Geboren te Leeuwarden op 14 februari 1835
Overleden te Schiedam op 19 januari 1894

Introductie
In 1855 publiceerde François HaverSchmidt de eerste gedichten onder het pseudoniem Piet Paaltjens. De melancholieke en geestige gedichten zijn 150 jaar later nog steeds bekend en veel gelezen, de bundeling ervan, Snikken en grimlachjes,werd (én wordt) steeds opnieuw uitgegeven. De eerste maal dat het publiek kennismaakte met de dichter Piet Paaltjens was in de Leidse Studenten-Almanak voor het jaar 1856. Hierin introduceerde HaverSchmidt de poëet Piet Paaltjens aan de studenten. HaverSchmidt deed voorkomen of hij slechts de editeur van Paaltjens' poëzie was en uit een groot aantal gedichten slechts enkele verzen voor publicatie geschikt vond. Paaltjens zelf was op mysterieuze wijze verdwenen tussen de biljarten van de sociëteit.

Pas in 1867 verscheen de poëzie van Piet Paaltjens in een bundel: Snikken en grimlachjes, uitgegeven door Roelants in Schiedam. De gedichtenzitten vol ironie, parodie en Weltschmerz, Piet Paaltjens was een echte romanticus. Belangrijke thema's in de gedichten zijn liefde en doodsverlangen. Het doodsverlangen bestond niet alleen in de gedichten van het alter ego Paaltjens,  HaverSchmidt zelf verlangde ook naar de dood. HaverSchmidt had aanleg voor zwaarmoedigheid en depressie. Toen hij na zijn studie theologie dominee werd, sprak hij in zijn preken regelmatig over zelfmoord. In die tijd nam hij ook afscheid van zijn alter ego Piet Paaltjens met de woorden:

Dit heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Maar sinds het die witte das omheeft,
Minnedicht het niet langer.   

Vanaf dat moment was HaverSchmidt een serieuze dominee. Naast zijn werk als dominee hield hij voordrachten en behoorde tot een van de best betaalde sprekers van zijn tijd. Toch was hij niet gelukkig. Depressies volgden elkaar op en na jarenlange worsteling met wat HaverSchmidt 'zijn worgengel' noemde, gaf hij op 19 januari 1894 de strijd op, hij hing zichzelf op aan het gordijnkoord van de bedstee.