Ferme jongens en huishoudelijke meisjes

Naar zee
Ferme jongens, stoere knapen,
Foei! hoe suffend sta je daar!
Zijt ge dan niet wel geschapen?
Zijt ge niet van zessen klaar?

Een vijand
Durven Meisjes ook niet veel....
'k Denk dat zij (in zulke tijden)
Toch nog met een bezemsteel
Voor ons Neêrland zouden strijden;
Ja zelfs met een ragebol
Joegen zij 't gespuis op hol.

Onbedoeld gebruik van Heijes vaderlandsliefde

Heijes vaderlandsliefde bleek later ‘gefundenes Fressen’ voor de nationaal-socialisten, zo blijkt uit een artikel van A.R. Kleyn in het tijdschrift  Sibbe van april 1944. Heijes leven en werk wordt beschreven en zijn vaderlandse liederen worden hogelijk geprezen. Kleyns conclusie luidt:

‘Het meest opmerkelijke ook bij dezen toch bij uitstek nationalen volksdichter is dat hij zijn bloedssamenstelling, evenals bij zoovele Nederlanders van naam, weer voor een aanzienlijk deel dankt aan voorouders geboortig van buiten onze tegenwoordige landsgrenzen. De families Heye, Fette (…) zijn bewijsbaar afkomstig uit Duitschland. (…) van “Duitschen bloede”.’ Heye is ‘naar den bloede maar ongeveer voor ¼ Nederlander te achten.’ Maar ‘het Nederlandsch en Duitsche volk zijn naar waarheid in hun wezen “van eenen bloede”.'

De KB bezit het tijdschrift  Sibbe; signatuur: 669 C 23 [-26].’