Een Dichter des Vaderlands is een veelgevraagd man. Zo kreeg ik de afgelopen tijd wel een tiental verschillende verzoeken om een gedicht te maken bij gelegenheid van het aanstaande zilveren regeringsjubileum van koningin Beatrix. Ik heb uiteindelijk maar aan één verzoek, dat van de NPS, positief gevolg gegeven. Meer zou een te zware belasting geweest zijn voor de muze die dan ongetwijfeld in herhalingen zou zijn gevallen. En bovendien waren al die verzoeken ook te veel gevraagd van iemand die in principe republikein is, al doet die iemand aan dit 'geloof' even weinig als een doorsnee Fransman aan het roomse geloof. Ik vond mijn republikeinse gezindheid trouwens ook geen belemmering om, met vele anderen, een petitie te ondertekenen waarin de koningin gevraagd werd om een generaal pardon voor alle asielzoekers in Nederland af te kondigen. Al besefte ik dat zo'n verzoek gezien de democratische verhoudingen in haar koninkrijk nauwelijks zin zou hebben. Dus deed ik mijn handtekening vergezeld gaan van het volgende versje:
ROYAAL GEBAAR
U krijgt hier echt niet alles voor elkaar
Want ach, u bent de koningin ook maar
Maar mocht u Balkenende nog eens spreken
Verzoek hem dan om een royaal gebaar.
Ook schreef ik in opdracht van het Utrechts Nieuwsblad een viertal columns onder de titel 'De gedichtenambulance'. Hierin besprak ik steeds een van de vele gedichten die de lezers van het UN voor deze serie hadden ingezonden. Ik gaf daarin niet alleen blijk van oprechte waardering, maar legde ook waar nodig de vinger op de zere plekken en vervolgens deed ik als dienaar van de poëtische gezondheidszorg een poging het gedicht op te lappen: ik sloot af met een (hopelijk) verbeterde versie.
Natuurlijk trok ik ook weer regelmatig het land in. Zo mocht ik in Steenwijk de ingrijpend verbouwde schouwburg "De Meenthe" inwijden met een feestelijk gelegenheidsgedicht en las ik onder meer voor in Amsterdam op een rondvaartboot bij een literaire rondvaart en in Leeuwarden tijdens het museumweekend in het Fries historisch en letterkundig centrum "Tresoar". Dat was dus voor mij als Groninger in het hol van de leeuw en ik zag dan ook mijn kans schoon om, nadat ik op onnavolgbare wijze was ingeleid in het koddige dialect van die streek, het Fries, een bloemlezing uit mijn anti-Friese verzen ten gehore te brengen. Maar de Friezen kunnen er goed tegen, dat moet gezegd.
Daarnaast werd op mij herhaaldelijk en niet tevergeefs een beroep gedaan om op te treden als feestredenaar. Dat deed ik onder andere op 1 april in Hilversum bij de viering van 25 jaar Teletekst. En hoewel van mij verwacht wordt dat ik bij dit soort gelegenheden redenaarsproza bezig, kon ik het toch niet laten een klein lofdichtje op Teletekst in mijn speech in te bouwen:
Nieuwsgierig naar het vaderland
Ben ik echt gek op elke krant,
Maar toch ben ik het allergekst
Op pagina's van Teletekst.
Zo immers krijg ik het directst
De nieuwtjes uit de eerste hand.
Ook mocht ik in Groningen op zaterdag 16 april de prijsuitreiking bij het Nederlands damkampioenschap verbaal opluisteren. Ik sprak daar als verstokte bridger en schaker over het wijdverbreide vooroordeel dat nog steeds bestaat ten aanzien van het dammen. Dammen lijkt immers in vergelijking met andere denksporten simpel en ongecompliceerd, maar ik legde uit dat ik tot het besef was gekomen dat juist door de eenvormigheid en de schijnbare eenvoud van de regels er veel dieper moet worden nagedacht en dat er welbeschouwd veel meer achter steekt. En dat dus de arrogantie van vooral de schakers jegens het dammen volledig misplaatst is. Ik trok zelfs een vergelijking met mijzelf en de kritiek die door sommige critici op mijn poëzie geleverd wordt. Mijn tegenstanders redeneren volgens mij eigenlijk net als de schakers en kennen zich, wellicht ten onrechte, veel meer diepgang toe. En ik, zo zei ik, ik ben de dammer onder de dichters. En daarom bood ik in mijn voordracht ook mijn excuus aan voor het denigrerende versje dat ikzelf over de edele damsport geschreven had toen er ooit tijdens een NK dammen dopingcontroles werden gehouden. Dat versje luidde als volgt:
GATVER DAMMEN!
Ze zitten als versteend achter hun bord
Met starre blik en zwaarvergroeide lijven,
Hun geest gevuld met veertig platte schijven;
Ja, dammen is de allersaaiste sport.
En daarom vind ik die controles jammer.
Een beetje dope zou goed zijn voor een dammer.
© Driek van Wissen