Dit dossier is bijgewerkt tot 7 september 2010
Op 5 september 2010 overleed de schilder en beeldend kunstenaar Corneille. Guillaume Cornelis Beverloo, zoals zijn volle naam luidde, werd op 3 juli 1922 in Luik (België) uit Nederlandse ouders geboren. Twaalf jaar later verhuisde het gezin terug naar Nederland. Op artistiek gebied was Corneille voornamelijk autodidact. Een tijdje volgde hij het voetspoor van Picasso, maar daarna ontwikkelde hij een geheel eigen stijl, waarin hij zich, behalve door zijn vele liefdes, vaak liet inspireren door ‘primitieve’ kunst uit Afrika en Latijns Amerika. Veelkleurige dieren en vrouwenfiguren domineren de meeste voorstellingen.
COBRA
Corneille was een van de bekendste leden van de COBRA-groep. Deze internationale vereniging van kunstenaars en literatoren werd in 1948 opgericht door de Belgen Christian Dotremont en Joseph Noiret. Andere Nederlandse leden van COBRA waren de schilders Karel Appel en Constant (Constant Anton Nieuwenhuys). De groep viel in 1951 al weer uiteen, maar heeft niettemin een grote invloed gehad op de naoorlogse internationale schilderkunst. Corneille vestigde zich in 1950 in Parijs. Tussen zijn vele lange reizen door bleef hij verder zijn hele leven in Frankrijk wonen. Zijn tekeningen, doeken, beelden, foto’s en andere objecten zijn onder meer te zien in musea in de Verenigde Staten, Frankrijk, België, Slowakije en Nederland. Het Cobra Museum in Amstelveen wijdde in 1997 en 2007 twee grote overzichtstentoonstellingen aan zijn werk. Ook vanuit commerciële hoek was er veel belangstelling voor zijn stijl: ‘Corneilles’ sieren uiteenlopende voorwerpen als stropdassen, balpennen en dekbedovertrekken.
Boekillustrator
De KB vestigt speciaal de aandacht op een aantal boeken waarbij Corneille als illustrator betrokken was. Reeds in 1949 versierde hij met pentekeningen de handgeschreven teksten van Christian Dotremont in Les jambages au cou. Ter gelegenheid van de jaarwisseling 1950-1951 verscheen de poëzietekst Driehoogballade van Simon Vinkenoog met tekeningen van Corneille. De invloedrijke bloemlezing van de poëzie van de Vijftigers, Atonaal (1951), werd door Corneille en Lucebert samen van tekeningen voorzien. De dichters Simon Vinkenoog, Rudy Kousbroek, Jan G. Elburg, Hugo Claus, Lucebert en Gerrit Kouwenaar schreven ieder een gedicht (Sextet voor Corneille, 1954) bij een van zijn tekeningen ter gelegenheid van de Corneille-tentoonstelling in kunsthandel Martinet.
Erotische tekeningen
Corneille illustreerde ook de dichtbundels Dood hout van Albert Bontridder en Paal en perk van Hugo Claus, beide uit 1955, evenals de Nederlandse vertaling van gedichten van Federico García Lorca, Dichter in New York (Poeta en Nueva York) in 1959. Zijn getekende versie van het bekende Pinocchio-verhaal verscheen in 1973. Samen met Corneille gaf Hugo Claus in 1987 de bundel Hymen uit: dertien gedichten bij even zoveel erotische tekeningen. Ten slotte leverde een soortgelijke samenwerking tussen Corneille en Annette da Graça in 2004 de bundel Zinnenstrelende huiveringen op.
Bronnen
De Koninklijke Bibliotheek bezit over de kunstenaar Corneille een groot aantal overzichtsuitgaven, tentoonstellingscatalogi en levensportretten. Een kleine selectie:
- Marcel Paquet, Corneille of de sensualiteit van het gevoel. Parijs / Wijdenes, 1988
- Jean-Clarence Lambert, Corneille, het oog van de zomer. Amsterdam, 1992
- Mariet den Bieman, Corneille, een vroege vogel : zijn onbekende werken (1943-1948). Amsterdam, 1997
- Erik Slagter, Corneille's weergaloze werkelijkheid. Amstelveen, 1997
- Wim Koesen, Verborgen Vogel : Corneille, aantekeningen uit een schildersleven. Abcoude, 2002
- Pierre Restany, Corneille. Paris, 2003