Dit dossier is bijgewerkt tot 28 november 2001

Literatuur

De distributie van de Euro is in volle gang nu de invoering van de nieuwe gemeenschappelijke munt van Europa op 1 januari 2002 steeds dichterbij komt.

Geschiedenis van de euro

De geschiedenis van de euro hangt nauw samen met de geschiedenis van de Europese samenwerking. In de jaren na de tweede wereldoorlog zochten de Europese landen toenadering tot elkaar, met name op het gebied van de zware industrie. Juist deze tak van de industrie werd gezien als de basis voor vrede en economische voorspoed. De eerste officiële Europese samenwerking begon met het opzetten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1952, toen de Benelux-landen, West-Duitsland, Frankrijk en Italië de zeggenschap over deze industrie opgaven ten behoeve van de nieuwe Europese organisatie. Deze eerste stap in de Europese samenwerking werd in 1957 al gevolgd door de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Tien jaar later werden deze twee eerste Europese organisaties samen met Euratom (een samenwerkingsverband op het gebied van kernenergie) samengevoegd tot de EG (Europese gemeenschap). Na het verdrag van Maastricht werd de EU opgericht, waar naast de zes oorspronkelijke landen, negen andere landen aan meededen.
In het verdrag van Maastricht in 1991 werden een aantal criteria opgesteld waar landen die mee wilden doen aan de EMU (Economische en Monetaire Unie) aan moesten voldoen: een lage inflatie, een lage rente, degelijke overheidsfinanciën en een stabiele wisselkoers ten opzichte van het gemiddelde van de andere landen. Aan deze criteria bleken in 1998 11 landen te voldoen: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk Portugal en Spanje. In 2000 werd ook Griekenland toegelaten tot de EMU en dus tot deelname aan de euro.

Voordelen en nadelen van de euro

De komst van de euro heeft tot grote discussies geleid over de voor- en nadelen van de euro. Als voordelen zijn genoemd: het verdwijnen van transactiekosten bij het omwisselen tussen verschillende Europese valuta, het verdwijnen van onzekerheid over wisselkoersen in belangrijke handelstransacties, het stimuleren transparantie en competitie binnen Europa, de 'hardheid' van de nieuwe munt, het creëren van een omvangrijke kapitaalmarkt, het versterken van de fiscale discipline van deelnemende landen en het bevorderen van Europese identiteit. De belangrijkste nadelen zijn: de hoge kosten van de introductie van de euro, de sterke band tussen de nationale economieën (als het in een bepaald land financieel niet goed gaat, heeft dat effect op de economieën van andere landen) en het verlies van nationale onafhankelijkheid op financieel gebied.

E-day

Op de effectenbeurs en giraal wordt de euro al sinds 1 januari 2000 gebruikt. Op deze dag werd ook de vaste wisselkoers van de euro vastgesteld: 1 euro is 2,20371 euro. Op 1 januari 2002 - E-day - zal de Euro in alle deelnemende landen officieel betaalmiddel zijn. Het blijft nog een korte tijd mogelijk om ook met de eigen valuta te betalen, in Nederland zal dit zijn tot 28 januari 2002. Daarna kunnen nog tot 1 april guldenmunten en -biljetten worden gestort op bank- of girorekeningen en tot 1 januari 2003 kunnen deze nog worden omgewisseld in euro's. Na 1 januari 2003 kunnen guldenmunten en biljetten alleen nog via de Nederlandsche Bank worden omgewisseld in euro's. Voor munten blijft dit mogelijk tot 1 januari 2007, voor biljetten tot 1 januari 2032, dertig jaar na de overgang naar euro's.

Munten en biljetten

De biljetten van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro zullen in alle landen gelijk zijn. Het ontwerp werd al in 1996 op de eurotop in Dublin bepaald. Gekozen is voor afbeeldingen in het thema 'tijdperken en stijlen van Europa': gebruik makend van drie architectonische elementen - ramen, poorten en bruggen - worden zeven eeuwen Europese cultuurgeschiedenis uitgebeeld. De biljetten zijn ontworpen door de Oostenrijker Robert Kalina. De munten hebben een 'Europese zijde', die in alle landen gelijk is, en een 'nationale zijde' die per land verschilt. Op de 'nationale zijde' van de Nederlandse euro zal een beeltenis van koningin Beatrix worden afgebeeld, naar een ontwerp van Bruno Ninaber van Eyben. Uniek voor Nederland is dat er op de rand van het 2 euro stuk 'God zij met ons' komt te staan. De munten zullen ook een andere denominatie hebben dan onze huidige munten, in plaats van de huidige verdeling in stuivers, dubbeltjes en kwartjes, zal de euro verdeeld worden in 1, 2, 5, 10, 20 en 50 eurocent. Om te wennen aan de nieuwe munten zullen tussen 3 en 7 december alle Nederlanders de mogelijkheid krijgen een eurokit af te halen bij banken en grote winkelketens.