:
Op weg om een schildersladder
in de hens te steken
want dat is een gebruik
uit jongste tijden
dat eigen is aan eigenaars
(p. 42)
In lachen uitbarsten is - aldus de dichter - de beste benadering van problemen.
Dat brengt geluk
(p. 42)
- Lees verder over K. Michel: 3: Waterstudies: "een glazen baksteen in een transparante muur"
- Terug naar Introductie