Dit dossier is bijgewerkt tot 14 februari 2009
Leven
Johan Jacob Antonie Goeverneur werd op 14 februari 1809 in Hoevelaken geboren. Om net als zijn vader predikant te worden ging hij theologie studeren in Groningen. Daar maakte hij zijn debuut als dichter (onder het pseudoniem Jan de Rijmer) in de Groninger Studenten-almanak, waarvan hij in 1829 mede-oprichter was.
Lees meer : Schandaal in Groningen en de Keesiade
Militair, student en schrijver
Goeverneur nam in 1830 als infanterist deel aan de Tiendaagse Veldtocht tegen België, dat zich wilde afscheiden van Nederland. Het soldatenleven beviel hem niet: “Dat hij die rijm’lig van natuur is, in dienst ’t rampzaligst creatuur is”. In 1833 zwaaide hij af en ging letteren studeren in Leiden. Na zijn doctoraalexamen in 1836 keerde hij terug naar Groningen, waar hij van zijn pen ging leven. Hij bleef daar ‘ambteloos en echteloos’ op kamers wonen. Hij woonde onder meer bij een ‘kostjuffrouw’ met negen kinderen die gek waren op ‘Oom Jan’ – de naam die hij later veel gebruikte ter ondertekening van zijn kindergedichten.
Hij bleef tot zijn dood in 1889 in Groningen wonen. Het Levensbericht van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde beschrijft hoe hij zijn tachtigste verjaardag vierde. Liggend in zijn bedstee, kreeg Goeverneur een prachtig versierd album aangeboden met ruim honderd portretten van tijdgenoten. Enkele weken daarna, op 18 maart 1889, overleed hij. Daarmee ‘verloor de Nederlandsche letterkunde in hem een harer sieraden.’
Lees meer : Goeverneur als Groninger
Veelschrijver
Goeverneur wordt omschreven als een broodschrijver. Hij verzamelde, vertaalde, ‘schetste na’, ‘schreef na’, hij bewerkte uit het Hoogduits en Duits, naar het Italiaans, uit het Frans en naar het Zweeds, naar het Engels en uit het Fries. Hij beoefende alle genres: voor volwassenen een tijdschrift, romans, historische verhalen, reisverhalen en gedichten. Voor kinderen vertellingen, fabels en versjes, teksten in prentenboeken, liedjes, schoolboeken en boeken over de natuur.
Dichter voor volwassenen
In 1836 maakte Goeverneur zijn entree in de letterkundige wereld met de bundel Gedichten en rijmen. Er verschenen vermeerderde uitgaven, de laatste in 1882 met de titel Dichtwerken. Motto: “ ‘k ben dichter, naar de menschen meenen; Ik voor mijzelf geloof het nauw.” Hij was een van de negentiende eeuwse dichtende dominees en theologiestudenten, zoals Nicolaas Beets (Hildebrand), P.A. de Génestet, J.J.L. te Kate, Francois HaverSchmidt (Piet Paaltjens) en Gerrit van de Linde (De Schoolmeester).
In De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (4e dr. 1980) samengesteld door Gerrit Komrij, staan vier gedichten van Goeverneur voor volwassenen: Het sterkste, De twee reizigers, De Tarantella en Wat vang ik aan met zes en vijftig katten. Het laatste gedicht is een hilarische noodkreet ‘eens ouden vrijers’, die zijn meid verbiedt jonge katjes te verzuipen en dan omkomt in de katten.
Tijdschrift voor volwassenen: De Huisvriend
Alleen al het vullen van een maandblad als De huisvriend : gemengde lectuur voor burgers in stad en land, dat heeft bestaan van 1843 tot 1882, moet een zware opgave zijn geweest. Goeverneur was vierendertig jaar toen hij ermee begon en drieënzeventig toen hij ermee stopte. Het blad bevat verhalen uit diverse landen en over allerlei onderwerpen. Het zijn bijbelverhalen, samenspraken, sprookjes, rijmvertellingen, gedichten en anecdoten. Onderwerpen als Joodse gebruiken, spreekwoorden, slavernij, taferelen uit Oostindië, opiumroken in China en de aard en waarde van de vrouw komen aan de orde. De jaargangen tellen 416 pagina’s met twee kolommen in kleine letters gedrukte tekst. Pas vanaf 1864 werd de tekst met houtgravures verlucht. Na 1883 hield Goeverneur het voor gezien, maar de nieuwe redacteur H. van Roordahuizen bouwde voort op de populariteit van het blad en zijn eerdere samensteller, door de naam te wijzigen in Goeverneur's oude huisvriend. Onder die naam bleef het blad bestaan tot 1897.
Lees meer : De huisvriend verkocht
Klassieken vertaald en Prikkebeen
Goeverneur heeft bijna alle belangrijke klassieken vertaald of bewerkt, bij voorbeeld Gullivers' reizen, Robinson Crusoë enz. Hij vertaalde sprookjes van de gebroeders Grimm, van Hans Christian Andersen, Charles Perrault en uit Duizend en een nacht. In de reeks Goeverneur's volksboeken laat hij de lezer hernieuwd kennis maken met figuren als Faust, Willem Tell en bandiet Rinaldo Rinaldinus. Het bekendst werd Goeverneur zonder twijfel met ‘Mijnheer Prikkebeen’. In 1845 verscheen L'histoire de M. Cryptogame van Rodolphe Töpffer (1799-1846) als vervolgverhaal in het Franse tijdschrift Illustration. Het werd bewerkt door de Duitser Julius Kell en kreeg de titel Fahrten und Abenteuer des Herrn Steckelbein. Die versie was de basis voor Goeverneurs Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen, een wonderbaarlijke en kluchtige historie (1858). De illustraties in Prikkebeen zijn, naar het voorbeeld van Töpffer, opnieuw in hout gesneden. Kell en Goeverneur hebben een aantal tekeningen van Töpffer weggelaten en de oorspronkelijke tekst zwaar gekuist: verloofde Elvire werd zus Ursula, waardoor bepaalde wendingen in het verhaal onbegrijpelijk werden. Maar dat verminderde het succes van dit dwaze verhaal geenszins.
Lees meer : Prikkebeen
Gedichten voor kinderen
Goeverneur schreef verhalen en gedichten voor kinderen, onder zijn eigen naam of als Oom Jan. De kindergedichten hebben Goeverneur de meeste roem en geld opgeleverd. De eerste bundels, die vanaf 1835 (eerst anoniem) verschenen, waren bewerkingen van verzen van Wilhelm Hey. Deze Fabelen en gedichtjes zijn in vele edities verschenen. Bij Goeverneur mag men eerder van bewerkingen spreken dan van vertalingen, want zijn eigen inbreng was daarbij zeer groot.
Een aantal van Goeverneurs gedichten zijn vanaf 1866 op muziek gezet, onder andere door de Groningse organist Jan Worp voor De zingende kinderwereld. Een deel van dit werk is nog steeds bekend. Liedjes als Toen onze Mop een Mopje was, Roodborstje tikt tegen ’t raam en In een groen, groen knollen- knollenland zijn in het orale circuit terechtgekomen en in bundels opgenomen, dikwijls zonder vermelding van de auteursnaam.
Humoristisch en speels moralistisch
Goeverneur bracht humor en spanning in zijn werk voor kinderen. Het is niet stijf en braaf, zoals dat van veel van zijn voorgangers en tijdgenoten. Bovendien wist hij de moraal speels te verpakken. Vaak wordt zijn werk vergeleken met dat van Hieronymus van Alphen. In twee recente bloemlezingen van kinderpoëzie is Goeverneur nog steeds opgenomen. In Van Alphen tot Zonderland door Anne de Vries (2000) staan twaalf van zijn gedichten. Negen gedichten zijn opgenomen in Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten door Gerrit Komrij (2007). Het kind en de os staat in beide bundels.
Goeverneur herdenken
Goeverneurs geboorte- en sterfjaar worden nog steeds in kranten en tijdschriften gememoreerd. In de stad Groningen is een straat in de Oosterpoortbuurt naar hem genoemd. In 2003 bleek het grafmonument van Goeverneur op de Zuiderbegraafplaats in verval geraakt. De stad Groningen heeft het graf laten restaureren. Dordrecht en Utrecht hebben ook straten met zijn naam.
Er zijn verschillende scripties en een aantal artikelen aan Goeverneur gewijd, het meest uitgebreid is het hoofdstuk in Lust en leering van P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets, maar tot heden is er geen biografie over de man en zijn werk geschreven. Er is meer dan voldoende materiaal bewaard gebleven om een levendig beeld van de negentiende eeuw, in de persoon van deze Groningse domineeszoon, te geven. Is het geen tijd voor een biografie van deze negentiende eeuwse ‘Dichter des vaderlands’?