Een Dichter des Vaderlands is een veelgevraagd man. Zo werd ik bijvoorbeeld per mail door een brandweercommandant van een mij totaal onbekende gemeente zonder verdere naam en toenaam gevraagd een afscheidsgedicht te schrijven voor zijn dierbare burgervader, een vertegenwoordiger van een bedrijf voor laadsystemen van vrachtwagens peilde of ik dichterlijke aandrang gevoelde om maar liefst 4 gedichten te vervaardigen over deze systemen ten behoeve van de Vrachtwagen-Rai en door Elsevier werd ik telefonisch aan de tand gevoeld over mijn favoriete fietsroute. Alles schijnt immers opeens van belang te zijn. En voor de NCRV-radio, die in de Goede Week een aantal monumenten voor belangrijke overledenen wilde oprichten, schreef ik in opdracht een lofdicht op Florence Nightingale. Je moet toch wat.
Maar niet alleen mijn Muze maakt overuren, ik moet ook opeens veel vaker dan vroeger de deur uit om mijn eigen poëzie te laten horen of anderszins. En dat vaak op zeer verschillende podia. Op woensdag 2 maart was ik bijvoorbeeld in Balkbrug. Daar bevindt zich het Forensisch Psychiatrisch Centrum Veldzicht of voor alle duidelijkheid een zwaarbewaakte TBS-kliniek voor langgestrafte zware jongens (en meisjes). En voor de boeven (pardon, patiënten) die daar zitten worden allerlei activiteiten georganiseerd. Niet alleen therapeutisch paardrijden (echt waar), maar ook zoals op die dag een poëziemiddag. Eerst mocht ik daar, na de passage van een detectiepoortje en een gestrenge controle van mijn persoonsgegevens, in de recreatieruimte als Dichter des Vaderlands enige verzen laten horen. Daarna moest ik samen met een cultureel werkster een oordeel vellen over de gedichten die de gedetineerden zelf geschreven hadden en daar ook voordroegen. Althans de meesten van hen, sommigen waren waarschijnlijk door zenuwen overmand en lieten de voorlezing maar aan een begeleider over. En er wordt heel wat afgedicht in onze penitentiaire inrichtingen, dat wist ik eigenlijk al wel, maar dat werd weer duidelijk. Er wordt geloof ik tijdens de creatieve therapie ook enige gerichte instructie in gegeven. In de pauze kwam in elk geval een van de gedetineerden op mij af en vertelde mij dat hij een "elfje" had gemaakt. Het heeft iets aandoenlijks en ook iets wrangs, zo bedacht ik, zo'n man die zich wellicht ooit (ik noem maar wat) aan een klein meisje vergrepen heeft en dan later apetrots is omdat hij een "elfje" heeft gemaakt. Maar wellicht brengt de poëzie hem op de duur echt op betere gedachten.
Hij was trouwens niet de winnaar van de poëziewedstrijd. Dat was een zekere Fokko, die misschien wel heel anders heet. Zijn gedicht was, net als de meeste andere gedichten, sterk op zichzelf en op de eigen situatie gericht. Het is te lang om aan te halen, maar het hoofdthema was in elk geval de schuldvraag over de eigen misdaad: "Had ik dat gedaan en zelf aangericht?" En dan blijkt dat de rechter het ook niet weet: "De rechter zei je hebt het zelf gedaan en eigenlijk ook weer niet". En daar schiet de ikpersoon kennelijk niet zoveel mee op. Maar één ding is in elk geval zeker - en zo eindigt het gedicht:
En meneer de rechter geloof me nou,
ik schrijf toch mooi zelf dit gedicht.
Zo is het maar net, de poëzie geeft een klein beetje houvast en dat is mooi meegenomen.
Ik mocht Fokko de prijs uitreiken. Zelf had ik verwacht, zo zei ik, dat de prijswinnaar als beloning onmiddellijk op vrije voeten gesteld zou worden (je moet je publiek altijd gunstig stemmen en voor je innemen!), maar het bleef bij een klein boekje dat netjes ingepakt bleef zodat ik u de titel moet onthouden. En alle deelnemers kregen een blanco schriftje dat zij aan het eind van de middag dadelijk door mij lieten bezoedelen, want bijna iedereen kwam mij enthousiast om een handtekening vragen. Misschien vanwege mijn eretitel, maar volgens mij ook uit waardering voor mijn eigen verzen. Ze vroegen mij tenminste gretig of ik volgend jaar terugkwam. Ik heb het toegezegd op voorwaarde dat ze er dan nog allemaal zouden zijn. En dat beloofden ze.
Een kleine twee weken later kon ik trouwens ter voorlezing ongeveer dezelfde keuze uit mijn gedichten maken als voor die middag in Balkbrug. Op dinsdagavond 15 maart had ik mij namelijk verbonden om in 's lands hoofdstad het pauzeprogramma te verzorgen tijdens het Amsterdams Politie Dictee. Men had eerst onze dienders op de pijnbank gelegd door middel van een dictee vol voetangels en klemmen en daarna mocht ik de dienaren van Sint Hermandad weer wat opvrolijken met luchtige taalbeschouwingen en gedichten die betrekking hadden op de actualiteit of op de fijne kneepjes van het politievak.
Zo las ik twee keer in twee weken een heel oud liefdesgedicht voor dat ik verder zelden meer voordraag. In Balkbrug las ik het voor als hart onder de riem, als bewijs dat iedereen wel eens de wet overtreedt en dat er dus weinig mensen zonder zonde zijn die de eerste steen kunnen gooien, in Amsterdam las ik het deemoedig voor als late schuldbekentenis en in de vrolijke zekerheid dat de misdaad allang verjaard was:
Sonnet voor Tineke
Ik heb voor jou een fiets gejat,
Want gister jatte men de jouwe;
Al was het dan ook nog zo'n ouwe,
Je was toch blij dat je 'm had.
Je kunt als dame in de stad
Geen eindeloze einden sjouwen,
Immers het tippelen door vrouwen
Wordt vaak ten kwade opgevat.
Daarom toog ik op dievenpad,
Zoekend de schaduw der gebouwen
Tot ik een vond voor Vindicat*.
Nimmer zal mij die daad berouwen:
Laat ieder mij als schurk beschouwen,
Jíj noemt me held, 't is meer dan dat.
© Driek van Wissen
(* Vindicat is de sociëteit van het Groningse studentencorps)