Tien stellingen bij het afscheid van Dichter in het Vaderland
Een Dichter des Vaderlands is een veelgevraagd man. Behalve dan aan het eind van zijn ambtsperiode. Toen is mij immers door de media niet of nauwelijks gevraagd naar mijn verrichtingen en bevindingen in de afgelopen vier jaar. Een degelijk interview van enige omvang en diepgang had redelijkerwijs tot de mogelijkheden behoord en eigenlijk had ik dat ook wel verwacht, maar afgezien van Opium Radio en de Wereldomroep heeft geen van onze spraakmakende radio- en tv-programma's er brood in gezien en evenmin ben ik hiervoor benaderd door een van onze grote landelijke dagbladen of tijdschriften. Zelfs NRC Handelsblad, toch een van de initiatiefnemers van het instituut van de Dichter des Vaderlands, heeft mij niet meer het laatste woord gegund. Het geeft natuurlijk wel aanleiding tot grotere bescheidenheid: zo belangrijk is het instituut nou ook weer niet en de nieuwswaarde blijft kennelijk gering, maar toch had ik mijn zegje graag gedaan. Gelukkig echter bestaat nog deze rubriek van de Koninklijke Bibliotheek, zodat ik alsnog in een tiental stellingen mijn mening kan geven over het Dichter-des-Vaderlandsschap in het algemeen en mijn persoonlijke ervaringen in het bijzonder.
1.
De eerste stelling ligt natuurlijk voor de hand. Die betreft de publieke berichtgeving. Ik heb veel aan de media te danken. Mijn zogenaamde verkiezingscampagne ruim vier jaar geleden (met de legendarische balpennen en al) bestond in feite niet, hoogstens als halve grap, maar is vooral gecreëerd door de media. Door de landelijke aandacht heb ik heel wat stemmen getrokken, net zo goed als bij de afgelopen verkiezingen de polemiek in de Volkskrant tussen Nasr en Bruinja beiden (en vooral Nasr) geen windeieren heeft gelegd. En omgekeerd kan ik het verwijt dat mij het laatste jaar wel eens gemaakt is, dat ik als Dichter des Vaderlands zo goed als onzichtbaar werd, ook weer doorschuiven naar dezelfde media. Ik ben vlijtig als dichter in de weer gebleven, maar de berichtgeving was schaars en als ze er al was, was ze doorgaans negatief. Zo zie je maar, een Dichter des Vaderlands is en blijft afhankelijk van de media.
2.
Vaak is mij door goedwillende vrienden en bekenden bezorgd gevraagd of ik niet te zeer gebukt ging onder de negatieve kritiek die mij publiekelijk ten deel is gevallen. Kwalificaties als 'rijmelaar' en 'sinterklaasdichter' werden al snel voor mij een epitheton ornans. En naar waarheid heb ik steeds geantwoord dat dit niet het geval was. Dit vanwege meer dan voldoende tegengif. Mede door mijn mooie functie was ik namelijk zeer dikwijls in de gelegenheid mijn gedichten voor zeer uiteenlopende gezelschappen ten gehore te brengen en telkenmale kon ik mij verheugen in een ongeveinsde positieve waardering. Dikwijls ook van mensen die met een zekere tegenzin en in elk geval met een ingebakken vooroordeel mij het oor hadden geleend en die mij na afloop verzekerden dat zij aangenaam verrast waren omdat poëzie ook begrijpelijk, treffend en vermakelijk kon zijn. Ook de vele spontane mailtjes die ik rond mijn abdicatie van allerlei onbekenden mocht ontvangen, bevestigden dit beeld. Er bestaat kortom een kloof tussen de officiële waardering voor de poëzie van een handjevol min of meer deskundige critici en de stem des volks, een kloof die een Dichter des Vaderlands zou kunnen overbruggen.
3.
Dat ik de kritiek op mijn gedichten met gemak langs mijn koude kleren heb laten afglijden komt ook door het feit dat die kritiek bijna altijd ongemotiveerd was. Het bleef doorgaans bij de eerdergenoemde kwalificaties met dan vaak als onmiddellijke conclusie: 'dat is geen poëzie'. Dit zonder een fatsoenlijke definitie van wat dan wel poëzie is. De criticus bedoelt hier natuurlijk dat de betreffende poëzie niet in zijn straatje past. En ik vrees dat dit soort critici mede vanwege hun vooringenomenheid niet de bereidwilligheid en de kennis bezitten om sowieso een afgewogen oordeel over de vormvaste poëzie te geven. Bij zulke kritiek zouden de vormvaste dichters gebaat zijn. Het omgekeerde komt trouwens eveneens voor: ik zou ook de mensen niet de kost willen geven die van de meer hermetische en niet-vormvaste gedichten beweren dat dat geen poëzie is. Ook dat is kortzichtig en hoogmoedig. Het wereldje van de dichtkunst is gelukkig zeer divers. Wij kennen vele soorten poëzie die naast elkaar evenveel bestaansrecht hebben en een Dichter des Vaderlands dient die mening te ondersteunen.
4.
Als Dichter des Vaderlands heb ik op veel podia gestaan en heb ik bij zeer veel verschillende en vaak zeer bijzondere gelegenheden acte de présence gegeven. Soms mede voor eigen gewin, soms niet. In deze rubriek heb ik daar vele voorbeelden van gegeven. Ik hoop zo een aantal mensen wat meer gevoel voor poëzie te hebben bijgebracht. Nu zijn er bij de afgelopen verkiezing van de Dichter des Vaderlands bijna drie keer zoveel stemmen uitgebracht als vier jaar geleden. Bas Kwakman van Poetry International schrijft dit op zichzelf gunstige verschijnsel geheel en al toe aan de nieuwe procedure en de publiciteit daaromheen. Maar ik durf (in alle bescheidenheid) ook wel de stelling aan dat de toegenomen interesse wellicht ook voor een (klein) gedeelte te danken is aan de activiteiten van de Dichter des Vaderlands in de afgelopen vier jaar.
5.
Voorafgaande aan de afgelopen verkiezing van de Dichter des Vaderlands is de hele procedure op de schop gegaan. Door een via coöptatie samengestelde commissie is allereerst een profielschets voor mijn opvolger/opvolgster opgesteld. Op zichzelf natuurlijk loffelijk, maar over wat de functie zelf inhoudt, is klaarblijkelijk amper gesproken. Bij mijn aanstelling (en die van Gerrit Komrij) is nog geëist dat wij tenminste vier gedichten per jaar aan NRC Handelsblad moesten leveren en de poëzie zoveel mogelijk moesten bevorderen, maar zelfs van deze eisen heb ik de afgelopen tijd weinig meer vernomen. Terwijl het toch een interessante kwestie betreft. Zo heeft de (door zichzelf) gedroomde kandidaat Ilja Leonard Pfeijffer in een interview aangegeven dat hij bij een mogelijke verkiezing zeker niet (zoals ik) een gedicht zou maken bij de eerste oranje brievenbus van TNT Post en mijn voorganger Gerrit Komrij stelde nog kort geleden in de HP dat hij het allerminst de taak van een DdV vond om te gaan voordragen in bejaardenhuizen en jeugdhonken (wat ik wel gedaan heb). Daar kan men dus verschillend over denken en het was wellicht zinvoller geweest dat de commissie meer tijd had besteed aan een fatsoenlijke taakomschrijving dan aan een (tamelijk loze) profielschets. Je stelt toch ook geen personeelsadvertentie op met alleen de eisen waar de toekomstige werknemer aan moet voldoen, terwijl zijn toekomstige werk geheel en al onduidelijk blijft. Nee, er zou op z'n minst eens een zinnige discussie gevoerd moeten worden over de inhoud van de functie van Dichter des Vaderlands.
6.
De vijf personen, die uiteindelijk dankzij een in nevelen gehulde beslissing van de selectiecommissie waardig waren bevonden om mij op te volgen, hebben trouwens wel pogingen gedaan de taak van de Dichter des Vaderlands dan zelf maar in te vullen. Ze mochten immers op de verkiezingswebsite hun plannen kenbaar maken en dat hebben de meesten ook braaf gedaan. Het was bijna aandoenlijk, de meest stoutmoedige plannen zijn uit de hoge hoed getoverd: van het opzetten van allerhande gedurfde onderwijsprojecten en voorstellen om poëzieprogramma's op de televisie in het leven te roepen tot het lumineuze idee toe om met een bus vol dichters door de achtergebleven gebieden van ons vaderland te reizen. Op zichzelf sympathieke toekomstplannen, maar naar mijn overtuiging misplaatst. Een Dichter des Vaderlands is nu eenmaal geen projectontwikkelaar, programmeur of reisleider. Zelf heb ik trouwens de fout ook gemaakt. Kort na mijn verkiezing heb ik wel eens gemompeld dat ik eigenlijk wel een landjuweel voor amateurdichters in het leven zou willen roepen, maar het is gelukkig bij het gemompel gebleven. Ik begreep al gauw dat ik voor zo'n gigantisch project de aanleg noch de mogelijkheden bezat. Daar zijn andere mensen voor. Ik heb derhalve mijn activiteiten vooral beperkt tot het maken van gedichten, dat is nu eenmaal de eerste taak van een dichter. Gelukkig hebben sommige kandidaten die taak ditmaal bij hun planning ook voorop gesteld. Een Dichter des Vaderlands moet eerst en vooral zijn best doen om deugdelijke gelegenheidsgedichten te maken.
7.
En hij moet natuurlijk ook bereid zijn om die gedichten bij de bestemde gelegenheid te laten horen. Dat wordt algemeen verwacht. Ik heb in mijn ambtsperiode in ieder geval dikwijls meegemaakt dat de organisatoren van een congres, een jubileum, een opening, een demonstratie, een benefietdiner of wat voor speciale bijeenkomst ook er met onverholen trots melding van maakten dat de Dichter des Vaderlands in hun midden was en dat deze dichter ook bereid wat met een gelegenheidsgedicht de bijeenkomst meer glans te geven. Dus dat doe je dan. Het is goed voor de gelegenheid en hopelijk ook voor de poëzie. Het doel heiligt de middelen. Natuurlijk, een heleboel andere dichters hadden net zo goed (of misschien nog wel beter) een toepasselijk gelegenheidsgedicht kunnen maken, maar de fraai klinkende titel geeft gek genoeg blijkbaar toch een zekere meerwaarde. Een Dichter des Vaderlands versterkt het decorum.
8.
Een van de eisen in het profiel van de nieuwe Dichter des Vaderlands was dat hij de functie serieus moest nemen. Ik heb me daar nogal over verbaasd. Het lijkt namelijk eerlijk gezegd een open deur. Net als bij andere sollicitaties ga je er toch van uit dat iemand zich niet zomaar uit ongein kandidaat stelt. En ik ben eigenlijk wel benieuwd waarom deze in wezen overbodige eis met zoveel woorden is geformuleerd, maar ja, de commissie in kwestie heeft op geen enkele wijze verantwoording afgelegd, ook wat dit aangaat niet. Misschien, zo heb ik wel eens op een onbewaakt ogenblik gedacht, ligt er ook nog een impliciet verwijt in mijn richting aan ten grondslag. Ik ga namelijk niet alleen door het leven als lightversedichter die in zijn verzen wel eens een grapje maakt, ik heb wellicht ook wel eens een keer de functie van Dichter des Vaderlands een beetje gerelativeerd. En dat bewust. Ik heb immers geen moment gedacht dat ik na mijn verkiezing opeens de beste en belangrijkste en meest toonaangevende dichter van Nederland was, de functie is niet meer en niet minder dan een leuk initiatief waarbij de uitverkorene dankzij zijn mooie titel, die als archaïsme ook een zekere ironie in zich draagt, op allerlei speciale momenten mag opdraven en zijn kunstje mag doen. Maar dat dan natuurlijk wel met inzet en respect voor de organisatie en de toehoorders. Maar het rijke Nederlandse dichterleven gaat rondom hem gewoon door. En dat zal ook zo zijn na de uitverkiezing van Ramsey Nasr. Wat dat betreft wordt de functie bijvoorbeeld door Kader Abdolah ernstig overschat. Hij schreef in zijn column in de Volkskrant dat er met de verkiezing van Ramsey Nasr een positieve omwenteling in Neêrlands dichterland had plaatsgevonden, maar zo ingrijpend is het dunkt mij allemaal niet. En ik neem aan dat Ramsey Nasr dat ook wel begrijpt. Een Dichter des Vaderlands moet zijn functie niet al te serieus nemen.
9.
Over het feit dat de nieuwe procedure om een opvolger voor mij te vinden weinig gelukkig was is eigenlijk (bijna) iedereen het wel eens en zelf heb ik er ook genoeg over gezegd. Vooral de inkorting van de zogenaamde longlist van tien aangewezen kandidaten tot een shortlist van vijf was onnodig grievend voor de vijf afvallers en bovendien onnavolgbaar en dat bleef ook zo omdat de commissie het hardnekkig vertikte enige toelichting te geven. En dat terwijl van de kiezers wel verwacht werd dat zij hun stem zouden motiveren, dan zou die stem tenminste dubbel tellen, een twijfelachtige vondst die in de politiek geen navolging verdient. Maar goed, het moet over vier jaar dus weer anders, maar hoe, daar moet nog maar eens goed over worden nagedacht. Alleen is het nog niet duidelijk door wie. Want wellicht is het zinvol om het automatisme dat Poetry International het voortouw neemt en een erg dikke vinger in de pap heeft te doorbreken. Het zou in elk geval geen kwaad kunnen om ook het advies in te winnen van een aantal gerenommeerde dichters en misschien ook van de Vereniging van oud-Dichters des Vaderlands. Zo zou er volgende keer een opener verkiezing kunnen plaatsvinden, maar ook een directe benoeming van een nieuwe Dichter des Vaderlands sluit ik niet uit. Hoe het ook zij, de mooie traditie dat elke keer de procedure bij de uitverkiezing van de Dichter des Vaderlands gewijzigd wordt, dient in stand te worden gehouden.
10.
Maar goed, laat de procedure dan rammelig geweest zijn, het is ook niet zo dat daardoor de democratische fundamenten onder onze rechtsstaat zijn weggehaald. Er hebben uiteindelijk 20.000 mensen hun stem uitgebracht. Dat houdt dus volgens Bartje in dat 1 op de 800 Nederlanders zich geroepen heeft gevoeld een nieuwe Dichter des Vaderlands te kiezen. Het geeft duidelijk het bescheiden belang aan. Maar het aantal stemmers moge dan beperkt zijn geweest (bij mij was het nog minder), uiteindelijk is wel met een ruime meerderheid Ramsey Nasr tot Dichter des Vaderlands 2009-2013 verkozen. En ook de reacties na afloop van de verkiezing waren positief. Velen bleken tevreden met de keuze, vooral diegenen die sinds jaar en dag behoren tot de tamelijk selecte groep van doorgewinterde poëzieliefhebbers. Nasr heeft dus een mooi draagvlak, al schuilt er het gevaar in dat hij zich zou kunnen laten koesteren in kleine kring en vooral een dichter voor dichters wordt. Maar gelukkig heeft Ramsey in zijn 'beginselprogramma' een ander geluid laten horen: hij wil Nederland in, en op zo veel mogelijk plaatsen zoveel mogelijk mensen met de poëzie laten kennismaken. Daarom verdient de nieuwe Dichter des Vaderlands een heleboel krediet en waar nodig voldoende steun.
© Driek van Wissen