Dit dossier is bijgewerkt tot 24 augustus 2006.
Al veertig jaar lang schrijft en tekent Martin Lodewijk (geboren 30 april 1939) de avonturen van geheim agent Hendrik IJzerbroot, beter bekend onder zijn codenaam Agent 327. Iedere keer als het land in gevaar dreigt te komen, wordt hij er op uitgestuurd om ervoor te zorgen dat de Nederlandse bevolking weer rustig kan slapen.
In het ooit roemruchte stripweekblad Pep beleefde Agent zijn eerste avontuur als reactie op de overdaad aan spionagefilms en tv-series die er midden jaren zestig waren. Series als Get Smart en uiteraard de James Bond-films. Toch was het niet - zoals vaak wordt aangenomen - James Bond waar Lodewijk zich op baseerde maar de Amerikaanse televisie serie Peter Gunn (geregiseerd door Blake Edwards). De serie zelf is nooit uitgezonden in Nederland, maar Lodewijk las erover in het blad Life en zag in Gunn het ideale uiterlijk van IJzerbroot.
Aanvankelijk maakte Lodewijk korte verhalen van steeds vier pagina’s (eenentwintig in totaal), maar in 1968 waagde hij zich voor het eerst aan een lang verhaal, Dossier Stemkwadrater, dat eveneens in Pep verscheen. Waren de korte verhalen hoofdzakelijk anecdotisch van aard, in dit lange verhaal kon hij zich helemaal uitleven in de plot en in een lange reeks grappen en verwijzingen naar het spionage-genre. De schurk uit het verhaal heet bijvoorbeeld Dr. Maybe, er was tenslotte al een Dr. No en zelfs een Dr. Yes. Vanaf dat moment zou Lodewijk hoofdzakelijk nog lange verhalen maken, die zich over de hele wereld afspeelden. De verhalen werden ook steeds meer satirisch en stoelden minder op het spionage-genre. In 1975 werd het stripblad Pep opgeheven en ging samen met Sjors over in het nieuwe blad Eppo. Frits van der Heide was hoofdredacteur van dit nieuwe periodiek en Martin Lodewijk werd aangesteld als art-director. Samen zetten ze het blad op poten. Uiteraard verhuisde Agent 327 mee naar de Eppo, maar er moesten ook talrijke nieuwe series worden opgezet. Lodewijk speelde daarbij een belangrijke rol en stond aan de wieg van series als Steven Severijn en Storm. Vooral die laatste zou een serie van wereldfaam worden, niet in het minst door de verbluffende, in kleur geschilderde tekeningen van de Engelsman Don Lawrence. Lodewijk had het liefst de serie ook zelf geschreven, maar door zijn drukke werkzaamheden heeft hij in die tijd alleen het tweede verhaal geschreven. Na een hele rij verschillende schrijvers heeft hij uiteindelijk vanaf deel tien de scenario’s voor zijn rekening genomen en de science-fiction strip in Nederland op een nieuw plan gebracht.
Ondertussen schreef en tekende hij lustig door aan Agent. Hij stuurde IJzerbroot naar Paaseiland, Zuid-Amerika, maar ook naar Amsterdam waar hij de diefstal van de Nachtwacht - en de Staatsgeheimen die op de achterkant waren geplakt! - wist op te lossen. Tot 1983, want toen verdween Agent van het toneel. Tijdelijk, zo bezwoer Lodewijk, maar het zou tot 2000 duren eer Agent 327 weer volledig werd gereanimeerd.
Sindsdien beleeft Hendrik IJzerbroot met regelmaat zijn avonturen in het Algemeen Dagblad. Dat hij inmiddels veertig jaar ouder is geworden, is hem zeker niet aan te zien, en hij staat nog steeds zijn mannetje.
De verhalen van Agent 327 zijn over de hele wereld gepubliceerd, zowel in tijdschrift- als boekvorm. Martin Lodewijk kreeg in zijn lange loopbaan menige prijs uitgereikt, waaronder de Stripschapprijs en voor Agent 327 maar liefst drie Stripschappenningen voor beste album van het jaar. In 2005 hing zijn werk in het Van Gogh Museum in Amsterdam en hij staat ook in het Guiness Book of Records als maker van het kleinste stripboekje ter wereld: Dossier minimium bug, uitgegeven in 1999.