Dit dossier is bijgewerkt tot 10 oktober 2008.

De Britse historicus Jonathan Israel is een specialist in de Nederlandse geschiedenis. Van april tot juni 2007 was hij als fellow verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek.

Nederlands intellectuele geschiedenis

Voor Israel in Nederland bekend werd, had hij naast een honderdtal artikelen al verschillende klassiekers gepubliceerd, waaronder The Dutch Republic and the Hispanic world, 1606-1661 (1982), European jewry in the age of mercantilism, 1550-1750 (1985) en Dutch primacy in world trade, 1585-1740 (1989). Met The Dutch Republic: its rise, greatness and fall, 1477-1806 (1995) was zijn reputatie in Nederland gevestigd. “Dit boek is zonder twijfel voor ten minste een generatie de standaardtekst”, schreef de historicus E.H. Kossmann in de NRC. Veel aandacht wordt in dit boek besteed aan de intellectuele geschiedenis van ons land. Van de Moderne Devotie in de vijftiende eeuw tot en met de politieke ideeën van de patriotten aan het einde van de achttiende eeuw. In een notendop staat hier al wat in zijn latere drieluik over de Verlichting wordt uitgewerkt. De van oorsprong economisch historicus Israel is ervan overtuigd dat historische processen niet alleen uit materiële ontwikkelingen kunnen worden verklaard. Dat doet volgens hem tekort aan de belangrijke rol die ideeën kunnen spelen.

De Verlichting in Europa

In Radical Enlightenment. Philosophy and the making of modernity, 1650-1750, ging Israel terug naar de bronnen. In bibliotheken en archieven diepte hij veel vergeten, maar cruciale publicaties op uit de Europese Verlichting. Zij zijn de neerslag van debatten die tussen 1650 en 1750 in Europa plaatsvonden tussen denkers van verschillende richtingen. Israel toont ermee aan dat de Europese Verlichting niet in Frankrijk is begonnen, maar in het zeventiende-eeuwse Nederland. De Belgische historicus Paul Hazard had al in 1961 op de cruciale rol van de Republiek gewezen. De meeste historici van de ideeëngeschiedenis bleven echter vasthouden aan het achttiende eeuwse Frankrijk en Engeland als bakermat van de Verlichting.

Cartesianisme

Cruciaal in de ontwikkeling van de Europese Verlichting was het Nederlandse cartesianisme. Descartes ontwierp in de Republiek samen met Nederlandse geleerden een mechanistisch wetenschapsprogramma. De toepassing ervan aan de universiteiten hier had verstrekkende gevolgen. Natuurwetenschap was niet langer een kwestie van boekenkennis, maar van rationeel redeneren vanuit de natuurwetten van ‘druk-en-stoot’. In dit rationalisme paste niet meer het geloof in wonderen of in een menselijke god die de (platte) aarde bestiert. Gematigde cartesianen, vertegenwoordigers van de gematigde Verlichting, trachtten het cartesianisme toch te verzoenen met de bijbel. Radicale cartesianen trokken conclusies die het gezag van kerk, koning en christelijke moraal ondermijnden. Hun visie werd bekend als de radicale Verlichting.

Radicale Verlichting

Israel behandelt in Radical Enlightenment de Nederlandse radicale Verlichting. Het waren de cartesianen en spinozisten die in de periode 1650-1750 hun vaak clandestiene werk publiceerden. Israel beschrijft hun geschriften uitvoerig, in relatie tot grote denkers als Spinoza en Bayle. Minutieus belicht hij de reacties vanuit heel Europa op hun werk, en de felle debatten die over hun werken in veel landen werden gevoerd, soms tot diep in de achttiende eeuw. Het ging toen over de gebroeders De La Court, Franciscus van den Enden, de gebroeders Koerbagh, Lodewijk Meyer, Abraham Cuffeler, Petrus van Balen, Johannes Duijkerius, Johannes Bredenburg, Adriaen Beverland, Anthonie van Dale, Frederik van Leenhof, Bernard Mandeville en Balthasar Bekker.

Een 'nieuw' concept

Veel radicalen raakten in hun kring geïsoleerd, werden gevangengezet of zelfs ter dood veroordeeld. Hun ideeën bleken waardevol tijdens de Franse Revolutie, omdat ze het juiste antwoord vormden op de problemen waar het in de Verlichting om draaide. Israel stelt dat Spinoza de sleutelfiguur was van de radicale Verlichting, omdat hij als eerste de noodzaak van vrijheid, gelijkheid en democratie zag voortvloeien uit een consequent naturalisme. Deze conclusies stonden haaks op de traditie van het Ancien Régime, met zijn vrijheidsbeperkende ongelijke behandeling, staatsgodsdienst en censuur. Spinoza’s werk werd direct bij verschijnen verboden en hij was tot diep in de achttiende eeuw de bonte hond in Europa.

Onderzoek naar de Verlichting

In 2006 publiceerde Israel Enlightenment contested. Philosophy, modernity, and the emancipation of man, 1670-1752. In dit vervolg op Radical Enlightenment krijgt de opkomende Franse Verlichting veel aandacht, van de gematigde Voltaire tot de radicale La Mettrie en Diderot. In zijn onderzoeksperiode bij de Koninklijke Bibliotheek in 2007 verzamelde Israel materiaal voor zijn derde boek over de Verlichting. Dit zal onder andere gaan over het Nederlands radicaal denken in de periode tot 1820. Hiervoor onderzocht hij de collectie zeldzame zeventiende en achttiende eeuwse drukken, de omvangrijke collectie pamfletten en de collectie Spinoza en de Nederlandse spinozisten.

Betrokkenheid

Jonathan Israel mengt zich in het publieke debat. In een tv-interview (2008) met Max Pam kreeg hij aan de hand van televisiefragmenten enkele kwesties voorgelegd: de grootste Nederlander Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, prinses Máxima en cabaretier Teeuwen. Israel vond sommige fragmenten fascinerend omdat je die verder nergens zag. Hij constateerde dat er in Nederland een sfeer was ontstaan, waarin mensen het vrije woord gebruiken voor lukrake beledigingen. Dit is volgens hem niet de taal van de Verlichting. Verlichte kritiek is rationeel en oplossingsgericht. Deze vorm van tolerantie is als eerste in Nederland ontwikkeld en vormt een van de pijlers van de Nederlandse identiteit. Israel hoopt dat de geschiedenis ervan voor de Nederlander gaat leven en dat het historisch besef deel gaat uitmaken van het maatschappelijke debat.

Meermalen onderscheiden

Israel ontving in 2008 de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap, toegekend door de KNAW voor zijn nieuwe visie op de Verlichting. Israel kreeg al eerder prijzen. In 2001 de American Historical Association’s Leo Gershoy Prize, in 1992 werd hij Fellow van de British Academy, in 2004 lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Daarnaast ontving hij verschillende eredoctoraten: in 2003 van de Universiteit van Amsterdam, in 2005 van de Universiteit van Antwerpen en in 2006 van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

De lezing "In strijd met Spinoza" die Jonathan Israel op 21 juni 2007 gaf in de KB is op deze website te beluisteren. Tevens is de tekstuitgave te bestellen.

Literatuur

Links

Verwijzingen