Dit dossier is bijgewerkt tot 21september 2010
In februari 2008 werd bij Christie’s in Londen een schilderij van Kees van Dongen L’Ouled Naïl, voor 7,5 miljoen euro geveild. Twee jaar later, op 1 februari 2010, bracht La Gitane bij hetzelfde veilinghuis ruim 8 miljoen euro op. De maker ervan, die een feilloos gevoel voor public relations had en in zijn gloriejaren de duurste schilder ter wereld was, zou het niet hebben verbaasd. Van Dongen was een trendsetter wiens doen en laten wereldwijd werd gevolgd.
Een innemende verschijning
Volgens foto’s en getuigenissen van mensen die hem hebben gekend was de lange, slanke Van Dongen met zijn zeegroene ogen een knappe vent om te zien. Zijn stem had een vleiende klank en zijn manieren waren van een “meisjesachtige gratie”. Verder was hij geestig, welbespraakt en buitengewoon zelfverzekerd. Behalve goed schilderen en tekenen kon hij ook fantastisch dansen, een belangrijke vaardigheid in het Parijs van de eerste helft van de 20e eeuw. Hij was een innemende levensgenieter, naar wie de dames op straat al vroeg in zijn jeugd met welgevallen omkeken. Van Dongens leven is dan ook van een haast onwaarschijnlijke romantiek.
Delfshaven en Rotterdam
Geboren op 26 januari 1877 uit ouders die van het Brabantse platteland naar Delfshaven bij Rotterdam waren verhuisd, zou hij uitgroeien tot de Andy Warhol van de eerste decennia van de 20e eeuw.
Op zijn twaalfde kwam hij van school af om zijn vader te gaan helpen in diens mouterij. Dat Van Dongen tekentalent had bleek al vroeg. Vanaf zijn vijftiende volgde hij avondlessen aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten (de huidige Willem de Kooning Academie). Enkele jaren later betrok hij een atelier boven een bordeel. Dat kwam goed uit, want de jonge Kees (Keessie, later Kiki, voor zijn vrienden) haalde zijn inspiratie uit de rosse buurten van Rotterdam. Hij kwam aan de kost met maken van tekeningen voor het Rotterdamsch Nieuwsblad.
Parijs
In Rotterdam, een stad met “alleen maar reders”, kwam de ambitieuze schilder niet tot zijn recht. Parijs, het belangrijkste kunstcentrumvan de wereld, trok ook hem “als een vuurtoren” aan. In 1897 nam hij de trein naar de lichtstad, waar hij zich twee jaar later definitief zou vestigen. Hij pakte alles aan waar hij geld mee kon verdienen: sjouwer in de hallen, prijsvechter op de kermis, afficheplakker en hij verkocht tekeningen op straat en aan enkele bladen. Het was een armoedige periode maar, zei hij, “Parijs was het waard om arm te zijn.” Hij schilderde en tekende er het uitgaansleven in de stijl van Th.A. Steinlen en Toulouse-Lautrec: cafés, circussen, clowns, cocottes (meisjes van plezier) en danseresjes. Nadat een vriend hem had geïntroduceerd bij het bekende blad L‘Assiette au beurre en kunsthandelaren als Vollard, Druet en Kahnweiler belangstelling voor zijn werk begonnen te tonen, kreeg hij steeds meer succes.
Het Fauvisme
In 1905 verhuisde Van Dongen met zijn vrouw Augusta Preitinger en hun pasgeboren baby Dolly naar het Bateau-Lavoir in Montmarte. Dit gebouw werd bevolkt door een groot aantal later wereldberoemd geworden kunstenaars. De Van Dongens woonden er naast Picasso en diens vriendin Fernande Olivier, met wie ze goed konden opschieten.
In de jaarlijkse Salon d’Automne van datzelfde jaar werden voor het eerst expressieve doeken getoond waarop de felle kleuren zo uit de tube leken te zijn aangebracht. Van Van Dongen hingen er vrouwenportretten met grote zwart-gerande ogen en felrode mond. Een criticus noemde al deze schilderijen het werk van des fauves (wilde beesten). Dat werd de naam van een nieuwe beweging, het Fauvisme, waarvan Van Dongen een van de belangrijkste vertegenwoordigers was. Ook reizen naar Italië, Spanje, Marokko en Egypte zouden in deze en latere periodes grote invloed op zijn werk hebben.
Een gevierd kunstenaar
Nadat van Dongen in 1916 een relatie was aangegaan met Jasmy Jacob, commercieel directeur van een modehuis, rees zijn ster dankzij het uitgebreide netwerk van zijn nieuwe vlam pijlsnel. Iedereen die ertoe deed, heel de beau-monde van die tijd, wilde door hem geportretteerd worden. Bij leven was hij al legendarisch, niet alleen vanwege de schandalen rond sommige van zijn nogal expliciete naakten, maar ook door de extravagante gekostumeerde feesten die hij gaf.
In zijn portretkunst zou het vrouwentype van de garçonne: het slanke elegante type met de grote ogen, blijven overheersen. “De essentiële regel is,” zo zei hij ooit, “dat je ze op het doek wat langer en slanker maakt. Vervolgens moet je hun juwelen wat groter maken. Dan zijn ze altijd tevreden.”
Laatste periode
Met zijn portetten, landschappen en stillevens, zijn litho’s, aquarellen en boekillustraties bleef Van Dongen, in 1929 genaturaliseerd tot Fransman, een productief, succesvol kunstenaar. In de laatste periode van zijn leven (hij stierf in 1968) woonde hij afwisselend in Parijs, Deauville en bij zijn Bretonse vrouw Marie-Claire en hun zoon Jean-Marie in Monaco. Ook zijn latere werk wordt gekenmerkt door een eenvoudige maar krachtige compositie, felle, ongemengde kleuren en korte, soepele lijnen. “Veel is verdwenen tijdens mijn leven,” zei hij op zijn 84e, “maar de schilderkunst blijft.”
Op 18 september 2010 begon in Museum Boijmans van Beuningen een tentoonstelling met werken van Van Dongen, die tot in januari 2011 zal duren.
In de Leeszaal van Nederland op de KB staan diverse boeken over Kees van Dongen.
Literatuur
Links
Twee titels uit de de Koopman collectie die werk van Van Dongen bevatten: