Een veelgevraagd man

Een Dichter des Vaderlands is een veelgevraagd man. Ook in de laatste maanden van zijn ambtstermijn. Ik hield onder andere toepasselijke voordrachten in de ziekenzalen van het nieuwe kleurrijke Martini Ziekenhuis in Groningen tijdens de patiëntenverwendag, in een oud kerkje in Winsum tijdens de kinderboekenmarkt en in Amsterdam tijdens de bureaudag van het organisatie- en adviesbureau Twynstra Gudde.

Dat was eerlijk gezegd een van de schaarse dieptepunten in mijn dichtersloopbaan: de organisatoren hadden bedacht dat ik mijn toespraak voor het personeel zou houden aan het eind van de lunch in de grote zaal van de Amsterdam Convention Factory terwijl de mensen aan de verspreide statafels nog bezig waren met hun laatste happen en slokken en gezellig gekeuvel. Ik had naar mijn eigen idee wel een amusante voordracht in elkaar gezet, maar als men niet wil luisteren praat je voor dovemansoren en wordt zo'n toepspraak een lijdensweg en alleen maar vol te houden vanwege het vooruitzicht van een royale vergoeding.

Een heel wat aandachtiger gehoor had ik onder andere in Groningen waar ik op 30 december van het vorige jaar een internationaal schaaktoernooi in het gebouw 'De Harmonie' mocht afsluiten. Ik droeg daar een aantal schaakgedichten voor en ik besloot met het ironische sonnetje 'Eindspel':

Wellicht doe ik het spel tekort,
Maar ik voel weinig sympathie
Wanneer ik hier de speelzaal zie
Waar zo verwoed gevochten wordt
En waar een stel fanatici
Verkrampt verschanst achter hun bord
Zich op elkanders stelling stort
Na dertig zetten theorie.

En zonder vorm van compromis
Slaan zij die stellingen aan gort
En dat noemt men geloof ik sport!

Nee, het heet hier De Harmonie,
Maar dat is juist waar het aan schort.
Dus zeg ik: Goddank, c'est fini!

Een mooie afsluiting van mijn vaderlandse dichterschap was ook een tweede bezoek aan de tbs-kliniek 'Veldzicht' in Balkbrug. Het was een kleine vier jaar geleden een van de eerste plaatsen waar ik in mijn nieuwe functie mijn poëzie mocht laten horen en de jury van de dichtwedstrijd voor de 'cliënten' mocht voorzitten en nu was het op 26 november 2008 ook een van mijn laatste bezoeken. De meeste honkvaste inwoners kenden me nog en ik werd als een oude vriend verwelkomd. Ik was bijna een van hen. Dat is volgens mij ook zo'n beetje de mening van een aantal schrijvende tegenstanders die de laatste tijd, nu mijn afscheid aanstaande is, weer enthousiast in de pen zijn geklommen. Zij schilderen mij andermaal vol enthousiasme af als een halve crimineel die door corruptie, nepotisme en omkoping aan zijn mooie titel is gekomen. De beroemde balpennen waarmee ik onder andere volgens Ramsy Nasr en Ilja Leonard Pfeiffer half Nederland heb omgekocht om op mij te stemmen beginnen mythische proporties aan te nemen en het laakbare feit dat ik indertijd een uitgebreide campagne gevoerd zou hebben voor mijn verkiezing (in wezen pure fake) wordt mij nogmaals tot vervelens toe van veel kanten als halve misdaad ingewreven. Dat veel stemmers mij wellicht gekozen hebben voor het soort poëzie dat ik schrijf, komt blijkbaar niet bij mijn opponenten op.

En ook de bloemlezing van de beste gelegenheidsgedichten die onder de titel Voor het vaderland weg, verzen op verzoek begin dit jaar bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar verscheen vond andermaal geen genade in de ogen van de critici. Het bontst maakte het De Volkskrant waarin een anonieme criticus de bundel kortweg naar de prullemand verwees met kwalificaties als 'flutrijmen' en 'stoplappen'. Enig voorbeeld werd er niet gegeven en zo had ik er weer niks aan, want ik doe juist mijn stinkende best het rijm zo vaardig en verrassend mogelijk te hanteren en alle stoplappen te vermijden. Want vormvaste poëzie is ook een hele kunst. Het blijft in elk geval raar: sinds mijn aanstelling als Dichter des Vaderlands wordt mijn werk zonder mededogen onderuitgehaald door een deel van de kritiek, terwijl ik daar tegenover bij (bijna) alle voordrachten en opdrachten in den lande positieve reacties en welgemeende complimenten krijg. Iemand zou mij die tegenstrijdigheid toch eens moeten uitleggen.

En als je dan in de pen klimt krijg je nog niet de ruimte om je mening kenbaar te maken. Ik schreef bijvoorbeeld naar aanleiding van een stuk van Ramsy Nasr in De Volkskrant van maandag 19 januari een weerwoord, maar de redactie vond het niet nodig dit weerwoord in de krant af te drukken. Nee, wat de media betreft gaan niet alle deuren voor de Dichter des Vaderlands open, in elk geval niet voor mij. Natuurlijk, ik ben in verband met mijn komende afscheid geïnterviewd door onder andere Intermediair, een paar omroepbladen en het Dagblad van het Noorden, maar voor een afsluitend vraaggesprek bij de meeste van onze landelijke bladen en trendy tv-praatprogramma's bestaat kennelijk geen belangstelling. Maar misschien komt die afnemende belangstelling voor de poëzie ook wel door de onnavolgbare en dubieuze procedure die is gevolgd om tot een opvolger te komen. Op 6 januari ben ik daarover in de Groningse sociëteit 'De Sleutel' in openbaar debat gegaan met Bas Kwakman, de directeur van Poetry International, de bedenker van deze procedure. Het was een amusant en soms fel debat en ik had het voordeel van een sympathiek thuispubliek, maar het verweer van Kwakman was eerlijk gezegd tamelijk zwak. Want de vrees die ik heb uitgesproken in 'Dichter in het Vaderland (19)' is bewaarheid. De royale keus van tien kandidaten is door de ondoorgrondelijke keuzecommissie teruggebracht tot vijf en de keus is nu naar mijn idee een beetje armzalig. Het is in elk geval volslagen onduidelijk waarom bijvoorbeeld bekende dichters als Heytze en Pfeijffer het niet gehaald hebben. En ook tijdens het debat wilde Kwakman geen enkele motivatie geven. Terwijl de kiezers wel gevraagd wordt niet alleen een stem uit te brengen, maar daar zelf wel een motivatie bij te geven. Dan telt die stem dubbel. Een dubieuze telling die als ze bij de landelijke verkiezingen zou worden ingevoerd een storm van verontwaardiging zou oproepen. Maar goed, gelukkig gaat het maar om de verkiezing van de Dichter des Vaderlands, dus zo erg is het ook allemaal niet, en het blijft te hopen dat een van de vijf overgeblevenen de mooie taak op een geheel eigen, goed manier overneemt. Al kon ik het niet laten bij de opname van een interview voor 'Een Vandaag' af te sluiten met het simpele rijmpje:

Het is wel democratisch, maar niet heus,
Want bij zo'n vreemde en beperkte keus
Wordt stemmen op z'n hoogst een wassen neus.

© Driek van Wissen