Dit dossier is bijgewerkt tot 14 mei 2012

In april 1961 begon in Jeruzalem het proces tegen Adolf Eichmann, de organisator van de Endlösung. Het proces dat wereldwijd de aandacht trok, zou tot december van dat jaar duren en leidde tot de doodstraf voor Eichmann. Het verslag van de filosofe Hannah Arendt is het meest bekend geworden. Voor Nederland deden onder meer de Holocaustoverlevende en jurist Abel Herzberg en schrijver Harry Mulisch verslag. In zijn boek De zaak 40/61 – een reportage bundelde Mulisch de artikelen die hij voor Elseviers Weekblad over het Eichmann-proces schreef.

Wannsee-conferentie

Begin januari 1942 werd de zogenoemde Wannsee-conferentie gehouden, in een vergaderoord van de Sicherheitspolizei. Adolf Hitler was hierbij niet zelf aanwezig, maar de topfunctionarissen onder voorzitterschap van Heydrich kwamen wel bijeen om voor hem het ‘jodenvraagstuk’ op te lossen.
Besloten werd dat alle joden afgevoerd zouden worden naar Oost-Europa. Adolf Eichmann deed nauwgezet verslag in zijn dagboek van de conferentie. Hij mocht de oplossing vormgeven.

Endlösung

De oplossing (Endlösung) van Eichmann betekende uiteindelijk de vernietiging van zes miljoen joden. Voor 1942 waren veel joden al om het leven gekomen in de eerste vernietigingskampen door uitputting en ziekten. Ook waren er al veel omgebracht, doodgeschoten, verbrand, doodgeslagen. Maar dat leidde tot psychische problemen bij veel SS’ers die dit op grote schaal moesten doen. De oplossing werd gezien in grootschaliger en onpersoonlijker ombrengen van joden. Na enige experimenten met vergassen in vrachtwagens werd de definitieve oplossing gevonden in gaskamers dichtbij crematoria, o.a. in Auschwitz-Birkenau. Daar werd de hele procedure verfijnd en het juiste gasmengsel geselecteerd: Zyklon-B.

Eichmann

Adolf Eichmann (Solingen, 19 maart 1906) was in 1932 lid van de NSDAP geworden en in 1933 het leger ingegaan. Hij sloot zich aan bij de SS en kwam bij de Sicherheitsdienst waar hij in 1935 hoofd werd van het Bureau voor Joodse Zaken. Hij verdiepte zich grondig in de joodse traditie en geschriften. Anekdoten melden dat hij boos was op joodse gevangenen als ze hem geen antwoord konden geven op vragen over zulke geschriften. Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat hij samenwerkte met de grootmoefti van Jeruzalem om ook in Palestina een holocaust te plannen. 
Eichmanns bureau (Amt IV B 4) organiseerde de transporten en massavernietiging van de Europese joden. Aan het eind van de oorlog ging hij zelfs nog door toen van hogerhand het bevel kwam te stoppen met vergassingen. Zijn wereld stortte in met de dood van Hitler op 8 mei 1945.

Gevlucht en gepakt

Na de ineenstorting van Hitlers Duizendjarige Rijk werden veel Nazi-kopstukken opgepakt; een belangrijk aantal werd berecht in het Neurenberger proces (1945-1946). Anderen pleegden zelfmoord, of vluchtten. Eichmann behoorde tot de laatste groep. Van Duitsland vluchtte hij naar Oostenrijk, maar werd geïnterneerd als krijgsgevangene. Toen  in Neurenberg ook zijn naam steeds meer werd genoemd, besloot hij te ontsnappen. Na vier jaar als houthakker geleefd te hebben, vluchtte hij in 1950 naar Argentinië met behulp van Odessa, de neo-nazi-organisatie die vele oorlogsmisdadigers hielp ontsnappen. Als Ricardo Klement woonde en werkte hij vlakbij de Chileense grens. Zijn vrouw en kinderen voegden zich daar bij hem. Hier werd hij opgepakt door de Israëlische geheime dienst, de Mossad, op 2 mei 1960.

Internationale commotie

‘Ik heb altijd geweten dat het eens zo zou gaan’ sprak hij bij aanhouding. De Mossad smokkelde Eichmann het land uit en bracht hem over naar Jeruzalem, waar hij bijna een jaar lang ondervraagd werd door Avner Less, het hoofd van de nationale politie. Het verslag ervan werd pagina voor pagina gecorrigeerd en geparafeerd door zowel Eichmann als Less.
De ontvoering van een inwoner van Argentinië zorgde voor grote beroering. Argentinië zag zijn soevereiniteit geschonden; dit ongenoegen werd ook verwoord in een resolutie van de Veiligheidsraad. Overigens werd daarin ook gezegd, dat de misdaden van Eichmann niet ontkend werden, noch het feit dat hij daarvoor berecht diende te worden.

De zaak 40/61

Het proces (de zaak 40/61) begon met een week waarin bepaald werd of het hof wel bevoegd was om over Eichmann te oordelen. Eichmann had zijn misdaden immers gepleegd in Duitsland, niet in Israël. Het Israëlische hof beriep zich op de ‘piraterij’-uitzondering en verklaarde zichzelf bevoegd.
Het eerste deel van het proces bestond uit een dagenlange opsomming van Eichmanns daden en van vele getuigenissen van slachtoffers die spraken over verschrikkingen, maar niet noodzakelijk die waarbij Eichmann was betrokken. Het proces leidde er toe, dat Eichmann als de verpersoonlijking van alle kwaad uit de Nazi-tijd werd gezien. Uiteindelijk werd het ‘schuldig’ uitgesproken en werd hij ter dood veroordeeld. De straf werd door ophanging voltrokken op 1 juni 1962.

Mulisch en de Tweede Wereldoorlog

Mulisch was een van de zevenhonderd verslaggevers die afkwamen op het Eichmann-proces. Eichmann zat in een kogelvrije kooi in de rechtszaal en gedroeg zich keurig, bijna serviel. Toen hij uiteindelijk zelf aan het woord kwam sprak hij als een ambtenaar in lange volzinnen met vele ingewikkelde bijzinnen. De wereld was verbijsterd: kon deze kleurloze ambtenaar de massamoorden op zijn geweten hebben?
Mulisch probeerde hem te begrijpen. Hij las de verslagen van de ondervraging, hij bezocht de plek waar Eichmann gewerkt had, hij bezocht Auschwitz. Mulisch, die toen pas 33 jaar was, verdiepte zich in de psyche van Eichmann. Zijn conclusie toen was dat Eichmann de perfecte machine was en als een robot zijn bevelen uitvoerde. In De zaak 40/61 wisselt hij de verslagen van zijn speurtocht af met beschrijvingen van het proces en van Israël. De rest van zijn leven zou Mulisch proberen te doorgronden hoe het kwaad in de mens, in ons mensen, werkt, steeds refererend aan WO II. Zoals hij zelf zei (hij was de zoon van een Oostenrijker en een joodse Duitse): 'de Tweede wereldoorlog, dat ben ik'.

Literatuur

Links