Dit dossier is bijgewerkt tot 28 mei 2010
Op 1 juni 1860 begon Robert J. Fruin aan het ambt van hoogleraar in de ‘vaderlandsche geschiedenis’: daarmee kreeg deze tak van wetenschap een eigen leerstoel. Fruin heeft dit hoogleraarschap precies 34 jaar uitgeoefend. Honderdvijftig jaar na 1860 is zijn naam nog steeds een begrip.
Klassieke en vaderlandse geschiedenis
Robert Fruin werd in 1823 in Rotterdam geboren. Hij studeerde klassieke filologie en promoveerde in 1847 op een onderwerp in de Egyptologie. Na zijn promotie verdiepte hij zich niet langer in deze tak van geschiedwetenschap. Hij ging hij aan het werk als leraar aardrijkskunde en geschiedenis te Leiden en richtte zich op de vaderlandse geschiedenis.
Leerstoel vaderlandse geschiedenis
In 1860 volgde dan zijn aanstelling aan de Leidse Universiteit als hoogleraar vaderlandse geschiedenis. Een belangrijk moment, want hiermee was de Nederlandse geschiedenis formeel een zelfstandige tak van wetenschap. Bij de ambtsaanvaarding sprak hij een redevoering uit: De onpartijdigheid van den geschiedschrijver. Fruin doelde daarmee onder meer op een grondige studie van de bronnen. Daarnaast kon een historicus niet aan een zekere subjectiviteit ontkomen om een juist beeld van het verleden te krijgen. Hier was de invloed van de Duitse historicus Leopold von Ranke (1795-1886) merkbaar. Deze propageerde een kritische benadering van de historische bronnen om een objectieve geschiedbeoefening te bereiken. In Rankes woorden: 'will bloss zeigen,wie es eigentlich gewesen'.
Debat over Nederlands geschiedenis
In de negentiende eeuw beleefde Nederland een discussie over de eigen geschiedschrijving. Dat kwam door het opkomende nationalisme in Europa en door het liberale gedachtegoed, dat naast de protestants-christelijke en de katholieke opvattingen een plaats kreeg. Deze stromingen hadden elk hun eigen visie op het ontstaan van de Republiek, de Opstand en op de latere Nederlandse staat. Fruin mengde zich in dit historisch debat. Hij keerde zich onder anderen tegen staatsman en historicus Groen van Prinsterer, voor wie God-Nederland-Oranje als een drie-eenheid gold. Deze benaderde de Nederlandse ontwikkelingsgang vanuit een protestants-christelijke achtergrond. Katholieke historici hadden weer hun eigen kijk op de Nederlandse geschiedenis. Fruin voerde de noodzaak tot ‘onpartijdigheid’ aan, alsmede zijn conservatief-liberale opvattingen.
Tien jaren
Grote indruk maakte Fruin met zijn belangrijkste werk Tien jaren uit den Tachtigjarigen Oorlog, 1588-1598 uit 1857-1858. Deze studie over een beslissende fase uit de Nederlandse Opstand gold als onovertroffen en heeft een negentigste druk beleefd. Mede door dit magnum opus bestond er geen enkel bezwaar hem in 1860 tot hoogleraar te benoemen.
Andere publicaties van Fruin zijn Het voorspel van den Tachtigjarigen Oorlog (1859) en zijn tien delen Verspreide geschriften (1900-1905). Fruin is altijd veel meer een onderzoeker geweest dan een schrijver of publicist. Behalve de genoemde publicaties over de Tachtigjarige oorlog heeft hij geen andere ‘grote werken’ op zijn naam staan. Dit laatste kwam doordat Fruin zich veelal op grondige wijze aan detailstudies wijdde.
150 jaar later
Op 1 juni 2010, honderdvijftig jaar na zijn ambtsaanvaarding, markeert de presentatie op de Leidse Universiteit van het boek Het vaderlandse verleden – Robert Fruin en de Nederlandse geschiedenis deze belangwekkende gebeurtenis. Het is tevens een eerbetoon aan Fruin en een blijk van waardering voor zijn rol als historicus.
De KB bezit vrijwel alle werken van Fruin en een verzameling van brieven, door en aan hem geschreven. De publicaties zijn via de catalogus te vinden. Het raadplegen van de brieven kan alleen in de Leeszaal Bijzondere Collecties