Koningin Beatrix vult de maatschappelijke kant van haar functie anders in dan haar moeder, koningin Juliana. Maar zij toont een vergelijkbare betrokkenheid.
Een betrokken moeder
In lijn met de koninklijke traditie is koningin Beatrix snel ter plaatse als zich rampen hebben voltrokken. Foto’s van een aangeslagen Beatrix bij bijvoorbeeld de vuurwerkrampen in Enschede en Volendam en de Bijlmerramp lieten een betrokken vrouw zien. Een Volendamse schreef na dat bezoek in een brief: “U kwam als moeder en niet als koningin.”
In alle publicaties over haar komt Beatrix naar voren als een sterke persoonlijkheid met een eigen wil. Strengheid, werkkracht, plichtsgetrouwheid en perfectionisme zijn de termen die haar als persoon kenmerken. Met die instelling vervult ze het koningschap en haar taken in de maatschappij. Van jongs af aan heeft ze trouwens blijk gegeven van een grote belangstelling voor maatschappelijke ontwikkelingen.
Jeugd
Beatrix doorliep haar lagere schooltijd op de onconventionele Werkplaats van Kees Boeke. Daar stonden zelfwerkzaamheid, creatieve en sociale vorming op de voorgrond. Geheel in die geest speelde Beatrix op elfjarige leeftijd bijvoorbeeld mee in een voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg ten bate van Pro Juventute. Haar creativiteit uit zij nog steeds in haar beeldhouwkunst.
Betrokken bij veel organisaties
In het jaar waarin ze meerderjarig werd (1956) aanvaardde Beatrix het beschermvrouwschap van het Nationaal fonds ter bestrijding van kinderverlamming, het latere Prinses Beatrix Fonds.
Dat was het begin van een groot aantal beschermvrouwschappen. Om er een aantal te noemen: de Oorlogsgravenstichting, de Vereniging Rembrandt, de Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer, de Stichting Jantje Beton – waarvoor ze het beeldje ontwierp – en van Unicef, verder van Die Haghe Sangers, de Nederlandse banketbakkers, en het Koninklijk Friesch Paarden-Stamboek. In totaal bekleedt Beatrix ruim tachtig beschermvrouwschappen.
Maatschappelijke belangstelling
Uit haar studiekeuze bleek evenzeer Beatrix’ maatschappelijke betrokkenheid. In 1956 schreef zij zich in als student sociologie aan de Universiteit Leiden. Daarnaast volgde ze colleges rechtswetenschap, economie, parlementaire geschiedenis en staatsrecht. Ze verbreedde haar kennis met colleges over de cultuur van Suriname en de Nederlandse Antillen, het Statuut van het Koninkrijk en over actuele internationale staatkunde, volkenrecht, geschiedenis en Europees recht. Van sociologie stapte ze over naar rechten en in 1961 behaalde ze het doctoraalexamen vrije studierichting. Deze vakken pasten geheel bij de voorbereiding op het koningsschap, maar er sprak ook een duidelijke belangstelling voor de maatschappij uit.
De praktojk van alle dag
Na haar afstuderen bleef Beatrix de maatschappij verkennen. Er is een beroemde foto gemaakt in april 1965 toen de prinses incognito met majoor Bosshardt op de Amsterdamse walletjes liep. Ondanks de goede vermomming werd ze herkend. Toen bleek dat ze al maanden een programma volgde om kennis te maken met allerlei facetten van de Nederlandse samenleving. Ze wilde ‘zoveel mogelijk proberen te begrijpen’ van wat er speelde in het land, ook in de sociale lagen waarmee ze niet zo gauw in contact kwam.
De tijd dat Beatrix incognito door het land trok is voorbij, maar als koningin legt ze uiteraard veel werkbezoeken af, waarbij ze steeds blijk geeft van haar grote interesse.
Betrokken en geïnformeerd
De grondige voorbereiding op haar functie past geheel bij de instelling van de koningin. Zij werkt zich op allerlei terreinen degelijk in, volgt ontwikkelingen op de voet en betoont zich in gesprekken een deskundig gesprekspartner. Voormalig premier Van Agt zei daarover eens: 'Een onderhoud met het staatshoofd is een hachelijk examen'. Door haar brede belangstelling heeft de koningin zich tot een geïnformeerd vorstin ontwikkeld met grote invloed, nationaal en internationaal.
Voor haar inbreng bij een goed nabuurschap tussen Nederland en Duitsland en voor haar inspanningen voor Europa als een 'gezamenlijk' vaderland voor alle Europeanen ontving ze in 1996 de prestigieuze Internationale Karelsprijs. Deze is ingesteld in 1949 om uitgereikt te worden aan degenen die bijzonder hebben bijgedragen aan de Europese eenwording. Beatrix was de derde Nederlander die deze prijs ontving; Hendrik Brugmans (1951) en Joseph Luns (1961) gingen haar voor. Beatrix kwam hierdoor in gezelschap van persoonlijkheden als Mitterand, Kissinger en Havel.
Actualiteit
Met scherpe blik volgt Beatrix het gebeuren in de Nederlandse samenleving. Onverminderd pleit ze in haar jaarlijkse kersttoespraken voor goede menselijke verhoudingen, voor solidariteit, naastenliefde, gerechtigheid en vredelievendheid. In de loop der jaren maakte de vorstin zich zorgen over de vrijblijvendheid en normvervaging, en over de aantasting van het milieu.