Fragmenten uit nog min of meer bekende liedjes
De bekende strofen staan vetgedrukt
"Onze manieren."
Tusschen Keulen en Parijs
Leît de weg naar Rome:
Al die met ons meê wil gaan,
Die moet onze manieren verstaan:
Goeij^e manieren,
Zoete manieren,
Zoo zijn onze manieren.
Ben je klein of ben je groot,
Altijd kan je leeren;
Woudt ge gaarne zijn bemind,
Houdt maar onze manieren te vrind:
Brave manieren,
Vrome manieren,
Zoo zijn onze manieren.
Ben je niet van Hollandsch bloed,
Woudt ge dat niet blijven?
Houdt dan, kindren! waar het past,
Houdt dan Hollands manieren maar vast;
Oûwe manieren,
Trouwe manieren,
Zoo zijn onze manieren.
"Van zeven kikkertjes"
Daar zaten zeven kikkertjes
Al in een boerensloot,
De sloot was toegevroren,
Ze lagen hallef dood,
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet
Van honger en verdriet.”
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads:
‘Die malle nachtegalen,
Wat hadden die een praats!
Was eerst het ijs maar in den dooi,
Wij zongen eens zoo mooi!’
De milde, lieve Lente kwam;....
Zij kwaakten de oude wijs:
Als zij dat zingen noemen,
Wensch ik ze weêr in 't ijs;
Ik geef die kikkers allemaal
Voor éénen nachtegaal.
"Bloemkweeken."
Ik heb een' kleinen, kleinen tuin,
Daar kweek ik bloemen in;
En als mijn aardig zusje komt,
Dan zing ik blij van zin:
-
“Klein kleuterke, klein kleuterke!
Wat doet gij in mijn' hof?
Gij plukt er al de bloemkens af
En maakt het veel te grof!” -
En als zij dan die plantjes ziet,
Met zooveel zorg gekweekt,
Dan wed ik, dat het lieve kind
Geen van de bloempjes breekt.
Uit: Al de kinderliederen’, 1861