Dit dossier is bijgewerkt tot 1 juni 2010
Wie zich in de openbare ruimte bevindt valt het misschien niet op, maar de overheid heeft een grote invloed op wat we om ons heen zien. Ze is vaak direct of indirect betrokken bij de vormgeving van onze leefwereld. Openbare gebouwen als ministeries, gemeentehuizen, ziekenhuizen, bibliotheken, musea, gevangenissen enz. zijn geheel of gedeeltelijk in opdracht van de overheid gerealiseerd. Voeg daarbij visuele communicatie zoals bewegwijzering, straatmeubilair, logo’s en huisstijlen van openbare diensten, het uniform van de politie, de verkiezingsaffiches en ons geld, bij dit alles fungeerde de overheid als opdracht- en regelgever. Een aangename leefomgeving en soepel functionerende producten zijn het resultaat van een goede samenwerking tussen de overheid en ontwerpers en architecten.
J.F. van Royen
Een voorbeeld daarvan was het voormalige staatsbedrijf PTT (nu TNT Post). Daar werkte in 1912 Jean François van Royen, een juridisch assistent die een grote interesse voor de drukkunst koesterde. Over het drukwerk van zijn werkgever schreef hij in het eerste nummer van De Witte Mier, Klein maandschrift voor de vrienden van het boek: ‘Want laten wij het in drie woorden zeggen: het Rijksdrukwerk is leelijk, leelijk, leelijk, driewerf leelijk in lettervorm, in zetwerk en in papier’. Toen Van Royen in 1920 secretaris van de PTT werd begon hij met een grootscheepse hervorming van alle PTT-producten, waarvoor hij opdrachten verstrekte aan jonge, vooruitstrevende ontwerpers. De veelomvattende ontwerpaanpak betrof postzegels en formulieren, maar ook affiches, logo’s, meubilair, telefooncellen, brievenbussen, voertuigen en zelfs gebouwen.
Het boek van PTT
Beroemd in dit verband is Het boek van PTT van Piet Zwart, een instructieboekje voor scholieren over de PTT waar Zwart in 1929 aan begon. In 1939 verscheen dit meesterwerkje met talloze grappige plaatjes, gemaakt in allerlei technieken zoals collages, tekeningen met pen en inkt, fotomontages en poppen in geënsceneerde fotografie.
Van Royens bemoeienis leidde in 1945 tot de oprichting van de Dienst Esthetische Vormgeving. De PTT werd daardoor een van de belangrijkste opdrachtgevers en vernieuwers op het gebied van Nederlandse vormgeving. De postzegels van ontwerpers als Jan van Krimpen, Otto Treumann, Wim Crouwel, Peter Struycken en Joost Swarte zijn nog steeds wereldberoemd.
Functioneel ontwerpen
Na de Tweede Wereldoorlog sloegen overheid, handel en industrie de handen ineen om te werken aan het economische herstel van Nederland. Ontwerpers wilden hen bij de wederopbouw maar al te graag van dienst zijn. Begin jaren zestig werden de eerste multimediale ontwerpstudio’s naar Amerikaans en Engels voorbeeld opgericht.
Zo begonnen in november 1962 de industrieel ontwerpers Emile Truijen en Jan Lucassen hun samenwerking die leidde tot de ontwerpstudio Teldesign in Den Haag. Een pragmatische, professionele samenwerking tussen verschillende disciplines vonden zij belangrijker dan individuele prestaties. Hun kleine bureau had aanvankelijk nog geen duidelijke signatuur. In die periode besloten de Nederlandse Spoorwegen dat een compleet nieuwe huisstijl, inclusief logo, spoorboekje en uniformen gewenst was. De gigantische opdracht daarvoor viel toe aan Teldesign. Gert Dumbar (1940) kreeg de leiding over de hele operatie. Met het in 1968 gepresenteerde resultaat was de naam van het bureau in één klap gevestigd. De frisse kleuren blauw en geel en het logo voldoen na meer dan veertig jaar nog steeds.
Total Design
In 1963 richtten de ontwerpers Wim Crouwel, Benno Wissing en Friso Kramer in Amsterdam Total Design op. Het bureau kenmerkte zich door een bedrijfsmatige, multidisciplinaire en functionele aanpak, wat leidde tot een vernieuwende, nogal koele vormgeving. Total Design (vanaf 2000 Total Identity) ontwierp de huisstijl en affiches voor musea zoals het Stedelijk Museum en Boijmans van Beuningen en verzorgde de bewegwijzering bij instellingen zoals ziekenhuizen en luchthavens. Beroemd werd hun in 1977 uitgegeven telefoonboek. Computergestuurd gezet en een toonbeeld van helderheid, maar met de nummers vóór de namen en zonder hoofdletters vonden velen het maar moeilijk raadpleegbaar.
De jaren tachtig
In 1981 gaf de PTT de opdracht voor een nieuwe huisstijl aan Total Design en Studio Dumbar. Twee totaal verschillende bureaus: het strenge, minimalistische en als autoritair ervaren Total Design van Wim Crouwel versus Studio Dumbar. Gert Dumbar was in 1976 voor zichzelf begonnen en had zich had ontpopt tot het flamboyante enfant terrible van de Nederlandse designwereld. Dat de overheid graag koos voor een vrolijke stijl met een knipoog blijkt wel uit de talloze opdrachten aan Studio Dumbar van klanten zoals de NS, ANWB, KPN, NOB, het Rijksmuseum en de Politie.
Ook het eigenzinnige en experimentele Rotterdamse collectief Hard Werken trok in de jaren tachtig de nodige opdrachtgevers van overheidswege zoals de Rotterdamse Kunststichting, het Nederlands Theaterinstituut, de PTT en diverse grote musea.
Nederland Legoland?
In het buitenland hebben de bankbiljetten met de zonnebloem, de snip en de vuurtoren van Ootje Oxenaar, de postzegels en kleurig gestreepte politieauto’s Nederland grote roem bezorgd. Anderzijds verzuchtten landgenoten dat Nederland met dit soort ontwerpen een Legoland was geworden. In het buitenland worden opdrachten van overheidswege met loodzware ernst omringd, in Nederland geldt dat de vormgeving vooral (klant)vriendelijk moet zijn en niet te serieus. Sommigen zullen dit misschien betreuren, anderen zien het als een verworvenheid. Dumbar zei hierover: "Het is ontzettend Nederlands, die relativering van autoriteit. Dat vind je terug in veel Nederlandse grafische vormgeving; ironie, humor, een glimlach, menselijkheid. In grote culturen is dat veel moeilijker tot stand te brengen - de politieke belangen zijn daar ook veel sterker, veel groter. Er heerst in de Nederlandse grafische vormgeving een prettig gebrek aan plechtstatigheid."
Eind goed, al goed
Toen in 2002 de Dienst Esthetische Vormgeving van de voormalige PTT werd opgeheven zagen velen dit als het einde van het Nederlands design. Dat is voorbarig gebleken. In plaats van de Dienst kwam onder andere Premsela, Stichting voor Nederlandse vormgeving (2002). Doelstelling van Premsela: ‘de realisatie van het maatschappelijk, economische en culturele potentieel van design in Nederland’. De overheid hecht veel waarde aan design, want haar identiteit is belangrijk in haar communicatie met de multiculturele burger. Ook hoe de burger die identiteit beleeft is van belang. Juist op het gebied van design, architectuur en visuele communicatie heeft Nederland een naam hoog te houden. Tegelijkertijd tekent zich door de multiculturele samenleving een steeds scherper bewustzijn af dat de westerse smaak niet alleen zaligmakend is.
Den Haag Design en Overheid
De onafhankelijke stichting Design Den Haag organiseert om de twee jaar de manifestatie Den Haag Design en Overheid. Ontwerpen voor de openbare ruimte, architectuur en visuele communicatie dienen als thema. Tot en met 2018 zijn er vijf manifestaties gepland, elk in samenwerking met een andere Europese regeringsstad. In 2010 Berlijn, daarna volgen Stockholm, Parijs, Londen en Rome.
In het kader van Den Haag Design en Overheid plaatst de KB in de Leeszaal Nederland boeken over dit onderwerp: van publicaties over de visuele identiteit van de politie en de ambassades tot de vormgeving van onze postzegels en ons geld. Op www.designdenhaag.eu staat het gehele programma met tentoonstellingen, debatten, documentaires en andere evenementen.