Portret van Paaltjens
Het frontspice in Snikken en grimlachjes is een portret van Piet Paaltjens. Over dit portret schrijft Marita Mathijsen: 'Van de eerste druk zijn exemplaren gesignaleerd met onderling afwijkende portretten.' Bij het exemplaar dat hiernaast is afgebeeld kijkt de geportretteerde naar rechts, de signatuur staat er links naast en de naam van de lithograaf - met de toevoeging: 's-Hage - rechtsonder. Er is ook een exemplaar waarbij de geportretteerde naar rechts kijkt, de signatuur staat links naast en de naam van de lithograaf linksonder. In weer een ander exemplaar kijkt de geportretteerde naar links, met de signatuur rechts naast en de naam van de lithograaf - met de toevoeging: 's Hage - linksonder (Mathijsen, 2003, p. 147).
De tekening van het portret van Paaltjens is gemaakt door Johan Michaël Schmidt Crans uit Den Haag. Er zijn twee briefjes van Schmidt Crans aan HaverSchmidt gevonden waarin hij, in de stijl van Piet Paaltjens, schreef over het portret. De brieven dateren van 12 en 23 januari 1867:
Brief van 12 januari 1867:
Amice, Hierbij eene schets van onze onvergetelijke Piet. Gij zegt in Uwe geachte letteren van 11 dezer dat ik den geest van Piet waardeer. Ja! en meer nog ik heb Piet lief!! met de Esthetische liefde die alle miskende genieën elkander toedragen. Mijn doel is daarom om zooveel mogelijk diep gevoel en Weltschmerz in zijne gelaatstrekken te leggen. Wat is u ideé over de schets, laat mij dit spoedig weten, dan kan ik de uitvoerige teekening spoedig zenden. Mijne naam te verbinden aan den Onsterfelijken is voor mij een onuitsprekelijk geluk waaraan ik nooit had durven denken. Met minzame groeten TT J.M. Schmidt Crans.
Brief van 23 januari waarbij de tekening is meegestuurd:
Amice! Hierbij het Portret van den dierbaren. Ik hoop dat het naar u genoegen zal zijn. Mijne vrouw was mij bijna ontrouw geworden, bij het beschouwen der lieflijke trekken, doch ik heb het uit hare handen gerukt en onder mijne papieren verborgen; maar mijne Schoonzuster die bij ons logeert vond het echter en werd zoo door zijne blik geboeid, dat zij het stellige voornemen heeft opgevat, om de lieve Piet op te sporen, en er zelfs eene reis rond en dóór de wereld desnoods voor zal doen. Ik hoop dat zij hem vinden moge, want Piet als mijn zwager te noemen, zouden zelfs mijne Illusiën te boven gaan. Ik heb gehoord dat gij nog deze winter eens zult komen lezen, is dat zoo? Na minzame groeten TT J.M. Schmidt Crans.
(Nieuwenhuys, 1981, p. 23)
Tekeningen van HaverSchmidt
HaverSchmidt zelf tekende ook, al van jongs af aan. Enkele gedichten en verhalen uit zijn jeugd voorzag hij van tekeningen, hij heeft bijvoorbeeld hij illustraties gemaakt bij het verhaal 'Barend Krul'. In de Studenten-almanak voor het jaar 1857 zijn enkele van zijn tekeningen gepubliceerd. De overige tekeningen van HaverSchmidt die bewaard zijn gebleven berusten in de Collectie HaverSchmidt van de Leidse Universiteitsbibliotheek.
Dyserinck beschrijft hoe HaverSchmidt het tekenen aanpakte: 'Eigenaardig begon hij altijd met neus en mond, zoodat de hem omringende jeugd nieuwsgierig keek naar hetgeen er voor den dag zou komen' (Dyserinck, 1908, p. 43). HaverSchmidt tekende voornamelijk karikaturen waarbij de onderwerpen uiteenlopen van vechtende jongens, hollende paarden, boerderijen en veldslagen tot 'een vader, een moeder en een dochter die een baby gaan uitzoeken in een veld boerenkool' (Van Zonneveld, 1991).
HaverSchmidts tekeningen in de almanak
De tekeningen van HaverSchmidt in de Studenten-almanak voor het jaar 1857 bespreekt Dyserinck uitvoerig in de biografische schets Fr. HaverSchmidt (Piet Paaltjens) (Dyserinck, 1908, p. 42-47). Dat de illustraties door HaverSchmidt zijn gemaakt is af te leiden uit de initialen die we op de tekeningen aantreffen: FH.
Op een van HaverSchmidts tekeningen zien we een echtpaar op de bank zitten, de man kijkt erg scheel. Het onderschrift bij de tekening bestaat uit twee regels van Nicolaas Beets' gedicht 'Mazappa':
Zijn vrouwtje scheen het anders toe,
Die dertig jaren met hem scheelde
(Dyserinck, 1908, p. 43)
Onder deze tekening staat een afbeelding van een vrouw, die haar oor te luisteren legt bij de uitgestoken blote voet van haar man en zij zegt:
Mij dunkt, daar klonk iets in die toonen
(Dyserinck, 1908, p. 45)
Hier gaat het om een komische verwijzing naar 'Jose', een romantisch verhaal in dichtvorm door Nicolaas Beets, waarin Florinde zwaarbedroefd aan de voet van haar geliefde edelman Jose neerzijgt:
Zy lag als beeld der Raadloosheid,
Gekromd aan Josees voet
(Beets, 1838, p. 48-49)
De tekening op de volgende pagina is een afbeelding van een minnaar die het portret van zijn geliefde in een koffiemolen vermaalt, met als onderschrift een versregel van de dichter Hendrik Jan Schimmel:
Nu moet ik haar beeltnis malen
(Dyserinck, 1908, p. 47)
Daaronder staat een tekening afgebeeld van een man met harp in een apotheek. Het onderschrift verwijst naar een regel uit het gedicht 'Kuser' van Beets. In 'Kuser' wordt een beeld geschetst van een persoon die zich in een loofprieel bevindt:
- My dunkt, hy slaat de regendropplen gâ,
Die aan den tak, waarop hy de oogen richt,
Gezevenkleurd door 't op hen brekend licht,
Nog hangen, en wier zacht en helder nat
Een oogenblik vertoeft op ieder blad,
Tot dat de drop, steeds meer en meer bezwaard,
Moet vallen, en ter neder spat op de aard.
- De beuzelaar! .... Stil! Schort uw oordeel op;
Zijn ziel houdt zich niet bezig met dien drop
(Beets, 1979, p. 49)
Dyserinck licht toe: als je weet dat Beets in eerste instantie apotheker zou worden, en zelfs een tijd bij zijn vader in de apotheek gewerkt heeft, is de tekening van HaverSchmidt 'dubbel aardig'. Op de afbeelding zien we Beets al harpspelend in de apotheek zitten - met op de toonbank een trommel met drop - zijn ogen ten hemel gericht, met het onderschrift:
Zijn ziel houdt zich niet bezig met dien drop.
(Dyserinck, 1908, p. 45)
Op een andere pagina, waar alleen de onderste tekening van de hand van HaverSchmidt is, zijn een vader met zoon in een hoedenwinkel afgebeeld. Vader wil de pet van zijn zoon vervangen door een hoed:
Ik bid u, wil mijn zoon behoeden.
Onder deze regel staat: 'Loosjes: "De meineed"'. Dyserinck vermeldt dat de dichter Loosjes nooit een gedicht heeft geschreven dat die titel draagt (Dyserinck, 1908, p. 46).
Zelfportret
Een andere opvallende tekening komt uit de Collectie HaverSchmidt. Op deze tekening heeft HaverSchmidt zichzelf afgebeeld met hoge hoed en paraplu. Dyserinck noemt het HaverSchmidts 'eigen portret in het karakter van den ouderwetschen catechiseermeester' (Dyserinck, 1908, p. 47). Naast de tekening staat het volgende gedichtje:
Daar gaat i heen
Met zijn eene lange been
Zijn rok is wat klein
Maar zijn hart is rein
Onder het rijm is, beter zichtbaar, het vers nogmaals opgeschreven en de volgende opmerking toegevoegd:
Door Piet Paaltjens zelven getekend en gerijmd in mijne pastorie te Helder 1862/63.
(Dyserinck, 1908, p. 47)
Souvenir Beekhuizen
'Souvenir Beekhuizen' is de titel van een persoonlijk dagboek van HaverSchmidt. Het bevat verzen en tekeningen door HaverSchmidt uit de periode 17 juni tot 29 juli 1870, toen de familie in Velp op vakantie was. HaverSchmidt had het dagboekje voorzien van portretten van zijn dierbaren. Op 25 juni 1870 maakte HaverSchmidt een gedichtje over zijn schoonzus Roos Osti:
Roosje ging naar Kleef
Maar de regen bleef.
'K wou er wat voor geven,
Was Roos hier en de regen te Cleve.
P.S.
Niet te Kleef, verneem ik met schrik,
Zit onze Roos, doch te Emmerik.
Hoe het zij, ik voor mij wou maar,
Roos zat hier en de regen dáár.
(HaverSchmidt, 1994b, p. 18)
Op 26 juni schreef HaverSchmidt een vervolg:
Tot overmaat van zegen
Weer een nieuwe voorraad regen.
(HaverSchmidt, 1994b, p. 20)
Deze verzen zijn licht van onderwerp, in tegenstelling tot het gedicht van 24 juni waarin HaverSchmidt over het huwelijk tegen de ongetrouwde vriendin Jeanette Klein en schoonzus Roos zei:
Dat beteekent Janetje,
En Roosje! geen pretje
Alleen is het huwelijk.
Het klinke vrij gruwelijk,
En toch is het waar
Het gedicht eindigt heel wat fleuriger met:
Want, net als in de natuur zoo gaat
Het ook in de huwelijksstaat:
Op regen volgt zonneschijn.
(HaverSchmidt, 1994b, p. 16)
Van Zonneveld stelt bij het laatste gedichtje de veelbetekenende vraag: 'waarom wordt juist dit vers gevolgd door een portret van HaverSchmidts echtgenote?'. Ook noemt hij de vakantieversjes 'vooral curieus', maar ze 'halen zeker niet het niveau van Piet Paaltjens' beste werk' (Van Zonneveld, 1991). Peter van Zonneveld heeft een heel artikel gewijd aan de onbekende tekeningen van HaverSchmidt. Dit artikel is in NRC Handelsblad van 12 augustus 1991 verschenen onder de titel: 'Een baby uitzoeken in een veld boerenkool: onbekende tekeningen en versjes.'
- Terug naar: Introductie