Dit dossier is bijgewerkt tot 1 maart 2009

Ferme jongens, stoere knapen

Tweehonderd jaar geleden, op 1 maart 1809, werd Jan Pieter (J.P.) Heije geboren, de man die de Nederlanders vaderlandse liederen zou leren zingen. Na zijn studie medicijnen werkte hij mee bij de bestrijding van een cholera-epidemie en hij was medeoprichter van het Amsterdamse Prinsengrachtziekenhuis. Als bestuurder verzette hij veel werk in de Maatschappijen tot Nut van 't Algemeen, ter bevordering der Geneeskunst en tot bevordering der Toonkunst. Heije was een sociaal bewogen mens en een energieke volksverbeteraar.
Daarnaast was hij tot 1840 schrijver van serieuze poëzie en later van volksliederen en kinderliedjes. Heije publiceerde bijvoorbeeld teksten in de beroemde Enkhuizer Almanak, die een voor die tijd enorme oplage had.

Kinderliederen

In 1843 verscheen de eerste van zijn drie bundels Kinderliederen. Heije wilde met deze liedjes kinderen opvoeden tot goede burgers. Hij schreef veel natuurgedichten en de zedenlessen die hij daarin verwerkte propageerden deugden als vlijt, leergierigheid, daadkracht, nederigheid, dankbaarheid (jegens God en ouders) en uiteraard vaderlandsliefde. De muziek werd geschreven door onder andere collega-medicus J.J. Viotta. De frisse, kinderlijke toon van zijn liedjes oogstte waardering. Hij wordt gezien als een overgangsfiguur tussen de moralistische achttiende-eeuwer Van Alphen en de humoristische Goeverneur. Sommige liedjes van Heije zijn nog bekend: Een  karretje  op  een  zandweg  reed  en Zie, de  maan  schijnt  door  de  bomen.  Gedeelten uit Heijes liedjes als Daar  zaten  zeven  kikkertjes en Kleinklein  kleutertjewat  doe  je   in  mijn  hof, werden behalve in boekjes ook mondeling overgeleverd van ouder op kind. Naast het schrijven en bewerken van versjes, bewerkte hij ook sprookjes en paste ze aan aan de ‘Nederlandsche volksaard’, wat niet door alle critici gewaardeerd werd.

Lees meer : Fragmenten van kinderliedjes

Vaderlandsliefde

Nationalisme was in de negentiende eeuw een gewaardeerde cultuuruiting die Heije volop in zijn liedteksten verwerkte. De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen meende dat het Nederlandse volk in eenheid opgevoed moest worden en stelde daarvoor de zeventiende-eeuwse vaderlandse helden als Piet Hein en Michiel de Ruyter als voorbeeld. Na de afscheiding van België in 1831 moesten Nederlanders zich opnieuw bewust worden van de ‘waarden die een volk tot natie smeden’. Heije wordt omschreven als een verlichte moralist met romantische bevliegingen met een geïdealiseerd beeld van ‘het volk’.  Hij propageerde de idealen spaarzaamheid, reinheid, huiselijkheid en tevredenheid.
Heije gebruikte zeehelden als toonbeelden van kracht en moed. In zijn teksten laat hij zien wat het vaderland verlangt: ferme jongens en huishoudelijke (en indien nodig: moedige) meisjes. Nog altijd wordt er bij voetbalwedstrijden gezongen:  “Piet  HeinPiet  HeinPiet  Heinzijn  naam  is  klein;  zijn  daden  benne  groot;  zijn  daden  benne  groothij  heeft  gewonnen  de Zilvervloot”.

Lees meer : Vaderlandsliefde en nationaal-socialisme

Naleven

In Abbenes, waar zijn graf zich bevindt, leeft Heije voort in de namen van boerderijen en een straatnaam. In een aantal Nederlandse plaatsen is een J.P. Heijestraat en verschillende instellingen voor gehandicaptenzorg dragen zijn naam.
In 1996 werd een Jan Pieter  Heije-Prijs ingesteld door de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst en de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis. (Deze prijs wordt uitgereikt voor scripties op het gebied van de Nederlandse muziekgeschiedenis.)
Anne de Vries nam in zijn bloemlezing Van  Alphen tot  Zonderland vijf gedichten van Heije op en Gerrit Komrij koos er tien voor zijn bundel De  Nederlandse  kinderpoëzie  in  1000  en  enige  gedichten. Twee liedjes hebben beiden gekozen: Van  zeven  kikkertjes en  Vogelenlied.
Dr. Jan Stroop, bekend van zijn werken over ‘poldernederlands’ en ABN, is Heijes biograaf. In Ons  Amsterdam (maart 2009) verschijnt een herdenkingsartikel van zijn hand.
In de Jan Pieter Heije straat in Amsterdam wordt op 1 maart 2009 een herinneringsplequette onthuld.

De collectie van de Koninklijke Bibliotheek en het Nederlands Muziek Instituut

In de catalogus van de KB en het NMI zijn bijna negenhonderd treffers te vinden op naam van Jan Pieter Heije. Een groot gedeelte daarvan (767) betreft partituren van bladmuziekwerken en afzonderlijk beschreven liederen uit bundels. Daarnaast zijn er nog ruim honderd publicaties, bijvoorbeeld Heijes pamflet uit 1830 getiteld Wapenkreet. Er zijn brieven van Heije aanwezig, zijn proefschrift, bundels met gedichten, met kinderliederen, sprookjes, een brochure met een toespraak, volkszangboeken, ‘voorlezingen’, teksten van oratoriën, cantaten en psalmen, vertalingen, ‘metrische navolgingen’, een rapport betreffende geneeskunst, een tekst over geneeskundige armenverzorging, een open brief over de armenwet, een volksoverlevering, bijdragen aan bundels, volksdichten, stichtelijke liederen en gezangen, een kleurboek. Haast te veel voor één leven.
Van Heijes autobiografie Innigst  leven  eens  dichterspoëzie  des  huizes  van  Dr. J. P.  Heije, in 1874 gedrukt in een oplage van slechts vijftig exemplaren, is een exemplaar aanwezig in de KB (57 G 13 [-14]).

    

Literatuur

Links