Dit dossier is bijgewerkt tot 16 maart 2005 

Prof. dr. L. de Jong was de eerste directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (voorloper van het NIOD) en auteur van het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Loe de Jong had een grote invloed op het publieke debat over de Tweede Wereldoorlog. De Universiteit Groningen zette eind 2004 samen met het NIOD een opdracht uit voor een biografie over deze markante persoonlijkheid.

Een joodse Amsterdammer
Loe de Jong werd geboren op 24 april 1914 in een joods gezin in Amsterdam. Hij groeide op samen met een tweelingbroer, Sally. Hij studeerde geschiedenis behaalde cum laude zijn doctoraal in 1937. Hij begon zijn schrijvende carrière bij het Amsterdamse studentenblad Propria Cures. In 1938 ging hij werken bij De Groene Amsterdammer als redacteur buitenland.

Oorlog
In zijn Herinneringen beschrijft hij het begin van de oorlog die zo’n grote invloed op zijn verdere leven zou hebben: ‘Op vrijdag 10 mei ’40 werden mijn vrouw en ik ’s morgens om een uur of vier door doffe dreunen gewekt. […] ‘’t Is oorlog’, zei ik. ‘Dat dacht ik al’, zei Liesbeth die, misschien omdat ze een vrouw was, nuchterder op de zaken gereageerd had dan ik.’ De Jong vluchtte zo snel mogelijk naar Engeland, met zijn zwangere vrouw. Zijn ouders en tweelingbroer verloor hij bij IJmuiden uit het oog. Hij zou ze nooit meer terugzien.

Londen
In Londen werd De Jong nieuwslezer voor Radio Oranje. Hij publiceerde daar op verzoek van de uitgever van Vrij Nederland in Londen vier delen over Nederland in de oorlog, onder de titel Je Maintiendrai. Al tijdens de oorlog concipieerde hij het idee om een instituut op te richten om alle documentatie over de oorlog te bewaren. Hij overtuigde de Londense minister van Onderwijs, dr. G. Bolkestein van het belang van een dergelijk instituut. In oktober 1945 werd hij inderdaad benoemd tot directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, een functie die hij tot 1979 zou bekleden.

Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog
Vanaf 1949 werden de voorbereidingen getroffen om een standaardwerk over de Nederlandse oorlogsgeschiedenis te doen schrijven. Er werden vier bekende historici aangezocht, uit alle zuilen één, om dit werk samen te schrijven. In 1955 gaven zij – vanwege gebrekkige samenwerking – de opdracht terug, met de suggestie om het De Jong zelf te laten schrijven. En zo gebeurde. Ondanks de uitgesproken wens van minister Cals van Onderwijs en Wetenschappen, zijn opdrachtgever, om het werk in 1961 afgerond te zien, begon De Jong pas in 1967 met schrijven. Daarna publiceerde hij met de regelmaat van de klok een nieuw deel, tot in 1988 het laatste deel van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog verscheen.

Fiches
Zijn werkwijze was befaamd, hij verzamelde alle informatie op fiches en schreef vervolgens in een tempo van 2000 woorden per dag het deel af. Hij was zeer overtuigd van zijn eigen gelijk, zowel in het morele oordeel over dingen die mensen in de oorlog gedaan hadden (zoals Willem Aantjes later tot zijn schade moest merken) als in zijn teksten zelf. Geen van de leden van de wetenschappelijke begeleidingscommissie had ooit het idee daadwerkelijk een tekstueel verschil te kunnen maken en ook opmerkingen over de buitenechtelijke uitstapjes van Prins Bernhard in de oorlog konden zelfs op verzoek van de minister-president niet gekuist worden.

De Bezetting
De Jong heeft zelf altijd aangegeven dat de tv-serie De Bezetting, waarvoor hij in 1961 de Nipkow-schijf won, hem zeer heeft geholpen bij het ordenen van het materiaal voor Het Koninkrijk: ‘Het bracht structuur in mijn onderzoek, ik werd gedwongen mij te beperken teneinde de vier programma’s die jaarlijks van mij werden verwacht op tijd gereed te hebben’. Het citaat toont een van de redenen waarom De Jong zo mediageniek bleek. Hij leverde altijd op tijd en zorgde bovendien bij elk deel voor een scoop.

Herinneringen
Zijn laatste scoop was de publicatie van zijn Herinneringen in 1991. De boeken waren in alle details eerlijk, en daardoor soms hard. Zo schrijft hij over zijn moeder ‘Hield ik van mijn moeder? Ik zou zeggen: de eerste jaren wel. Dat lag voor de hand’, later wordt hij steeds kritischer ‘Waarin uitte zich mijn eigen kritiek? Ik ging moeder lelijker vinden. Ze was een kleine vrouw en vrij dik. Bovendien had ze een snor. Honderd maal heb ik mij afgevraagd waarom ze die niet afschoor’. Zijn leven wordt gefileerd in vragen, waarop hij zelf het antwoord geeft. Aan het begin van de jaren vijftig ging De Jong, op instigatie van zijn vrouw, naar een psychiater, van wie hij deze techniek zou hebben geleerd.

Document als levenswerk
De herwaardering van de Jongs werk is nog altijd gaande. Het heldere onderscheid tussen goed en fout dat uit alle delen van Het Koninkrijk ademt, wordt tegenwoordig als moralistisch en ongenuanceerd beschouwd. Wel staat het voor iedereen vast dat het levenswerk van Loe de Jong nooit overbodig zal worden. De enorme hoeveelheid feiten die hij boven water haalde maken het tot een onmisbaar naslagwerk over de Tweede Wereldoorlog en als een onschatbaar document van de verwerking daarvan.

Literatuur

Link