Introductie

Tegenover de Poolse Meneer Cogito (van Zbigniew Herbert) plaatste Marjoleine de Vos een vrouwelijk equivalent: Mevrouw Despina. Zij onderneemt en ondergaat van alles: zij wordt ouder, neemt afscheid, knielt niet, is duizelig, kent zichzelf niet, verblijft in de Ardennen en houdt van speelgoedbeesten. De Vos is Neerlandicus, dichteres, essayist en critica, verbonden aan NRC Handelsblad. In haar gedichten laat zij een bloedgeur opstijgen uit een jagerstas, ziet kreukelige crocussen, welvende golven en marcherende kuiten en plaatst een lacrimae (klaagzang) naast een kaddisj (gebed voor een dode).

Bij het grote publiek zijn ongetwijfeld de kookcolumns en poëziebesprekingen in NRC Handelsblad het bekendste onderdeel van haar werk, maar zij deed veel andere dingen: redigeerde het tijdschrift Diepzee, nam zitting in de redactie van het literaire tijdschrift Raster en schreef een kinderboek.

'Jongeren poëzie onthouden is misdadig', schreef zij in een artikel ('Liefde voor de poëzie'). Niet alleen in haar debuutbundel (Zeehond graag), ook in haar tweede bundel (Kat van sneeuw) treedt de eigenaardige Mevrouw Despina op: een vrouw die eigenlijk een zeehond wil zijn met lekker spek. Zij is soms triest omdat ze geen kinderen heeft, maar verder olijk in haar uitlatingen en levenslustig. Ze wil het liefst dat alles vanzelf gaat.

Het werk in citaten: