De simulatie van de schepping
In 1989 verscheen de debuutbundel van Nachoem M. Wijnberg, De simulatie van de schepping. In deze bundel komen veelvuldig historische figuren voorbij uit de klassieke oudheid en mythologie, onder wie Achilles, Caesar en Cicero. In het gedicht 'Troje' dient de klassieke oudheid als decor voor mensen die niet aan de vergetelheid ontrukt werden. Op weemoedige wijze wordt gewezen op de tijd die tussen perioden van grote voorspoed ligt, in dit geval de tijd van stil verval tussen de verschillende bloeiperioden van de stad Troje. 'Het tweede Troje en het derde Troje' waarover in het begin van dit gedicht gesproken wordt verwijst naar de lagen waarin Heinrich Schliemann het Troje van Homerus dacht te vinden bij zijn archeologische opgravingen.
Troje. In het dichtstbijgelegen dorp
vierde men de bruiloften fluisterend.
Langskomende schepen hielden op met
roeien en wachtten tot de golven hen
van de al tweemaal verbrande kust
zouden wegduwen als vanzelf.
(p. 6)
Ook personen uit meer nabije tijden zijn regelmatig onderwerp of aanleiding van de gedichten van Wijnberg. Wijnberg filosofeert over een Albert Einstein als president van Israël en over Paul McCartney en John Lennon als 'verzamelplaatsen van gevoel en inzicht van de gehele generatie'. In het gedicht 'Marcel Proust' wordt de relatief jonggestorven Franse schrijver voorgesteld als een oude man:
Marcel Proust kwam tenslotte
hij droeg meerdere lagen kleren
zijn gezicht is nu bijna kleurloos
deze man is zo plotseling oud geworden
schoonheid ligt misschien in herhaling
voordat hij kwam belde zijn huishoudster
driemaal om te vragen of een bepaalde thee
voor hem gereedstond
(p. 18)
Twee jaar na de debuutbundel verscheen De voorstelling in de nachtclub (1990).
In 'Het lawaai in het atelier van Rodin' mogen de leerlingen van de grote beeldhouwer alleen maar handen maken, terwijl de meester zich met grootsere zaken bezighoudt. Van zijn activiteiten wordt een welhaast erotische voorstelling gegeven.
Hij buigt openingen uiteen en bevochtigt de klei
met speeksel uit zijn mond, om tijd te winnen.
Hij loopt tussen de stapels klei en de op lakens
knielende modellen terwijl de leerlingen toekijken
en handen vasthouden die grijpen en loslaten.
(p. 19)
De expeditie naar Cathay
De expeditie naar Cathay verscheen in 1991 bij zijn nieuwe uitgever De Bezige Bij. In het gedicht 'Verschijnen' wordt op ijselijke wijze het effect van een ontploffende atoombom beschreven. Wijnberg gebruikt veel voorzetsels om aan te geven dat nergens rust te vinden is.
Pijn, vermoeidheid en slapeloosheid verschenen,
samen met zonlicht en ijskoude wind
en men probeerde verbijstering te overwinnen
om naar schaduw en stilte te rennen.
Geen schaduw in huizen,
in schuren, in een bus op een lege weg,
onder een vogel die uit een sloot opstijgt
(p. 34)
Langzaam en zacht
De bundel Langzaam en zacht (1993) is opgesplitst in drie delen. De gedichten zijn langer dan voorheen, verhalend en humoristischer. Af en toe lijken de beelden door het absurdisme van Lucebert beïnvloed, zoals de stilhangende vogels in het gedicht 'Bezoek'.
Bang dat een nieuw dier
brandend geboren is
(hij draait zijn gezicht weg
van de stilhangende vogels)
met een vuur dat in de regen niet uitgaat
terwijl hij niets doet, herinneringen uitrekt.
Lichamen verschijnen,
vanachter rotsen,
die hem niet lijken te zien,
tegen hem aan lopen als hij hen tegemoet loopt,
op een manier die hem bang maakt
dat voor hen alles sneller voorbijgaat.
Hij aait hen niet en zij aaien hem niet
hoewel hij meer haar heeft.
(p. 13)
In het gedicht 'Terug' wordt uit het perspectief van een kind in simpele taal een ongeluk beschreven: een trein over een brug, boven de rivier staat een regenboog. Maar dan gebeurt er iets gruwelijks, dat heel sec en beschrijvend verteld wordt door de 'ik'. Pas in de volgende strofe klinkt emotie door als de 'ik' bij de hand wil worden gepakt en niet meer achterom of zijwaarts wil zien.
Een hals lag op de rails
en de trein reed die stuk en bleef krom stilstaan
en de machinist stapte uit met een lantaarn
en een andere man stapte ook uit
nadat hij zijn handen met water gevuld had.
Wat moet ik je verder vertellen als ik door zou praten?
Je moet mij bij mijn hand pakken
als wij ergens binnengaan zodat ik naar voren kan kijken.
Nu heb ik je alles wat ik gezien heb al verteld.
In vijf minuten heb ik je alle leuke verhaaltjes verteld.
Ik ga weer weg, ik vind dit te erg.
(p. 27)
Is het dan goed
Opvallend in Is het dan goed (1994) is dat de gedichten regelmatiger van lengte zijn en aanzienlijk korter dan in de vorige bundel. De toon is aarzelend, vragend, vooral met betrekking tot de liefde. In 'Hoe het verrassend was' gaat het over vrijen op een trap. De 'hij' vertoont een bijna kinderlijke volgzaamheid.
Op de trap trekt zij hem naar zich toe
en vraagt hem haar overal aan te raken, niet te wachten.
Hoe het verrassend was dat het ging
waar anderen bij waren.
Met dat in zijn hoofd probeert hij terug te vinden
wat hij dacht dat ging, waar hem gezegd werd niet meer bij te horen.
(p. 34)
- Lees verder over Nachoem M. Wijnberg: 2: "Hij begint uit te proberen"
- Terug naar Introductie