1. 1974-1983: "Oh, wij zijn stapel op de Nederlandse letteren!"
Olleke bolleke (1974) was de eerste bundel met werk van Ivo de Wijs. Het boekje werd in zeer beperkte oplage uitgegeven ter gelegenheid van de jaarwisseling 1974/75, in opdracht van de uitgever Peter Loeb. In de bundel staan 15 'ollekebollekes', gedichten die geschreven zijn in dactylus: lang-kort-kort. De gedichtjes hebben een grappig karakter, de klemtoon komt vaak net ergens te liggen waar die niet hoort. De versvorm heet officieel double dactyl. Deze vorm is bedacht in 1951, door de Amerikaan Anthony Evan Hecht. 'De double dactyl is strak, dynamisch, muzikaal - kortom, ideaal voor 'light verse'. Dit vereist vakmanschap', schreven de auteurs in de inleiding. De bundel werd geschreven in samenwerking met Pieter Nieuwint en Heinz Polzer, beter bekend als Drs. P. Zijn invloed is duidelijk te merken in de gedichtjes.
Dactylus! Dactylus!
Olleke bolleke
Tweemaal vier regels
Die rijmen aan 't slot
Kreet, naam en één woord met
Zeslettergrepigheid
Moeilijk te maken, maar
Wat een genot!
(p. [2])
Een ollekebolleke die op de actualiteit was gebaseerd:
Sic transit gloria!
Hans de politicus
Vraagt zich vertwijfeld af
Of zijn partij,
D'66, in
'77
Van de partij zal zijn
God sta hem bij
(p. [9])
In 1976 verscheen het vervolg op Olleke bolleke onder een titel die zelf al een olleke bolleke was: Ollekebollekes: nieuwe verzameling, tevens met veel documenten verrijkt: vol curiosa en memorabilia die men verrast en genietend bekijkt. Hierin werd ook een aantal gedichten uit de eerste bundel opgenomen. In de nieuwe uitgave zijn de stelregels voor een goed ollebolleke opgesomd:
a) Tweemaal vier regels; regel 8 rijmt op regel 4.
b) De regels 1, 2, 5 en 6 bestaan elk uit een dubbele dactylus.
c) Regel 1 is een uitroep, verzuchting, vraag, motto, citaat - in elk geval thematisch en afgerond.
d) Regel 2 is het onderwerp, eveneens afgerond.
e) Regel 6 is één enkel woord met de hoofdklemtoon op de vierde lettergreep.
f) De regels 3 en 4 samen bevatten, evenals de regels 7 en 8 samen, drie dactylussen gevolgd door een beklemtoonde lettergreep.
g) Het eerste couplet moet op zijn minst met een compleet zinsdeel eindigen, dus in geen geval op een voegwoord, voorzetsel of andere overgang.
h) Regel 8 mag een frappe behelzen, maar dat hoeft niet.
i) Wel moet het hele gedicht puntig zijn.
(p. 8-9)
Deze regels - heel rederijkersachtig! - leveren grappige, puntige gedichten op:
Calamiteitenreeks:
Emancipatiedrift
Communicatiekloof
Dwingelandij
Alimentatieplicht
Liquiditeitsprobleem
Faillissementsbeslag
Landloperij
(p. 40)
Voor de grappen is enige (voor)kennis bij de lezer vereist. Zo staan er in de bundel een aantal gedichten die gebaseerd zijn op werk van andere auteurs. Het volgende vers speelt met de bekende kindergedichten van Hieronymus van Alphen:
Vader: Toe luister eens
Gijsje, mijn hartedief
Gijsje: Hier ben ik reeds.
Vader: Bravo!
Gijsje, vergeet nooit Uw
Vaderlandslievendheid.
Gijsje: Dat zal ik niet!
Vader: Hojo!
(p. 84)
Aan de verhalen van Marten Toonder over Olivier Bommel refereert het volgende olleke bolleke, dat door De Wijs werd ondertekend met Toonders' stripfiguur Prof. Dr. Dr. Dr. Prlwytzkofsky:
Onwetenschappelijk
Wichtige heerschappen
Schreven schoon boeken vol
Over der Boml
Praw, alles is ja gans
Buitenordentelijk
Maar het is meestens
Onheemlijker roml
(p. 81)
Vanaf halverwege de zestiger jaren trad De Wijs op met zijn eigen cabaretgroep Kabaret Ivo de Wijs. In 1972 beleefde de groep de officiële première in het Amsterdamse theater Tingel Tangel. Tot 1979, toen Kabaret Ivo de Wijs ermee ophield, maakte de groep vier theatervoorstellingen en 6 LP's. De bundel Het gaat goed met Nederland, die in 2001 uitkwam (samengesteld door Jaap Bakker), bevat een groot aantal liedjes die voor de cabaretgroep zijn geschreven, zoals het volgende uit 1973:
Geef mij je hand
Wij moeten gaan
Want ik weet een land
Ver hiervandaan
Wij maken de reis
Terug naar de bron
Naar het paradijs
Het land van de zon
Daarom geef mij je hand
Wij moeten gaan
Ik weet een land
Ver hiervandaan
(p. 50)
De liedjes zijn vaak grappig, persoonlijk en heel herkenbaar. In veel van de liedjes speelt De Wijs met woorden en met het metrum en de tekst is ruim voorzien van taal- en rijmgrapjes, zoals in dit liefdeslied voor zangeres Nana Mouskouri uit 1978:
Niet ongenaakbaar, onaanraakbaar
Geen fata morgana
Nana Nana Nana Nana
Geen slons, geen sloddervos, geen sloerie
Nana Mouskouri
Onze liefde kent geen grenzen
Echt contact kan zonder lenzen
Van Sebastopol tot Ghana
Nana Nana Nana
Van de Nijl tot de Missouri
Nana Mouskouri
Geen pot, of hooguit bij een pourri
Nana Mouskouri
(p. 106-107)
Of zoals in het lied 'De V' uit 1978, net als de voorgaande liedjes op muziek gezet door Pieter Nieuwint:
Je kent het wel: die kriebel in je benen
Je thermometer stijgt, je hebt geen keus
Je moet naar bed, het voze virus is verschenen
En het jaagt het snot bij liters
Door de roodgeworden gieters van je neus
Je hebt de V
De V
Da's niet zo dodelijk als K en niet zo slepend als TB
Je hebt de V
De V
En als ze zeggen: Zeg MS is stukken erger hoor
Dan zeg je: Ja, dat zal wel wezen, maar de V komt veel meer voor
Je roept met dichtgeknepen strot
En met je lippen half kapot:
Boeder bag ik bet de belkboer bee
Je hebt de V
En er helpt geen medicijn of therapie
Haaaaatsjie
(p. 91)
Het liedje 'Wat een tijd' (1978) gaat over een onderwerp dat nog steeds actueel is: in hoeverre mag je zelf beter worden van het lijden van een ander?
Toen ik die film zag: Soldaat van Oranje
Met Rutger Hauer en Jeroen Krabbé
Leuke jongens, vlotte meiden, wel en wee
En potjandorie voor ons landje op de bres
Heel die opgeklopte, rood-wit-blauwe franje
Ik dacht: Ja hoor, grote God, het is een feit
Het moest gebeuren, die verdomde Duitse tijd
Is uiteindelijk een commercieel succes
(p. 102)
Ivo de Wijs kreeg voor zijn dicht- en radiowerk verscheidene prijzen, zoals de Zilveren Griffel en de Groenman-Taalprijs. Over de verwarring rond alle Nederlandse literaire prijzen schreef hij in 1978 een grappig lied:
Oh, wij zijn stapel op de Nederlandse letteren
Dat is pas proza dat je open haard laat knetteren
We spreken af: we geven ieder jaar met Pasen
De Hella Haasseprijs gewoon aan Hella Haasse
En consequent geven we ieder jaar in juli
De Douwes Dekkerprijs
Aan Multatuli!
(p. 94)
- Lees verder over het werk van Ivo de Wijs: 2. 1983-1994: "Mijn ome Niels, ik zal hem nooit vergeten"
- Terug naar Introductie