Introductie
Nachoem M. Wijnberg, econoom en dichter, publiceerde niet alleen dichtbundels zoals Vogels, maar ook onderzoeksrapporten met intrigerende titels als The dynamics of inter-firm networks in the course of the industry life cycle: the role of appropriability. Zijn werk verscheen in Nederlandse literaire tijdschriften zoals Tirade en Hollands Maandblad, maar ook in Hongaarse, Engelse, Duitse, Franse en Chinese tijdschriften.
Wijnbergs poëzie is geëvolueerd van anekdotisch naar abstract, met behoud van het verhalende element. Associaties en logica wisselen elkaar af, net als vage en concrete regels. Soms lijken de gedichten bedoeld als objectieve observaties en is (afstandelijk) sprake van 'Iemand', 'men' en een niet nader omschreven 'hij'. Helderheid staat voor de dichter voorop.
Wijnberg verwijst veelvuldig naar de joodse religie, naar mythologie, filosofen, dichters en beeldend kunstenaars. Hij neemt de lezer mee naar Troje, naar Cathay en naar het atelier van Rodin, stelt de lezer voor aan het Vogelmeisje en Juan de la Cruz. In een interview met NRC Handelsblad (7 augustus 2009) zei Wijnberg: 'Ik heb nooit last van gebrek aan onderwerpen voor gedichten, want ik genoeg problemen.' Hij zei ook: 'Mijn gedichten zijn helder, makkelijk te lezen en beloven althans dat ze gaan over belangrijke zaken in ieders leven.'
Het werk in citaten: