Dit dossier is bijgewerkt tot 19 juli  2010

Schilder, vechtjas, moordenaar
"Hij bewoog zich met veel tamtam, zijn degen op de heup en een knecht achter zich, van de ene kaatsbaan naar de andere, altijd klaar voor een gevecht of een ruzie, waardoor het bijzonder lastig was om met hem om te gaan". Zo beschreef Karel van Mander zijn tijd- en vakgenoot Michelangelo Merisi da Caravaggio, kortweg Caravaggio, de schilder die op 18 juli 1610 ergens aan een strand in Toscane ellendig aan zijn eind kwam. Ja, hij was arrogant, een beruchte vechtjas en zelfs een moordenaar, maar precies vierhonderd jaar later wordt zijn verscheiden groots herdacht, en is de recente ontdekking van zijn stoffelijke resten in een crypte in Porto Ercole wereldnieuws.

Het begin
Caravaggio werd geboren op 29 september 1571 in het Noord-Italiaanse plaatsje Caravaggio dichtbij Bergamo. Na een korte leerperiode in Milaan vertrok hij op 21-jarige leeftijd naar Rome, zoals zoveel jonge kunstenaars aangetrokken door de monumenten en kunstwerken in de eeuwige stad. Noodgedwongen begon hij er bescheiden: hij specialiseerde zich in stillevens van fruit en bloemen en later ook van halffiguren, en verkocht zijn werk gewoon op straat. In 1595 echter keerde zijn lot: hij werd ontdekt door kardinaal Francesco del Monte die zich over de jonge schilder ontfermde en hem bij zich in huis nam. Invloedrijke contacten bezorgden hem zijn eerste officiële opdracht: De roeping van Mattheus, Het martelaarschap van Mattheus en het altaarstuk De heilige Mattheus en de engel, bestemd voor de Contarelli-kapel in de San Luigi dei Francesi te Rome. Met deze drie episodes uit het leven van de apostel Mattheus werd Caravaggio op slag beroemd.

Gedwongen vlucht
In de Romeinse tavernen en daarbuiten zorgde Caravaggio’s opvliegende karakter echter voor de nodige problemen. Een ruzie in 1606 om een partijtje tennis (of om een vrouw) escaleerde in een gevecht, waarbij hij zijn tegenstander dodelijk verwondde. Een gedwongen vlucht volgde, eerst naar Napels, vervolgens naar Malta, waar hij in ruil voor een groot altaarstuk, De Onthoofding van Johannes de Doper, toe mocht treden tot de militair-religieuze Orde van de Hospitaalridders van Sint Jan. Op Malta genoot Caravaggio een hoge status, maar opnieuw kwam hij in de problemen toen hij door een hevige ruzie met een mederidder in de gevangenis belandde. Hij wist te ontkomen naar Sicilië, maar werd natuurlijk meteen uit de orde gezet.

Een eenzame dood
Na een verblijf van ongeveer een jaar op Sicilië keerde Caravaggio terug naar Napels, waar hij het slachtoffer werd van een wraakactie en ernstig gewond raakte. Ondertussen hadden invloedrijke vrienden in Rome een vrijspaak voor de moord in 1606 weten te bemachtigen. Caravaggio zette koers op een schip naar Rome, belandde opnieuw in de gevangenis maar wist zich vrij te kopen. Het schip met zijn bezittingen en schilderijen was inmiddels vertrokken, waardoor hij gedwongen was zijn reis langs de kust te voet te vervolgen. Na een paar dagen echter bezweek hij, slechts achtendertig jaar oud, aan zijn verwondingen, een zonnesteek, syfilis, loodvergiftiging, van uitputting of, zoals de vondst in de crypte doet vermoeden, aan al deze oorzaken samen.

Werkwijze
Kenmerkend voor Caravaggio’s revolutionaire schilderstijl zijn de realistische karakters, de dramatiek van de voorstelling, de typische lichtval vanuit een bepaald punt buiten het schilderij dat zorgt voor een buitengewoon sfeervol effect, het chiaroscuro: de afwisseling van licht en donker, zijn rijke kleurenpalet en de levendige stofuitdrukking. Caravaggio werkte snel en spontaan en maakte gebruik van mensen uit het volk als modellen voor zijn heiligen, waarbij hij niet schroomde om bijvoorbeeld een beroemde Romeinse prostituee te kiezen voor de maagd Maria. Het realistische en eigentijdse kader werd echter ook als schokkend ervaren. Zo werd het altaarstuk voor de Contarelli-kapel door de opdrachtgevers afgekeurd omdat ze het te proletarisch vonden.

Het Utrechtse caravaggisme
Caravaggio’s stijl, het caravaggisme, vond in heel Europa weerklank. In 1604 - Caravaggio werkte nog in Rome - vertrok de Utrechtse schilder Hendrick Terbrugghen naar Italië. In 1614 keerde hij als eerste caravaggistische schilder van de noordelijke Nederlanden terug naar zijn geboortestad. Andere schilders uit Utrecht volgden zijn voorbeeld. De bekendsten onder hen zijn Gerrit van Honthorst, die grote faam verwierf met zijn nachtstukken en halfiguren, Dirk van Baburen, Jan van Bijlert en Jan Gerritsz. van Bronchorst. Ze vormden een belangrijke schakel naar de Nederlandse schilderkunst van Rembrandt, Frans Hals en Vermeer.

      

Literatuur

    

Links