Dit dossier is bijgewerkt tot  21  december  2009 

Officiële overdracht soevereiniteit

Zestig jaar geleden, op 27 december 1949, tekende koningin Juliana in het Paleis op de Dam het document waarin de soevereiniteit over Indonesië werd overgedragen aan de Republikeinse regering, met uitzondering van Nieuw-Guinea. De Indonesische delegatie stond onder leiding van Mohammad Hatta. Met de overdracht kwam een einde aan het gewelddadige conflict rond de onafhankelijkheid van de voormalige kolonie Nederlands-Indië (verder hier: Indië). Er waren zeer veel doden gevallen, zowel aan Indonesische (150.000) als aan Nederlandse zijde (5.000).

Koloniaal rijk

Het is tegenwoordig moeilijk je voor te stellen dat Nederland aan het begin van de twintigste eeuw een groot koloniaal rijk was. Er lagen kolonies in de ‘West’ (Suriname en de Nederlandse Antillen) en in de ‘Oost’, waar het ‘Rijk van Insulinde’ of de ‘Gordel van Smaragd’ lag. Het uitgestrekte Indonesië bestaat uit zo’n 18.000 eilanden, waarvan eenderde bewoond is. Vanaf eind zestiende eeuw waren er Nederlanders actief geweest in de regio, eerst om handel in specerijen te drijven vanuit kustplaatsen. Later kwam daar de exploitatie bij van koffie, tabak, thee, suiker en rubber. Die gewassen werden verbouwd op plantages onder leiding van Nederlanders. Daarom kwam er een koloniaal bestuur en werden de hoofdeilanden ontsloten door wegen en spoorwegen. In 1830 werd het zogeheten cultuurstelsel ingevoerd, waarbij de bevolking een aanzienlijk deel van zijn grond voor de Nederlandse markt moest bebouwen. Over de uitwassen van dit stelsel schreef Eduard Douwes Dekker (Multatuli) zijn Max  Havelaar (1860).

Onderwijs

Eind negentiende, begin twintigste eeuw werd Indië langzamerhand bevolkt met Nederlandse ambtenaren, planters en militairen. Die hadden hun gezinnen bij zich of stichtten er daar een. Voor deze kinderen werden scholen gesticht; er waren aparte lagere scholen voor gekleurde en voor ‘Europese’ kinderen. De middelbare school stond ook open voor ‘inlandse’ kinderen. Zij konden eventueel daarna een studie volgen aan de Technische Hogeschool in Bandung of aan een universiteit in Nederland. De latere president Sukarno volgde in Bandung een opleiding tot ingenieur. Waarschijnlijk mede door dit onderwijs ontstond er in de twintigste eeuw een sterke nationalistische stroming in Indonesië. Pramoedya Ananta Toer schreef hierover het ook in Nederland bekende  Aarde  der  mensen (1981).

Streven naar zelfstandigheid

De aanwezigheid van de Nederlanders leidde al aan het begin van de negentiende eeuw tot gewapend verzet onder de bevolking. Zo was er de Java-oorlog (1825-1830), onder aanvoering van de vrijheidsstrijder Diponegoro. Hella Haasse schreef over hem het toneelstuk Schaken  met  Diponegoro (1977). Berucht is de Atjeh-oorlog, die pas begin twintigste eeuw in het voordeel van de Nederlanders werd beslecht. In 1927 richtte Sukarno de Indonesische Nationalistische Partij (PNI) op, die streefde naar losmaking van Nederland. Nationalisten en communisten die in de jaren ’20 en ’30 pleitten voor onafhankelijkheid van Indonesië of in opstand kwamen, beschouwde de Nederlandse regering als subversieve elementen. Honderden werden in strafkampen opgesloten. Mohammad Hatta, de latere vice-president, werd geïnterneerd in Boven-Digul en later op Banda.

Tweede Wereldoorlog

Terwijl Nederland zelf al sinds 1940 bezet was door de Duitsers, bleef Nederlands-Indië nog vrij. Met het oprukken van de Japanners in Zuid-Oost Azië moest ook het Koninklijk Nederlands-Indische leger (KNIL) zich overgeven (maart 1942). Nederlandse vrouwen en kinderen werden in vrouwenkampen opgesloten. Nederlandse mannen zaten in aparte kampen en velen werden tot dwangarbeid aan de Birma-spoorweg gedwongen. Daar werden ook tienduizenden Javanen voor ingezet. Desondanks beschouwde de bevolking van Indië de Japanners als een broedervolk dat hen zou bevrijden van de kolonisator. Japan beloofde hen zelfstandigheid. Sukarno werkte actief met de Japanners samen om dit ideaal te verwezenlijken. Slechts twee dagen na de Japanse capitulatie proclameerden Sukarno en Hatta de Republiek Indonesia (17 augustus 1945).

Bersiap (‘Wees paraat’)

Er volgde een verwarrende periode: Indië was bevrijd, maar voor de Nederlanders was het veiliger om in de kampen te blijven. Het Japanse leger werd zelfs verzocht te blijven om hen te beschermen tegen de aanvallen van de vrijheidsstrijders (pemuda’s). Tienduizenden (Indische) Nederlanders werden opnieuw geïnterneerd door de nationalisten. Engelse en KNIL-troepen en Nederlandse oorlogsvrijwilligers brachten de gevangenen naar door Nederlanders gecontroleerd gebied. Commandant Spoor kreeg de opdracht het gezag te herstellen, maar het verzet bleek te sterk. Uiteindelijk werd in november 1946 het akkoord van Linggadjati getekend tussen de Nederlandse regering en de Indonesische vrijheidsbeweging, waarbij Nederland de Indonesische republiek op Java en Sumatra erkende.

‘Politionele acties’

De onderhandelingen over de uitvoering van Linggadjati mislukten volledig. De Nederlandse regering besloot te proberen om Java en Sumatra met hun voor de vaderlandse economie zo belangrijke productie weer in handen te krijgen. Ze lanceerde een politionele actie (juli 1947). ‘Politioneel’ gaf aan dat het ‘orde op zaken stellen’ betrof, ofwel een binnenlandse aangelegenheid. De buitenlandse opvattingen hierover waren anders: dit was een koloniale oorlog. Onder zware druk, vooral van de VS, moest Nederland de strijd staken. Maar de vrijheidsstrijders vochten door. De Nederlandse en KNIL-troepen hadden geen antwoord op hun guerilla-tactiek. In de Renville-overeenkomst (januari 1948), beloofde de Republiek zijn troepen terug te trekken. Weer mislukte de uitvoering en Nederland besloot over te gaan tot een tweede ‘politionele actie’ (december 1948). Het was een groot militair offensief waarin Yogyakarta, de hoofdstad van de Republiek, veroverd werd en Sukarno met zijn regering gevangengenomen. Weer volgde een guerilla en weer was er sterke internationale afkeuring. De VS dreigde Nederland uit te sluiten van de Marshall-hulp en Nederland zag zich gedwongen de oorlogshandelingen te staken in januari 1949. In december datzelfde jaar volgde de souvereniteitsoverdracht.

Relatie Nederland-Indonesië na 1949

Nieuw-Guinea bleef een bron van conflict. Uiteindelijk werd het in 1962 overgedragen aan de VN en na verkiezingen in 1963 aan Indonesië. Het staat nu bekend als de provincie West-Papua.
De opheffing van het KNIL en de soevereiniteit van Indonesië leidden eind jaren ’40, begin jaren ’50 tot de komst van vele duizenden Indische Nederlanders naar Nederland. Onder hen veel Molukkers, die meenden dat de Nederlandse regering hen zou steunen om de Republiek der Zuid-Molukken (RMS, uitgeroepen in 1950) te verwezenlijken, los van de Indonesische republiek. De frustratie bij de tweede generatie Molukkers over het uitblijven van die steun, leidde midden jaren ’70 tot een aantal gijzelingsacties in Drente.
De Nederlandse regering heeft jarenlang uitsluitend de datum van 27 december 1949 willen erkennen als begin van de Indonesische onafhankelijkheid. De laatste jaren komt hier geleidelijk verandering in.

Nu

De dekolonisatie heeft een lange nasleep. Een paar recente voorbeelden. Bij de actie ‘Nederland leest’ werd de novelle Oeroeg (1948) van Hella Haasse ruim verspreid. Oeroeg heeft de onmogelijke vriendschap tussen een Indonesische en een Nederlandse jongen tot onderwerp. Het boek werd onlangs vertaald in het Bahasa Indonesia.
Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot ontving in oktober een hoge Indonesische onderscheiding vanwege ‘zijn inspanningen om Nederland ertoe te brengen de Proclamatie van de Republiek Indonesië op 17 augustus 1945 moreel en politiek te laten erkennen.’
De Nederlandse Staat is in december aangeklaagd door de weduwen van de mannen die in 1947 in het dorp Rawagede door Nederlandse militairen werden gedood. Nederland en Indonesië zijn nog altijd niet los van elkaar.

Literatuur

De in de tekst genoemde letterkundige werken zijn alle in de Koninklijke Bibliotheek aanwezig. Op de KB staan in het paviljoen Koloniaal verleden in de Leeszaal van Nederland vele boeken over het voormalige Nederlands-Indië.

Links