Cats, Prins & Bijenkoningin
Een Dichter des Vaderlands is een veelgevraagd man. Alleen in de zomermaanden van het jaar heeft hij het wat minder druk. Voor dichters is het dan een dooie boel. Op een paar uitzonderingen na (Deventer, Groningen) zijn er in die periode geen poëtische manifestaties en moeten de beroepspoëten op een houtje bijten. Je merkt het al in de maanden mei en juni: ook dan is er al minder te doen voor dichterlijk Nederland en als er zo nu en dan nog eens een voordrachtsavond of een literair festival plaatsvindt dan komen er meestal significant minder bezoekers dan eerder in het jaar. Zeker in juni van dit jaar, want toen vond het WK voetbal plaats en tegen Koning Voetbal kan natuurlijk geen enkele dichter op. Maar ook verder is het elk jaar hetzelfde: in de zomer is de aandacht voor poëzie minimaal. Hoe meer de thermometer oploopt hoe minder men warm loopt voor de dichtkunst. Kennelijk voelt in Nederland de Muze zich meer thuis bij de winterdag. Dan lopen de zalen en zaaltjes vol en kruipt men lekker met een dichtbundel bij de kachel. En het is dan ook maar goed dat het sinterklaasfeest in december gevierd wordt, hartje zomer was het niks geworden met al die mooie sinterklaasversjes.
Maar zonder al die beslommeringen buitenshuis kom je wel lekker aan dichten toe. Zo heb ik samen met mijn goede dichtervriend Jean Pierre Rawie in de voorbije zomer deel 2 van onze Rijmkroniek des Vaderlands voltooid. Als de uitgever een beetje meewerkt, verschijnt dit deel 2 begin november. In dit deel van onze vaderlandse geschiedenis op rijm laten we prins Willem Alexander andermaal voor het slapen gaan de geschiedenis navertellen aan zijn oudste dochter Amalia, elke avond een stukje. Dit keer over de Gouden Eeuw. Het perspectief heeft natuurlijk wel consequenties: de geschiedenis wordt eenzijdig Oranje gekleurd. Zo kiest Willem Alexander vanzelfsprekend partij voor Maurits en stadhouder Willem III en tegen Van Oldebarnevelt en de gebroeders De Witt. En hij heeft ook zijn literaire voorkeuren. Hij vindt bijvoorbeeld Jacob Cats de grootste dichter van de 17e eeuw, een Dichter des Vaderlands avant la lettre. En in één moeite door heeft hij ook een uitgesproken mening over het Dichterschap des Vaderlands nu. Het is niet ons idee, maar hij noemt de democratische verkiezing van een Dichter des Vaderlands een onding, als het aan hem (en anderen) lag zou iemand in deze functie van bovenaf benoemd moeten worden, bij voorkeur door de Kroon. Hij verwoordt het aldus:
Het Dichterschap des Vaderlands
begon avant la lettre al
met Cats, al kwam in zijn geval
daar geen verkiezing aan te pas;
hij was het Deo gratias
en dat is hoe het hoort. Ik denk
dat poëzie als godsgeschenk
van bovenaf gegeven wordt.
Men doet het vaderland te kort
als zoals nu jan met de pet
via de krant of internet
mag zeggen welke rijmelaar
zich voor de komende vier jaar
Dichter des Vaderlands mag noemen.
Het is niet te bevatten hoe men
zo’n procedure kon verzinnen.
Dan weet je al wie er gaat winnen:
een ouwe schoolfrik met pensioen
die toch niks beters heeft te doen
en er een eer in lijkt te leggen
de dingen rijmelend te zeggen
als tweederangs goedheiligman,
terwijl het ook in proza kan.
Zo iemand is toch wis en drie
geen uithangbord voor poëzie!
Wat nieuwsvoorziening betreft staan de zomermaanden sinds jaar en dag natuurlijk ook bekend als de komkommertijd. Niet alleen de dichters hebben dan weinig om handen, ook de politici. En de journalisten zijn blij als ze al eens een keer een leuk relletje kunnen creëren. Ik heb daar zelf nolens volens ook nog een rolletje in gespeeld. Het televisieprogramma NOVA had voor de maand augustus een aardig item bedacht, te weten 'De beuk erin!' Een aantal Nederlanders mochten voor de camera verklaren wat ze het lelijkste bouwsel van Nederland vonden en waar wat hen betreft dus best de slopershamer gehanteerd mocht worden.
Toen ik benaderd werd, dacht ik meteen aan het Groninger Museum, een kakelbont gebouw dat sinds een jaar of tien op een erg ongelukkige plaats (vlak voor het fraaie Groninger spoorstation) uit het water oprijst en daar het uitzicht op de stad bederft. Het was voor een opname lekker dicht in de beurt en in had toevallig nog een toepasselijk hekelvers klaar liggen. Het was natuurlijk een ludieke actie en niet geheel gemeend (dat museum mag best blijven staan, anders kunnen ze half Nederland wel afbreken), maar de wat overspannen reactie van museumdirecteur Van Twist (hij liet zich weinig adequaat vooral neerbuigend uit over mijn 'versjes' en mijn kleding en uiterlijke verzorging) zorgde ervoor dat we zelfs het tv-journaal en de voorpagina van diverse kranten haalden. Bijna waren er kamervragen gesteld, maar zo belangrijk was de zaak nou ook weer niet. Zoiets gebeurt alleen maar als het tv-spelletje Lingo van de buis dreigt te verdwijnen!
Een andere aardige bezigheid in de zomermaanden betrof een evenement in Doorn. Daar bestaat een actieve vereniging van bijenhouders en zij hadden het idee om tijdens de feestelijke viering van hun 100-jarig bestaan de Dichter des Vaderlands een speciaal dictee te laten afnemen. Ik vond het een goed idee en heb er ook uitvoering aan gegeven. Het was ook niet de eerste keer: vaker krijg ik het verzoek om in den lande een dictee samen te stellen en af te nemen, bijvoorbeeld op schoolavonden (dan speciaal voor de ouders) en in november aanstaande in Leeuwarden voor het goede doel, de Stichting Leergeld. En dan heb ik gelukkig nog enig profijt van het feit dat ik 'een ouwe schoolfrik met pensioen' ben en de spelling van het Nederlands zo goed en zo kwaad als het gaat nog een beetje heb bijgehouden. Maar de aanvraag vanuit Doorn was wel heel bijzonder. Het verleidde mij tot het schrijven van een dictee op rijm, een bijendictee met extreem veel ei's en ij's. Voor diegenen die in huiselijke kring nog eens een dictee willen afnemen, krijgt u hier van mij de integrale tekst:
Eigen volk eerst
(een rijmgalerij)
De beiaardier verbeidde blij zijn bijen
die op de steile, weidse alpenweide
zichzelf in tussentijd vrijuit vermeiden
op heggenranken en op akeleien.
De hobbyimker liet zijn ogen weiden
over een bij, die ginds in die contreien
geneigd was om zich nijver neer te vlijen
op bloemen die een weeë geur verspreidden.
Als zo'n insect de zaak maar liet betijen
en zich niet aan zijn schone taak zou wijde
nlijdt het geen twijfel waartoe dat zou leiden:
dan zou men in de korf gaan bakkeleien.
Dus om het feit dat hij in de valleien
uit edelweiss graag honing wou bereiden
viel niet alleen de mensheid te benijden,
zijn ijver gold zelfs tweeërlei partijen.
Want bijen dienen ons te allen tijde,
maar willen 's ochtends eerst na de reveille
hun eigen volk, dat bijtijds moet gedijen,
op Bijenkoninginnendag verblijden.
© Driek van Wissen