Dit dossier is bijgewerkt tot 18 mei 2011

Vijfentwintig jaar geleden, na de verkiezingen in mei 1986, verdween de Communistische Partij van Nederland (CPN) uit de Tweede Kamer. De partij had concurrentie gekregen van een andere communistische groepering (VCN) die veel stemmen had ‘weggehaald’. De CPN ging er vanuit bij volgende verkiezingen weer in de Kamer te komen. Uiteindelijk zocht de partij aansluiting bij de kleine linkse partijen. Voor menige aartscommunist reden om de CPN te verlaten. Het plan tot samengaan werd in 1989 doorgezet. De CPN ging met de PPR, de EVP en de PSP verder als GroenLinks en hield in 1991 op te bestaan.

Van ‘revolutionaire' oorsprong

De voorloper van de CPN, de Sociaal-Democratische Partij (SDP), was voortgekomen uit de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Tijdens een partijcongres in 1909 werden de marxisten binnen de SDAP uit de partij gezet. Onder anderen David Wijnkoop, Willem van Ravesteyn en Herman Gorter richtten vervolgens de SDP op. Het partijorgaan werd De Tribune. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1918 won de SDP twee zetels. Een jaar later kwam daar een zetel bij, toen Kamerlid Willy Kruyt de Bond van Christen-Socialisten (BCS) verliet en toetrad tot de SDP. De communisten kregen vooral aanhang in Oost-Groningen, de Zaanstreek en Amsterdam. In de streken waar christelijke partijen de boventoon voerden had de partij minder volgelingen.

'Internationale' contacten

Na de Russische Revolutie verruilden de Bolsjewieken het predikaat ‘sociaal-democratisch’ voor de term ‘communistisch’, geheel in lijn met de revolutionaire stroming. De SDP wijzigde daarop haar naam in Communistische Partij Holland (CPH). Dat was een voorwaarde om lid van de Comintern te kunnen worden, de Derde Internationale, het wereldwijde verbond van alle communistische partijen dat in 1919 onder Lenin tot stand was gekomen. De CPH sloot zich daarbij aan. In 1935 werd de naam veranderd in Communistische Partij van Nederland. De CPN verwierf in de jaren twintig en dertig twee tot vier zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Verzetspioniers in de Tweede Wereldoorlog

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 ging de CPN zich al voorbereiden op een Duitse inval. In mei 1940 koos de partij voor de illegaliteit en vormde de eerste verzetsgroep van Nederland. In november 1940 rolde de verzetskrant De Waarheid uit de stencilmachine; die zou tijdens de bezetting in een oplage van zesduizend exemplaren verschijnen. De titel was een vertaling van het Russische Pravda, het belangrijkste dagblad uit het Sovjet-tijdperk.
De CPN kenmerkte zich door een heel eigen visie. Behalve de Duitse bezetter zagen de communisten het imperialistische westen -de latere bevrijders- als vijand. Daarnaast had Nederland een koningshuis; de communistische revolutie moest in Nederland dus nog plaatsvinden.

Verzet en verliezen

Een opvallende verzetsactie van de CPN was de oproep tot de Februaristaking in 1941. Hun verzet werd uiteraard feller na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941. De acties bestonden uit het saboteren van spoorlijnen en fabrieken en spionage voor de Sovjet-Unie.
De Gestapo had al voor mei 1940 rekening gehouden met eventueel verzet door de CPN en de partij min of meer in kaart gebracht. Daardoor kon de SD (Sicherheitsdienst) tijdens de oorlog vrij gericht ingrijpen. Uiteindelijk zouden door opsporing en verraad zo’n tweeduizend CPN-verzetslieden het leven verliezen. Tientallen van hen werden gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Naoorlogs succes

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1946 kreeg de CPN de beloning voor het moedige optreden tijdens de oorlog. De partij kwam met tien zetels in het parlement. In Amsterdam kreeg de CPN zelfs dertig procent van de stemmen. Het aantal leden steeg naar 53.000; hogere cijfers zou de partij nooit meer behalen. Het nu legaal verschijnende dagblad De Waarheid werd gedurende die eerste naoorlogse jaren zelfs de meest gelezen krant in Nederland.

CPN en de Koude Oorlog

Vanaf 1945 deed de spanning tussen het westen en het oostblok zich voelen tijdens de Koude Oorlog. De communistische CPN koos voor het oosten en veroordeelde, met haar anti-imperialistische signatuur, de politionele acties in Nederlands-Indië en wees de Marshallhulp af. Het kostte de partij aanhang: in 1949 was het aantal leden gedaald naar 34.000. In 1956 vergoelijkte de CPN de inval in Hongarije; woedende demonstranten bekogelden in Amsterdam het gebouw waar De Waarheid was gehuisvest.

Opleving in de jaren zeventig

Rond 1960 was de CPN met slechts enkele Kamerzetels een marginale partij geworden. In het jaren zestigklimaat, met veel protestacties in het bedrijfsleven en onder studenten, gedijde de partij beter. Mede dankzij de charismatische lijsttrekker Marcus Bakker behaalde de partij zeven zetels bij de verkiezingen in 1972. Het succes duurde tot de verkiezingen in 1977, waarbij de CPN vijf zetels verloor. In de loop van de jaren tachtig zou de CPN nog eenmaal ruim 15.000 leden tellen.

Neergang in de jaren tachtig

Om de aanhang te behouden en te vergroten, zette de CPN zich in voor feministische items en de homo-emancipatie. De marxistisch-leninistische ideologie werd afgezworen. Een deel van de aanhang vond dit onacceptabel, met een afsplitsing als gevolg. Bij de verkiezingen in mei 1986 waren er twee communistische partijen: de CPN en de afgesplitste VCN, het Verbond van Communisten in Nederland. Geen van beide haalde een Kamerzetel.
Toen ontstond een unicum in de Nederlandse parlementaire geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog: de CPN zat niet meer in de Tweede, maar nog wel met twee zetels in de Eerste Kamer.

Zuil

In het verzuilde Nederland van de twintigste eeuw zat de CPN in de ‘linkse hoek’, maar nam daar een aparte positie in. De partij kende haar eigen krant en verenigingen als het Algemeen Nederlands Jeugd Verbond, de Communistische Jeugdbond en de Uilenspiegelclub. Met de CPN verwante organisaties waren de Eenheids Vakcentrale en de Nederlandse Vrouwenbeweging. Sinds 1968 had de partij haar eigen wetenschappelijke Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek (IPSO) en een eigen uitgeverij. Die uitgeverij en boekhandel Pegasus te Amsterdam is nog altijd gespecialiseerd in de slavistiek: lectuur en literatuur uit Oost-Europa.

Uiteindelijk ‘verdampte’ de CPN door de ontzuiling en het instorten van het communistische blok in Europa. Niettemin bestaat nog altijd de Nieuwe Communistische Partij van Nederland, opgericht in 1992, die de krant Manifest uitgeeft .

Literatuur

Links