Dit dossier is bijgewerkt tot 15 april 2007.
Dick Bruna, grafisch kunstenaar en prentenboekenauteur
De stad Utrecht heeft in de twintigste eeuw twee wereldberoemde kunstenaars voortgebracht, bekend om hun heldere kleuren en gestileerde vormen: Gerrit Rietveld en Dick Bruna. Beiden hebben ook een voor iedereen toegankelijk huis: het door Rietveld ontworpen en naar hem en de opdrachtgeefster genoemde Rietveld-Schröderhuis, en sinds 2006 ook een Dick Brunahuis als onderdeel van het Centraal Museum. Dit Dick Brunahuis biedt permanent onderdak aan zijn vroege en recente werk.
Dick (Hendrik Magdalenus) Bruna, geboren op 23 augustus 1927 te Utrecht, is een telg uit het uitgeversgeslacht Bruna en was voorbestemd om de uitgeverij A.W. Bruna & Zoon te gaan leiden. Daarvoor liep hij stages in Londen en Parijs, maar Bruna droomde meer van een loopbaan als kunstenaar. Voor veel Nederlandse schrijvers en beeldend kunstenaars vormde het artistieke milieu in de Franse hoofdstad na de Tweede Wereldoorlog een bron van inspiratie en van bevrijding uit het benauwde Nederland. Voor Bruna zal dit ook hebben gegolden. Hij maakte er begin jaren ’50 kennis met werk van mensen als Matisse, en met de wereld van het chanson en de moderne film. Ze zouden hem blijvend inspireren.
Hij werkte in zijn vaders uitgeverij niet als uitgever, maar als grafisch kunstenaar. Vanaf de jaren ’40 ontwierp hij zo’n tweeduizend boekomslagen waarvan die voor de Zwarte Beertjesserie (detectives) wel de bekendste zijn. De klare lijn, de tot het allernoodzakelijkste teruggebrachte vormen en het bekende beertje kenmerken de omslagen. Ook ontwierp hij affiches ter promotie van de pockets en het lezen: “Lekker lui liggen lezen (met een Zwart Beertje)”. In 1990 kende het bestuur van de KVB (Koninklijke Vereniging van het Boekenvak) hem de D.A. Thiemeprijs toe, die is bedoeld voor een persoon die van grote betekenis is voor het Nederlandse boekenvak. Bruna bevindt zich als laureaat in het gezelschap van schrijvers als Willem Kloos en Louis Couperus.
Aanvankelijk vertaalde hij ook wel teksten, of illustreerde werk van anderen (zoals sprookjes van Annie M.G. Schmidt), maar na verloop van tijd maakte hij meer en meer eigen werk. In 1953 begon hij met het tekenen van prentenboekjes, waarvan het eerste De Appel was. In de vroege boekjes zoekt hij nog naar zijn eigen vorm en stijl. (Kijk hier naar voorbeelden van deze eerste boekjes.)
In 1955 werd Nijntje Pluis geboren, het konijntje met het aandoenlijke hoofdje dat Bruna wereldwijd bekendheid zou brengen. Inmiddels zijn al generaties kinderen met het witte konijn, Boris Beer en Betje Big opgegroeid.
Alle kinderprentenboekjes hebben een standaard, vierkant formaat, en bestaan uit twaalf prenten en twaalf vierregelige versjes die samen een verhaaltje vormen. De illustraties zijn getekend zonder perspectief, hebben heldere kleuren, zeer vereenvoudigde vormen en zijn voorzien van een zwarte contour. Naast de series zijn er losse titels verschenen, zoals het Kerstverhaal (overigens in oblongformaat) en educatieve (taal- en reken)boekjes. Hoewel Bruna de boekjes voor jonge kinderen tekent en schrijft, zijn de figuurtjes bij tieners eveneens in trek. Zo staat Nijntje in brons vereeuwigd op het Utrechtse Nijntjepleintje – waar ouders met kleine kinderen geflankeerd worden door jongeren. Vooral in Japan is Nijntje (‘Miffy’ buiten Nederland) mateloos populair; de site van het Dick Brunahuis heeft daarom naast de Nederlandse en Engelse versie ook een Japanse.
De Nijntjeboekjes gaan over gebeurtenissen uit de leefwereld van jonge kinderen: een dagje naar het strand of de dierentuin, een verjaarspartijtje, een bezoekje aan oma en opa, een nieuwe baby. Minder prettige dingen als naar de dokter gaan en geopereerd worden schuwt Bruna niet; alles verteld in goed in het gehoor liggende versjes (“mijn keeltje doet een beetje pijn”). Het belangrijkste boekje over een verdrietige belevenis is Lieve oma Pluis, waarin oma is doodgegaan en begraven wordt. Voor dit boekje ontving Bruna dan ook een Zilveren Griffel.
Bruna’s kinderboekjes zijn ook om hun illustraties bekroond: een Gouden Penseel voor Boris Beer en een Zilveren Penseel voor Nijntje in de tent.
Over Nijntje uit de boekjes kan een kind fantaseren: hoe ze praat, hoe ze beweegt. Die fantasie is inmiddels tot leven gekomen in een aantal musicals over Nijntje op muziek van Joop Stokkermans.
Van de opbrengst van zijn werk en de eruit voortkomende ‘merchandising’ zou Dick Bruna al lang stil kunnen leven, maar hij tekent en schrijft nog dagelijks. Behalve kinderboekjes maakt hij ook ander grafisch werk, vaak ten behoeve van maatschappelijke doelen die (mede) op kinderen gericht zijn. Zo illustreerde hij een boekje over couveusekinderen, maakte hij kaarten voor het Aidsfonds, tekende hij het logo voor het Utrechtse Ronald McDonaldhuis en ontwierp hij kinderpostzegels.
De populariteit van de Dick Brunaboekjes is in de KB-collectie duidelijk terug te vinden: de KB heeft ruim 900 titels van Dick Bruna. Het aantal publicaties dat aan zijn werk is gewijd is nog bescheiden.