Goeverneur woonde het grootste deel van zijn leven in Groningen, van 1816 tot 1830, en van 1836 tot 1889. Hij was een bekende figuur in de stad. In Toal en Taiken, tiedschrift veur Grunneger Kultuur (jrg. 24, no. 5, 2006) wordt Goeverneur ’n echte Stadjer’ genoemd. Hij zou naast de bijdragen aan de Studenten Almanak ook het Zwaardlied van het studentencorps Vindicat hebben geschreven. Uit dankbaarheid kreeg hij elk jaar een pracht-exemplaar van de Groninger Studenten-almanak aangeboden. In de Huisvriend van februari 1862 staat een brief uit 1861 afgedrukt, waarin Goeverneur zichzelf “een groot Groninger kind” noemde. Anton Korteweg bestempelde Goeverneur (in ’t Is vol van schatten hier, 1986) als de ‘officieuze Groningse stadsdichter’.