Dit dossier is bijgewerkt tot 7 november 2009
In 2009 herdenken de remonstranten de vierhonderdste sterfdag - 19 oktober 1609 - van hun geestelijk vader, de Nederlandse theoloog Jacobus Arminius. Zijn ideeën van relativering, eigen inbreng en vredelievendheid in het geloof zouden na zijn dood tot een scheuring leiden in de Nederlandse calvinistische staatskerk.
Arminius: een vredelievend waarheidszoeker
Sinds 1588 was Arminius predikant van de gereformeerde staatskerk te Amsterdam. Hij moet een opgewekt en beminnelijk man zijn geweest, die niet alleen scherp kon redeneren maar ook goed musiceren. Zijn opleiding had hij gevolgd aan de calvinistische bolwerken te Leiden en Genève, maar bij hem ging de persoonlijke overtuiging boven de orthodoxie. Zijn Amsterdamse stadsgenoten noemden hem ‘de vijl der waarheid’, omdat hij in zijn bijbelinterpretatie de onderste steen boven haalde. Maar volgens hem was het toch mogelijk om in een goede verstandhouding van mening te verschillen.
"Omtrent voorbeschikking, erfzonde en vrije wil wordt bij ons veel getwist.Ik kan er niet uit wijs worden, hoe ijverig ik ook de Schrift en haar uitleggers bestudeer en God bid om licht" schreef Arminius in 1591 aan zijn vroegere leermeester Grynaeus te Basel.
Predestinatie, gerechtigheid en vrije wil
Arminius worstelde met de predestinatieleer (de leer van voorbestemming of uitverkoren zijn) die door Calvijns opvolger, Theodore Beza, extra was aangescherpt. Volgens Beza had God al vóór de schepping en de zondeval beschikt wie gered of verdoemd zou worden. Arminius miste in deze opvatting Gods rechtvaardigheid, de genade en de vrije wil om te geloven. Hij vond een tussenoplossing: God redt diegenen van wie hij weet dat zij zullen gaan geloven en hij laat alleen diegenen vallen die zijn aanbod verwerpen. Zo hield de mens een eigen verantwoordelijkheid in de relatie tot God.
"Wat dan, zo vraagt ge, doet de vrije wil? Mijn antwoord is kort: zij redt. Neem de vrije wil weg en er blijft niets over om gered te worden. Neem de genade weg en er blijft niets over als bron van redding." (Arminius, Disputatie 23 juli 1605)
Strijd met Franciscus Gomarus
In 1603 was Arminius op uitdrukkelijk verzoek van de Leidse curatoren aangesteld als hoogleraar theologie te Leiden. Hij moest als ‘rekkelijke’ (liberale) theoloog tegenwicht bieden aan zijn ‘precieze’ (orthodoxe) collega Franciscus Gomarus. Dat lukte, maar niet zonder strijd. Arminius en Gomarus vochten hun geschillen uit in openbare disputaties, waarbij ook hun studenten een rol speelden. In zijn kritiek op Arminius ging het Gomarus niet alleen om diens afwijkende interpretatie van de predestinatie. Belangrijker was dat Arminius de Nederlandse geloofsbelijdenis en de catechismus op het punt van de predestinatie wilde veranderen. Deze geschriften waren volgens Arminius, anders dan de bijbel, door mensen gemaakt en daarom voor verbetering vatbaar. Dit ging Gomarus en de preciezen veel te ver. Er werd een lastercampagne tegen hem op touw gezet. Arminius wilde zich verantwoorden voor een nationale synode. In een vergadering van de Staten van Holland sprak hij in 1608 zijn Verclaringhe uit, waarin hij zijn kritiek op de predestinatieleer uiteenzette en nog eens aandrong op de herziening van de Nederlandse geloofsbelijdenis en de catechismus. Een jaar later overleed hij.
1619: Kerkscheuring en oprichting van de Remonstrantse Broederschap
Na Arminius’ dood in 1609 stelde zijn vriend Johannes Wtenbogaert (1557-1644), een Remonstrantie op, met het verzoek de Nederlandse geloofsbelijdenis op twee punten te herzien. Het ging daarin om meer gezag van de staat over de kerk en erkenning van Arminius’ kritiek op de leer van de predestinatie. De Remonstrantie werd door 44 predikanten ondertekend en op 14 januari 1610 door Oldenbarnevelt bij de Staten ingediend. De gomaristische partij presenteerde daarop een Contra-Remonstrantie, waarin het wijzigen van de Nederlandse geloofsbelijdenis werd afgewezen. Het conflict kreeg een politieke dimensie en bracht het land op de rand van een burgeroorlog. Toen stadhouder Maurits in 1617 de kant van de contra-remonstranten koos, was het pleit snel beslecht. De arminianen werden voortaan uit bestuursfuncties gehouden en de Dordtse Synode veroordeelde in 1619 de remonstranten als ketters. Wtenbogaert stichtte met de andere verdreven predikanten in 1619 te Antwerpen een nieuwe kerk: de ‘Remonstrantse Broederschap’.
Invloed in Europa en Noord-Amerika
In Nederland koesteren de remonstranten nog steeds Arminius’ ideeën van verdraagzaamheid en vrije wil, maar zijn naam is in de vergetelheid geraakt. De remonstranten voelen zich meer verbonden met de Remonstrantie die door Wtenbogaert is opgesteld. Aan het proteststuk dat in 1618/19 tot de kerkscheuring leidde, ontlenen zij hun naam. In het buitenland leeft Arminius’ naam nog wel voort in de term ‘arminianisme’. Arminius’ geestverwanten zijn op het Europese vasteland, in Engeland en in Noord-Amerika te vinden.
Plaatsen waar het werk van Arminius bewaard wordt
Het merendeel van het werk van Arminius ligt in de universiteitsbibliotheken van Amsterdam, Leiden en Dublin. De Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bezit enkele brieven en pamfletten met disputaties. In de collectie ‘Alba amicorum’ bevinden zich albums met inscripties van zijn hand. (Zie bij de links hieronder)
Literatuur
Titels over Arminius