Introductie
Moderne Sjamaan, bewustzijnsverruimer, mediator, archivaris, schrijver/dichter, Leidsepleintijger en volkstuinier: dat zijn slechts enkele trefwoorden om Simon Vinkenoog mee te beschrijven. De dichter werd geboren in 1928 en overleed op 80-jarige leeftijd in 2009. Hij schreef behalve dichtbundels ook romans, hij maakte bloemlezingen en vertalingen, publiceerde in diverse tijdschriften, introduceerde De Vijftigers, poseerde voor Zadkine, experimenteerde met marihuana en LSD, werd opgesloten in het huis van bewaring wegens marihuanabezit, organiseerde happenings, jazz & poëziefestijnen, legde de basis voor het huidige Paradiso en trouwde zes maal.
Op zijn 21e vertrok Vinkenoog naar Parijs waar hij kennis maakte met beeldhouwers en schilders zoals Appel, Corneille en Zadkine. Hij trof daar regelmatig schrijvers onder wie Claus, Campert en Hanlo. Vanuit Parijs redigeerde hij zijn eigen tijdschrift Blurb, waarvan acht afleveringen verschenen in een oplage van 150 exemplaren, die hij gratis verspreidde. In Nederland ontstond het tijdschrift Braak waarin bijvoorbeeld Remco Campert en Rudy Kousbroek zich manifesteerden. Naast zijn Unescowerk schreef hij brieven vanuit Frankrijk die in Nederlandse tijdschriften werden gepubliceerd, evenals het werk van Jean Genet, dat hij in Nederland introduceerde.
Op verzoek van uitgever A.A.M. Stols stelde hij een bloemlezing samen van Nederlandse dichters die zich daarvoor 'ondergronds' bevonden. Deze dichtbundel Atonaal luidde het begin in van De Vijftig (later bekend onder de naam De Vijftigers): een aantal individuele dichters zoals Andreus, Campert, Claus, Hanlo, Kouwenaar, Lodeizen en Lucebert die zich afzetten tegen het heersende dichtklimaat. Hun gedichten maakten meer gebruik van assonantie, alliteratie en ritme dan van eindrijm en was daardoor vaak geschikt als voordrachtspoëzie. Vinkenoog organiseerde happenings en was initiatiefnemer van de Nederlandse Sigmavereniging in Amsterdam, die als voorloper van het huidige Paradiso toneel-, dans-, en muziekworkshops, lezingen en poëzievoordrachten organiseerde.
Vinkenoog bewoog en beweegt zich op velerlei gebied, als beeldend kunstenaar, organisator, schrijver en dichter. Aanvankelijk was 'haat' zijn belangrijkste thema; later werden de gedichten onder invloed van Jack Kerouac en anderen associatief en spiritueel van aard en kwam het thema 'liefde' centraal te staan. Sinds 1968 schreef hij voor het spirituele tijdschrift Bres. Zijn gedichten gaan over eenzaamheid, haat, dood, bloed, wraak en schuld, liefde, genieten en neuken, snokken en snakken. De laatste jaren van zijn leven genoot hij vooral de aandacht van een nieuwe generatie podiumdichters die hem als voordrachtskunstenaar als een voorloper beschouwden.
Het werk in citaten: