“De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk”. Dit grondwetsartikel uit 1848 over de staatsrechtelijke positie van de vorst of vorstin geldt nog steeds. Bij haar inhuldiging in 1980 zwoer Beatrix trouw aan de grondwet. Daarmee nam ze tevens de verplichtingen op zich die bij het ambt van staatshoofd horen.
In Nederland maakt het staatshoofd deel uit van de regering. Het is in die hoedanigheid dat de koningin jaarlijks de Troonrede voorleest. Terwijl kabinetten met hun politiek geharrewar komen en gaan, is de koningin, zowel als institutie als in persoon, de meest constante factor in de regering. Beatrix heeft tot aan haar 25-jarig jubileum tien kabinetten meegemaakt: Van Agt I, II en III, Lubbers I, II en III, Kok I en II en Balkenende I en II. Elke maandagmiddag voert zij overleg met de minister-president. Daarbij komen lopende regeringszaken aan de orde, maar ook algemene maatschappelijke kwesties en aangelegenheden van het koninklijk huis waarvan de premier op de hoogte moet zijn.
Bij zulke frequente en langdurige contacten gaan persoonlijke verhoudingen een belangrijke rol spelen. De koningin heeft nadrukkelijk gekozen voor een inhoudelijke, professionele invulling van haar functie en wil grondig geïnformeerd worden. Dat sloot uitstekend aan bij de werkwijze van premier Lubbers. Ook met Kok kon zij goed overweg, al bood hij de koningin wat minder ruimte. Maar premier Van Agt, die niet bekend stond om zijn dossierkennis, omschreef zijn wekelijkse bezoeken aan de koningin eens als “tentamen doen”. Overigens worden er over de inhoud van gesprekken met de koningin nooit mededelingen gedaan. De koningin luistert, stelt vragen, geeft advies, doet suggesties en waarschuwt, maar welk aandeel zij in het regeringsbeleid heeft, dient binnenskamers en buiten politieke discussie te blijven. Dat is het “Geheim van Paleis Noordeinde”. Met die geheimhouding is het opmerkelijk zelden misgegaan. Minister Van Mierlo liet zich eens ontvallen dat het openen van een ambassade in Jordanië een idee van de koningin was geweest en werd daarvoor op zijn vingers getikt. Heikeler was de opmerking van de Amerikaanse presidentskandidaat Jesse Jackson in 1983, die na een gesprek met de koningin verklaarde dat hare majesteit voorstander was van uitstel van het plaatsen van kruisraketten. Dat was een politiek zeer beladen onderwerp, maar ook die zaak liep met een sisser af.
Een andere netelige kwestie die volledig met stilzwijgen omringd was, betrof het koninklijk huis zelf. De politieke implicaties waren groot, want het ging om het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander met Máxima Zorreguieta. De vader van Máxima had als staatssecretaris deel uitgemaakt van de gewelddadige militaire junta in Argentinië en was daarom niet welkom bij de huwelijksluiting. De rol van koningin Beatrix bij het creëren van een oplossing was volledig achter de schermen. Hetzelfde gold bij de problemen voor het huwelijk van prins Friso met Mabel Wisse Smit.
Zeer duidelijk daarentegen komt de politieke betekenis en invloed van het staatshoofd naar voren tijdens de kabinetsformaties. Het is de taak van de koningin om informateurs en formateurs te benoemen. Op grond van (gewoonlijk verdeelde) adviezen maakt zij haar eigen keuze. Het is allang geen geheim meer dat Beatrix in 1981 niet de voordracht van CDA-fractieleider Van Agt volgde. Zeer tegen zijn zin benoemde zij W.F. de Gaay Fortman tot informateur. De koningin is er zich overigens van bewust dat zij in deze zaken wel zelfstandig, maar niet eigengereid kan optreden. Voorafgaand aan zo’n benoeming is het op Huis ten Bosch een komen en gaan van fractieleiders, kamervoorzitters, leden van de Raad van State en andere adviseurs. Uiteindelijk mondt de formatie uit in de beëdiging van een nieuw kabinet en de traditionele bordesfoto van de ministersploeg rond de koningin.
Ook bij het einde van een kabinet is de koningin betrokken. De betreffende minister-president dient bij haar het ontslag in. Bijzonder tragisch voor de koningin was dat zij op de dag van de uitvaart van prins Claus ook nog het ontslag van het eerste kabinet Balkenende moest aanvaarden.
Het ondertekenen en daarmee bekrachtigen van alle door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetten is een andere politieke taak van de majesteit. Ook benoemt zij nog altijd de burgemeesters, commissarissen van de provincies, ambassadeurs en andere hoogwaardigheidsbekleders. Gewoonlijk volgde zij de voordrachten, maar er zijn gevallen bekend geworden waarin Beatrix zich met succes tegen bepaalde benoemingen heeft verzet. Van meer ceremoniële aard waren de vele staatsbezoeken die de vorstin in de afgelopen 25 jaar aflegde en ontving. Meestal leverden die veel goodwill en weinig heisa op, maar haar bezoek aan Japan in 1991 en het tegenbezoek van de Japanse keizer in 2000 leidden tot felle protesten van voormalige gevangenen uit de Jappenkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog en hun nabestaanden.
Een staatshoofd en haar familie nemen in het maatschappelijk leven een zeer publieke functie in. De verhouding tussen openbaar en privé-leven van de koningin kwam daardoor regelmatig onder druk te staan. Dat gold bij de genoemde huwelijken van haar zoons, maar ook bij haar beslissing in het jaar 2000 om haar traditionele skivakantie in het Oostenrijkse Lech niet te annuleren na een oproep van de Europese Unie om dat land te boycotten. In 2005, bij de aanvaarding van een ere-doctoraat aan de Universiteit Leiden zei Beatrix zelf over die verhouding: "Ik besef dat familieaangelegenheden direct op het ambt kunnen terugslaan. Dit geldt zeker in een tijd waarin de 'mens achter de ambtsdrager' zozeer wordt uitgelicht. Ruimte voor een persoonlijk leven is echter essentieel om de publieke taken lang en met inzet te kunnen vervullen."