Huurmarkt en Hellevoetsluis
Een Dichter des Vaderlands is een veelgevraagd man. Al blijft het natuurlijk steeds de vraag of hij bij bepaalde uitnodigingen gevraagd wordt in zijn hoedanigheid van Dichter des Vaderlands of op persoonlijke titel.
Natuurlijk, de vererende opdracht om onze succesvolle wintersporters bij hun terugkeer per trein tijdens de officiële huldiging in Zwolle op 27 februari jongstleden in sonnetvorm toe te spreken, had ik enkel en alleen aan mijn half-en-half officiële status te danken. Het was een korte doch krachtige vrolijke bijeenkomst op een plein vol sportfans met volgens mij weinig ontwikkelde voelsprieten voor poëzie, maar dat mocht de pret niet drukken. Het is dunkt me te veel gevraagd om te verwachten dat er dan echt naar je geluisterd wordt. Maar een optreden van de Dichter des Vaderlands geeft toch wel enig cachet aan zo’n bijeenkomst. Hetzelfde was trouwens het geval bij de grote demonstratie op de Dam te Amsterdam van de Woonbond op 8 april. Ook daar gaf ik acte de présence. Niet dat men mij voortaan bij elke demonstratie op de barricaden zal zien, liever niet, ik ben niet zo dol op demonstraties, maar in dit geval was de leus 'Houd de huren betaalbaar!' mij zo sympathiek dat ik een dichterlijk steentje heb bijgedragen. In een korte cyclus van 2 gedichten sloot ik mij aan bij het verzet tegen de plannen tot liberalisering van de huurmarkt van VVD-minister Dekker. Het tweede gedicht luidde als volgt:
Volledig in de geest van haar partij
Wordt ons een vrije huurmarkt opgedrongen,
Maar daar heeft enkel maar een vrije jongen
Als rijke huisjesmelker voordeel bij:
Straks stijgt de huurprijs met enorme sprongen
En in zo’n liberale maatschappij
Zijn dus de huren helemaal niet vrij,
Maar voor de huurder zonder meer gedwongen.
De vrijheid die de huurder dan nog rest
Is godzijdank de vrijheid van protest
Tegen de plannen van ons kabinet.
Die plannen zijn in Nederland niet haalbaar
Wanneer de huurder zich massaal verzet.
Dan houden wij de huren hier betaalbaar.
Geen gedicht voor de eeuwigheid, daarvoor is het te zeer op de politieke actualiteit gericht, maar voor zo’n demonstratie goed genoeg, ook al omdat het geloof ik voor de organisatoren belangrijker is dat de Dichter des Vaderlands iets zegt dan wat hij zegt.
Niet alleen bij politieke actie wordt er trouwens wel eens een beroep op de Dichter des Vaderlands gedaan, ook bij de liefdadigheid. Een bekend fenomeen is bijvoorbeeld het liefdadigheidsdiner. Het procédé is steeds hetzelfde: voor een of ander goed doel hijsen een aantal zeer gegoede burgers zich in smoking of galajurk en dan doen ze zich tijdens een galadiner in een chique locatie een avond lang gezamenlijk te goed aan een veel te dure maaltijd. En dat doen ze graag, want het batige saldo van zo’n avond wordt goed besteed, aan pakweg een nieuw Ronald McDonaldhuis of een speciale kinderkliniek. Dus hebben de deelnemers zowel een gezellige avond als later ook het bevredigende gevoel dat zij weldoeners van de mensheid zijn geweest. En als klap op de vuurpijl worden de gasten ook nog een vermaakt door een keur aan artiesten, bijvoorbeeld de Dichter des Vaderlands.
Want voor zo’n goed doel kun je natuurlijk niet nee zeggen. Bovendien lever ik meestal ook nog een exemplaar van mijn verzameld werk met een kort gelegenheidsvers voor de onvermijdelijke veiling na afloop van het diner en dat boek krijgt dan doorgaans voor een zeer royaal bedrag een nieuwe eigenaar. En zo word ik zelf ook automatisch weldoener der mensheid. Bijvoorbeeld op 6 april tijdens het galadiner voor het Rode Kruis in Winschoten waar als ik het wel heb geld werd ingezameld voor een speciale bus voor zieke kinderen.
Maar andere optredens hebben weinig met mijn tijdelijke titel te maken. Dan ben ik eerder een soort taalcabaretier die het publiek in proza toespreekt, bijvoorbeeld de oogartsen tijdens een oogheelkundig congres in Groningen (22 maart) over ogen en lenzen, of de ambtenaren van Sociale en Zaken en Werkgelegenheid tijdens een symposium in Amsterdam (12 april) over klantgerichtheid. Of ik grijp terug op mijn oude rol van taalpurist en bind samen met het sympathieke en grappige Ampsing Genootschap uit Haarlem de strijd aan tegen de Engelse leenwoorden in het Nederlands. Dit tijdens een literaire salon op 16 maart in Delft.
En soms ben ik ook nog een halve schoolmeester. Wie eenmaal werkzaam geweest is in het onderwijs voelt tot aan zijn laatste snik het onderwijzersbloed door zijn aderen stromen. Daarom treed ik ook met een zekere regelmaat graag op als explicateur bij een smartlappenmeezingavond. Samen met een accordeonspeler (Peter van Os) en een voorzanger (Koos Huizenga) brengen wij overal in het land een smartlappenprogramma aan de man en de vrouw. Ik vertel iets over de geschiedenis, de subgenres en de waardering in de loop der tijden en vervolgens wordt het publiek aangespoord uit volle borst een aantal evergreens uit het smartlappenrepertoire mee te zingen.
Men doet dat graag. Want de tekst van onze nationale smartlappen mag dan zeer wisselend van kwaliteit zijn, de liederen spreken zeer direct aan en ze zijn vaak zo droevig dat men een glimlach niet onderdrukken kan. En de beste smartlappen (bijvoorbeeld 'Het hondje van Dirkie') zijn kleine juweeltjes die niet onderdoen voor sommige evergreens in de poëzie. Wat ook blijkt uit het feit dat bijna iedereen de teksten voor het grootste deel uit het hoofd kent. Al worden dit soort avonden of middagen hoofdzakelijk bezocht door mensen boven de vijftig en heb ik ook nog nooit een nieuwe Nederlander in de zaal aangetroffen. Wellicht dat het dan ook een goed idee is om eens een keer een paar nieuwe smartlappen te schrijven waar een zielige allochtoon of asielzoeker een mooie hoofdrol in speelt.
Hoe het ook zij, na een middag of avond vol inhoudelijke ellende gaat ons publiek gewoonlijk dankbaar en opgewekt weer naar huis. Ik spoor ze daar trouwens ook in een afsluitend gelegenheidsgedicht toe aan. Bijvoorbeeld bij ons optreden enige tijd geleden in Hellevoetsluis:
Wij zijn nu aan het eind, Hellevoetsluis,
Van kommer en verdriet en tegenspoed,
Van dooie moeders en soldatenbloed
En arme vaders aan de drank incluis.
Uw tranen stroomden vast in overvloed
En als u had gehoopt op feestgedruis
Dan was u hedenmiddag hier abuis,
Maar als u dol op leed bent, zat u goed.
Doch ook al schoot u vol in uw gemoed
Straks bent u weer het zonnetje in huis
En op de deurknop na de leukste thuis.
Verhef u daarom fluks uit uw fauteuils,
Grijp naar uw jas, uw wanten en uw hoed
En ga blijmoedig derwaarts. Wees gegroet!
© Driek van Wissen