Dit dossier is bijgewerkt tot 24 juni 2011
Op 5 juli is het 125 jaar geleden dat Willem Drees in Amsterdam werd geboren. Na zijn opleiding aan de HBS en de Openbare Handelsschool werkte hij onder meer als bankbediende en later als stenograaf bij de Tweede en Eerste Kamer. In de jaren twintig en dertig was hij wethouder van Sociale Zaken in Den Haag en minister van Sociale Zaken. Op 62-jarige leeftijd aanvaardde Drees tegen zijn zin het premierschap. Tussen 1948 en 1958 leidde hij vier kabinetten. Een panel van 49 deskundigen riep voor het blad Elsevier in 2005 Drees uit tot beste staatsman na 1922.
Inspiratie door Troelstra
Een inspirerende toespraak van Jelle Troelstra in 1903 maakte van Drees een overtuigd sociaal-democraat. Op zijn achttiende verjaardag werd hij lid van de SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij). Voor die partij was hij een aantal jaren fractievoorzitter in de Tweede Kamer. De SDAP was aanvankelijk een dogmatische partij, maar ontwikkelde zich in de jaren twintig en dertig tot een volkspartij op democratische grondslag.
Tweede Wereldoorlog
Toen de Duitse troepen in mei 1940 Nederland binnenvielen, probeerde Drees vergeefs naar Engeland te komen. Hij werd, net als veel andere Nederlandse kopstukken, in oktober 1940 gevangengezet in kamp Buchenwald. Daar heeft hij de verschrikkingen van het concentratiekamp niet hoeven ondergaan. Om gezondheidsredenen (chronische maagklachten) mocht hij na een jaar zelfs vertrekken.
In 1942 arresteerde de bezetter hem opnieuw en Drees kwam terecht in Sint Michielsgestel. In dit kamp zaten intellectuelen, schrijvers en politici, die discussieerden over het Nederland na de oorlog. Deze discussies en ideeënuitwisseling waren belangrijk voor de vorming van de PvdA. Drees kwam overigens na twee weken alweer vrij.
Nadien werd hij actief in diverse ondergrondse bewegingen. In die kringen bereidde men zich voor op de politieke toekomst, toen het eind van de oorlog in zicht kwam.
Vadertje Drees
Na de bevrijding werd eind juni 1945 het kabinet-Schermerhorn geformeerd, met Drees als minister van Sociale Zaken. In het kabinet Beel I (1946-1948) bezette hij dezelfde post. Intussen discussieerde de SDAP over haar koers. Drees stond een socialistische volkpartij voor ogen, gesteund door de arbeidersklasse. De SDAP nam deze visie over en werd een brede arbeiderspartij, ook voor de christelijke arbeider. In het verzuilde Nederland werden echter weinig christelijke arbeiders lid van SDAP. Haar naam werd in 1946 veranderd in de Partij van de Arbeid (PvdA).
Als minister maakte Drees zich in 1947 populair bij de ouderen door, met instemming van veel Kamerleden, de Noodwet-Ouderdomsuitkering in te voeren. Deze wet gaf ‘ouden van dagen’ na hun 65ste recht op een uitkering. Het betekende een verbetering van de slechte positie van ouderen in Nederland. Deze maatregel vormde de basis voor de Algemene Ouderdoms Wet (AOW) uit 1957. Deze wetten bezorgden Drees zijn bijnaam ‘Vadertje Drees’.
Minister-president van ‘rooms-rood’
Drees leidde tussen 1948 en 1958 vier ‘rooms-rode’ kabinetten, waarbij PvdA en KVP in de regering zaten. Hij bleek de juiste persoon om Nederland uit het naoorlogse dal te trekken. Drees ontpopte zich als een competent voorzitter van de ministerraad, een standvastig en degelijk minister-president die soberheid tot deugd verhief. Het zuinige imago kwam voort uit het besef met ’s lands belastinggeld te werken; daarbij pasten matigheid en het streven dat geld op de juiste wijze te besteden. Een anekdote over Drees’ zuinigheid komt van Marshallhulp onderhandelaar Harriman. Toen hij Drees bezocht en een enkel mariakaakje bij de thee kreeg, rapporteerde Harriman: ‘Ik heb het al gezien. Een land waar de premier zo zuinig leeft is onze hulp ten volle waard’. Het waarheidsgehalte van die uitspraak daargelaten, kreeg Nederland per hoofd van de bevolking de meeste hulp van de Verenigde Staten.
Indonesië
Een belangrijke kwestie na de oorlog was het Indonesische onafhankelijkheidsstreven. Nederland probeerde via onderhandelingen tot een unie met Indonesië te komen. Maar het conflict escaleerde en Nederland ging tweemaal over tot ‘politionele acties’ (1947 en 1948). Die stuitten in de internationale betrekkingen op weerstand. De Veiligheidsraad verordonneerde beide keren een staakt-het-vuren. Vooral door aandringen van de VS volgden onderhandelingen met Indonesische vertegenwoordigers. In december 1949 werd Indonesië een zelfstandige staat.
Wederopbouw en modernisering
Andere grote thema’s tijdens Drees’ premierschap waren de wederopbouw na de oorlog, de geleide economische politiek en het stelsel van de sociale zekerheid. De kabinetten Drees voerden een industrialiseringspolitiek en namen de woningbouw ter hand. Na de Watersnoodramp in 1953 nam de regering de Deltawet aan (1958). Internationaal sloot Nederland zich aan bij de NAVO en ging mee in de Europese eenwording. Het waren jaren van economische groei, zodat er geld was om een en ander te verwezenlijken.
Na tien jaar was de soms conflictueuze coalitie van PvdA en KVP echter ‘uitgewerkt’.
Na de politiek
Drees werd na zijn aftreden in 1958 minister van staat en bleef nauw betrokken bij de politiek. In 1971 zegde hij zijn lidmaatschap van de PvdA echter op. Hij was het oneens met de koersverandering die de partij inzette. Drees, een anti-radicalist, kon zich niet vinden in de nieuwe, nog linksere opstelling van de PvdA. Evenmin was hij het eens met de begrotingspolitiek van (PvdA-)premier Joop den Uyl. Hoewel zijn relatie met de PvdA later wel verbeterde, zou hij nooit opnieuw lid worden. Drees werd openlijk sympathisant van de partij Democratisch Socialisten 70 (DS70), mede doordat twee van zijn zoons in deze partij actief waren.
Vader des vaderlands
Drees schreef een aantal boeken, zoals Een jaar Buchenwald (1961), Monarchie, Democratie en Republiek (1969) en Het Nederlandse Parlement vroeger en nu (1975).
Twee eredoctoraten mocht Drees ontvangen; in 1948 op de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam en in 1952 van de Universiteit van Maryland. Op zijn voordeur stond daarom Dr. W. Drees.
Als erkenning voor zijn verzetswerkzaamheden in de oorlog ontving hij in 1953 van de Amerikaanse regering de ‘Medal of Freedom’. In 1958 ontving hij uit handen van koningin Juliana het Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw.
Drees overleed op 14 mei 1988, na een lang leven, op bijna 102-jarige leeftijd. Hij wordt soms wel ‘Vader des Vaderlands’ genoemd. Zijn belangrijkste waarden, soberheid en zuinigheid, waren ook de waarden van Nederland. Zijn formaat werd onderstreept in 2004, toen hij als derde eindigde bij de verkiezing van de ‘Grootste Nederlander’ aller tijden.