3: Waterstudies: "een glazen baksteen in een transparante muur"
Ook Michels derde bundel, Waterstudies: gedichten (1999), viel in de prijzen. Hij ontving hiervoor zowel de VSB Poëzieprijs als de Jan Campert-Prijs. Het eerste gedicht kan gelezen worden als een motto voor de hele bundel. Verkapt en in onverwachte beelden geeft de dichter 'vuistregels' voor het leven:
het ruikt naar iets dat ooit
tijdens een oud spelletje werd verstopt
En:
Dus zeg ik deze nieuwe dag
tegen het gezicht in de scheerspiegel
stop met graven als je in de put zit
wees bereid au & ja te zeggen
(p. 7)
Opnieuw worden de gedichten in deze bundel gekenmerkt door een - soms schijnbaar chaotische - opeenvolging van heldere associaties: een antwoord op een onbegrijpelijke en verbrokkelde werkelijkheid.
Uren later lichten
in de ochtendschemering
de sanseveria's op
Een rij groene chorusgirls
die één been hoog de lucht in gooien
(p. 16)
Maar dan is eerder in het gedicht al het woord 'theatrale' gevallen. De wereld als voorstelling, kortom. In andere gedichten beschrijft Michel de complexe werkelijkheid aan de hand van voorvallen uit het dagelijks leven en losse gedachtespinsels. Door zijn bondige schrijfstijl wekt hij de indruk dat er logische verbanden zijn:
Om regen te maken, een boom
een huis, muziek, een droom
zijn meerdere elementen vereist
En in de sporen van schichtige dieren
rond een modderige drinkplaats
schitteren 's nachts ontelbare sterren
(p. 18)
De dichter laat een voorkeur zien voor merkwaardigheden - opmerkingen van wetenschappers en filosofen zoals 'wolken zijn laaghangend fruit' - en zet daar de uitingsvormen van een beeldend kunstenaar tegenover:
En de schilder zwijgt en ziet
hoe de zon door de wolken breekt
en het licht als een zeilsteen even ketst
op de vleugels van een meeuw
klein en verloren in het overvolle vlak
boven de uiterwaarden van de Waal
En zijn hand legt geestdriftig
dat moment vast voor zolang het
de lijnen lukt niet te vervagen
(p. 19)
De gedichten van Michel herinneren soms aan de 'ready-mades' uit de tijd van Barbarber. Alsof het een krantenbericht betreft, beschrijft hij een 'konvooi van felgekleurde speelgoedbeesten' in de oceaan dat wordt gadegeslagen door onderzoekers:
Door de beestenboel op drift te volgen
hopen de oceanografen hun computermodellen
voor het zeegedrag te kunnen verfijnen
Volgens stromingsdeskundige Curtis Ebbesmeyer
lopen de beesten bij dit experiment geen enkel gevaar
'Ze zijn veerkrachtig en kunnen zelfs
de zwaarste ontberingen doorstaan'
(p. 31-32)
Uit de verantwoording blijkt dat het gedicht is gebaseerd op een oud bericht in NRC Handelsblad, maar de dichter geeft het wetenschappelijk project een onverwacht menselijk tintje. De dieren verplaatsen zich met acht kilometer per uur:
In dat tempo zal hun ijselijke tocht wel vijf jaar duren
voor ze op de Ierse en Britse stranden rust zullen vinden
(p. 31)
Michel haalde voor deze bundel niet alleen inspiratie uit krantenartikelen, een tentoonstelling en reisverslagen, maar hij gebruikte ook Indringend lezen, een leerboek met een leesmethode voor poëzie:
Voor regel 12 hebben we
een interpretatie,
die misschien aanvechtbaar is.
Het zich neerwerpen naast de spin
zou kunnen zijn
het weer aannemen
van de foetale houding van vóór de geboorte
(p. 25)
Het vijfde en laatste vers van 'Indringend lezen volgens dr. Drop' is eenvoudig en een beetje pesterig:
Vertel nu het gedicht in je eigen woorden na.
(p. 26)
De invloed van taal op de werkelijkheid is niet alleen in dit gedicht een belangrijk thema. Het niet begrijpen van de werkelijkheid hangt volgens de dichter samen met hoe teksten gelezen worden. In het gedicht 'Het Leidse manuscript van Aldhelm' schrijft hij:
Me the wet plain, wondrous cold
Zo begint het raadsel uit de negende eeuw
The woof is not wound about me,
nor have I the warp: prachttaal
waarvan ik nagenoeg niets begrijp
Zelfs de oplossing (mail coat) ontgaat me
desondanks word ik bekropen door het akelige
gevoel dat de tekst mij wel begrijpt
(p. 41)
In een gedicht over het tweede vers uit Genesis 1 werkt de dichter het idee uit dat taal een oude werkelijkheid in een nieuwe vorm tot leven kan roepen:
Als je het hardop herhaalt
zie je landschappen zich ontvouwen
een novemberse zandplaat in de Waddenzee
de desolate vlaktes ten zuidoosten van Glen Coe
en ga je turf ruiken, leisteen
twee adelende hazen in de schuur
De Hebreeuwse klanken, 'tohoe wa bohoe', geven het onvoorstelbare aan:
het begin voor het begin, een toestand zo oer
dat mijn buitenwijkverbeelding slechts
tekortschietende vergelijkingen voorhanden heeft
(p. 9)
Michel gaf zelf in een interview aan dat het hem er niet om gaat een uitspraak te doen over de werkelijkheid, maar dat hij speelt met woorden en beelden, waarbij de lezer soms onverwacht verzeilt raakt in lastige kwesties:
Afhankelijk van de legenda
kan kortom alles een kaart zijn:
handpalmen, oogirissen, moedervlekken
en de vertakkingen in de plooien
van een opengewoeld bed
Zo blijkt als de slaper
eindelijk is wakker geschud
ook lang na het ontwaken
'waar ben je?' de vraag
(p. 40)
De dichter probeert zelf antwoord te geven wanneer de helderheid van het moment het toelaat:
Uren later aan de rand van de stad
met de flatgebouwen in de rug
spreek ik het rommelige veld toe
en de eerste sneeuw: 'Nu ben ik hier'
(p. 41)
De lichtvoetigheid waarmee Michel schrijft, relativeert intussen grotendeels de ernst van de vragen:
De beste analyses van het expressievraagstuk
zijn zingend onder de douche ontstaan
(p. 44)
Ten slotte constateert hij luchtig:
De kunst is om zo snel te vallen
dat je voorbij jezelf vliegt
en nog net op tijd bent
om jezelf op te vangen
(p. 45)
- Terug naar: Introductie