Vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid zal de koningin niet snel spontaan in het openbaar iets zeggen, behalve een dankwoordje na afloop van de Koninginnedag-viering. Als ze zich onderhoudt met mensen op een receptie, opening, staatsbezoek of andere semi-openbare bijeenkomst, is het niet de bedoeling dat men haar woorden letterlijk citeert. Gebeurt dat wel, dan bestaat de kans op een heus relletje. Het beroemde voorbeeld is haar uitspraak ‘de leugen regeert’ die eind 1999 letterlijk werd opgetekend in de NRC. Een onvoorbereide uiting van de koningin zullen we daarom niet vaak te horen krijgen; zij spreekt uit hoofde van haar functie, doordacht en overwogen, en haar toespraken worden vooraf afgestemd met de minister-president en de RVD.

De koningin spreekt mensen toe in beslotenheid of in het openbaar, maar ook in het laatste geval kan het grote publiek hier lang niet altijd kennis van nemen. Een verhaal over de relatie tussen twee landen tijdens een staatsbanket – hiervan wordt hooguit een tweeregelige samenvatting gegeven als foto-onderschrift. Een openbare rede zoals de toespraak tot het Europees Parlement (2004) krijgt in de pers al meer aandacht, en sommige andere toespraken worden in extenso weergegeven of uitgezonden. Elk jaar spreekt zij de Troonrede uit ter gelegenheid van de opening van het parlementair vergaderjaar. In principe richt zij zich tot de verenigde vergadering van de Staten-Generaal, maar iedereen kan kennis nemen van de inhoud door publicatie en commentaar in de geschreven en gesproken pers. Uiteraard wordt hierin het regeringsstandpunt ten aanzien van lopende kwesties toegelicht, en is inbreng van de koningin onzichtbaar. Een symbolische toespraak – een heel andere symboliek komt tot uiting in haar jaarlijkse Kersttoespraak. Deze overdenking tijdens de donkerste dagen van het jaar over het licht dat komen gaat, richt de koningin tot alle landgenoten. Ze benadrukt dat door haar muziekkeuze, waarmee ze elk jaar een andere bevolkingsgroep net iets meer aandacht geeft.   

De koningin spreekt als staatshoofd de mensen toe, maar het liefst willen die mensen iets persoonlijks van haar horen. Haar vijfentwintigjarig jubileum wordt gemarkeerd door twee toespraken: die bij de inhuldiging op 30 april 1980 te Amsterdam, en het dankwoord na de toekenning van het eredoctoraat door de Universiteit Leiden op 8 februari 2005. Over de interactie met wie haar horen sprak ze in dit dankwoord: “Ik ben mij ervan bewust dat het ambt alles om mij heen beheerst, actie en reactie bepaalt en woord en daad kleurt. Het koningschap legt beperkingen op, maar schept ook mogelijkheden. Het blijft een voortdurende uitdaging hieraan een maatschappelijke èn persoonlijke invulling te geven.” Proberen het midden te houden tussen functioneel en persoonlijk zal haar niet altijd makkelijk vallen. In haar Kersttoespraken komen vooral de laatste jaren verwijzingen voor naar persoonlijk verdriet én vreugde, vaak veralgemeend waardoor eenieder zich er wel in kan herkennen. Wie meer van de vrouw achter de koningin wil zien, is aangewezen op de aankondigingen van verlovingen, de zeldzame tv-interviews die ze geeft en een enkele toespraak waarin ze ongestraft een persoonlijke voorkeur kan laten blijken. Een mooi voorbeeld is de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren aan de door haar bewonderde schrijfster Hella Haasse in 2004.

De mensen die echt met haar als belangstellende vrouw in gesprek zijn, zijn degenen die daar niet over willen en zullen spreken in het openbaar. Dat zijn de slachtoffers en nabestaanden van ingrijpende gebeurtenissen (Bijlmerramp, vuurwerkramp in Enschede, Nieuwjaarsbrand in Volendam, de tsunami) tot wie de koningin woorden van troost en medeleven spreekt. De symbolische functie bij uitstek, voor niet-betrokkenen onhoorbaar.

Literatuur

Officiële toespraken sinds april 1999 zijn te vinden op de website www.koninklijkhuis.nl.  
Ter gelegenheid van het twaalfeneenhalfjarig regeringsjubileum verscheen: Het Staatshoofd spreekt; een keuze uit de toespraken van Koningin Beatrix en Prins Claus, samengesteld en ingeleid door Willem Breedveld. Den Haag, SDU, 1992.