Dit dossier is bijgewerkt tot 13 december 2005.

Op 15 december 2005 was het precies 70 jaar geleden dat Max Euwe de Rus van afkomst Alexander Aljechin versloeg. Zo werd hij de enige Nederlander die het ooit presteerde om wereldkampioen schaken te worden. De match tussen Euwe en Aljechin ging over 30 partijen en duurde bijna twee en een halve maand. In het hele land werden partijen gespeeld. In Utrecht, Den Haag, Zeist, Zandvoort en zelfs in uithoeken als de Japanse zaal in het hotel Frigge in Groningen of het Café Van Klaveren in de Watergraafsmeer.

Machgielis Euwe werd op 20 mei 1901 in datzelfde Watergraafsmeer geboren. Zijn vader was daar onderwijzer. Beide ouders schaakten en op 4 jarige leeftijd had Maxje de spelregels al onder de knie. Op de HBS ging het aanvankelijk niet zo goed. Niet door het schaken maar omdat al zijn vrije tijd op ging aan voetballen! Pas toen hij in de vierde klas zat werd schaken zijn eerste hobby. Hij was op dat moment lid van het VAS, het Verenigd Amsterdams Schaakgenootschap. In 1918 slaagde Euwe voor zijn eindexamen en ging wiskunde studeren aan de Gemeentelijke Universiteit. In de daarop volgende jaren groeide zijn schaakkracht, vooral omdat hij in Amsterdam sterke buitenlanders ontmoette zoals de Hongaren Maroczy, Réti en de Rus Tartakover. Ook speelde hij op toernooien in het buitenland. In 1921 werd hij voor de eerste keer Nederlands kampioen. Van de jaren twintig tot begin jaren vijftig heeft Euwe de Nederlandse schaakwereld volledig gedomineerd (in totaal werd hij 13 keer Nederlands kampioen).

In 1927 nam Aljechin het wereldkampioenschap over van de Cubaan Capablanca. In die tijd eindigde Euwe meestal als subtopper, maar in Bern 1932 en Zürich 1934 eindigde hij als tweede, achter de wereldkampioen. Ondertussen was hij in 1926 cum-laude gepromoveerd op een wiskundig onderwerp: “Differentiaalinvarianten van twee covariante-vectorvelden met vier veranderlijken”. In datzelfde jaar trouwde hij en ging lesgeven aan het Gemeentelijk Meisjeslyceum in Amsterdam.

In 1933 bereikte hem een uitnodiging van Aljechin om een match te spelen, “desnoods om het wereldkampioenschap”. Euwe geloofde niet een kans te maken maar werd door de Oostenrijker Hans Kmoch van het tegendeel overtuigd. Euwe ging zich degelijk voorbereiden, niet alleen schaaktechnisch maar voor het eerst in de schaakgeschiedenis ook conditioneel. Hij ging zwemmen, tennissen, leerde zelfs boksen en begon de dag met een ijskoude douche. Aljechin deed nooit aan sport, was een stevige drinker en fervent roker. In oktober 1935 was het dan zover. De confrontatie kende een ongekende media-aandacht. De eerste partij verloor Euwe maar de tweede won hij overtuigend. De negende partij werd gespeeld in Euwe’s eigen Meisjeslyceum, maar hij verloor en het stond 6-3 voor Aljechin. De nerveuze Aljechin zette zichzelf steeds meer onder druk. Hij wilde niet alleen winnen maar ook briljant spelen. Dat brak hem op in de tiende partij. Na de 15de partij in Baarn stond het gelijk: 7½ -7½ maar na de 19de partij in Zeist stond Euwe weer 2 punten achter. Daarna veranderde Aljechin van tactiek: hij ging consolideren. Euwe moest nu wel de rol van aanvaller op zich nemen. Na de 21ste partij stond het voor de tweede keer gelijk. Om deze laatste partij werd wel een rel geschopt. De pers beweerde dat Aljechin dronken zou zijn geweest. Euwe heeft dat altijd ontkend. De doorslag gaf de 26ste partij, de “Parel van Zandvoort” (Euwe deed van de 47 zetten er 19 met hetzelfde paard!). Vlak voor het einde van de match stond Euwe 2 punten voor! De 27ste verloor hij echter, de marge was nog één punt. De 28ste en de 29ste eindigden beide met remise.

De laatste partij in het Bellevue te Amsterdam was op een zondagavond. 2000 toeschouwers zaten in drie zalen op elkaar gepakt als was het een voetbalwedstrijd. Aan een gelijke eindstand van 15-15 zou Aljechin genoeg hebben. Hij slaagde daar niet in. Bij de 27ste zet stond hij 2 pionnen achter. Toch wilde hij, tot vlak voor het moment van afbreken, niet ingaan op Euwe’s remiseaanbod. Toen vroeg Aljechin aan Euwe: “Moeten we afbreken of kan ik u nu al feliciteren?” Zwijgend schudden zij elkaar de hand. Een daverend applaus en een gejuich brak los. Nadat het publiek eindelijk tot zwijgen was gebracht sprak Aljechin de woorden: “Es lebe Schachweltmeister Euwe, es lebe Schachliebend Holland”