Dit dossier is bijgewerkt tot 30  juni  2009

Na de relatief recente financiële crises van 1987 (de grote koersval) en 2001 (de internetzeepbel) stagneert de wereldeconomie opnieuw door de kredietcrisis van 2008. Nederland ging eerder gebukt onder een wereldwijde economische recessie.

Nederland in de jaren dertig

Nederland worstelde 75 jaar geleden met de langdurige gevolgen van de economische crisis die op 24 oktober 1929 – black  Thursday op Wall Street - was begonnen. Wie in 1934 in Nederland geen werk had, kreeg een uitkering van ca. ƒ 9,30 per week. Dat was net iets meer dan de helft van het inkomen van een werkende. Daarvan konden slechts de meest noodzakelijke levensbehoeften worden betaald. Bovendien waren de controles op uitkeringstrekkers uiterst streng, net zoals de voorwaarden om voor een uitkering in aanmerking te komen. Dat betekende voor enkele honderdduizenden werklozen en hun gezinnen bittere armoe.

Steunverlaging

De toenmalige regering-Colijn voerde een strikt bezuinigingsbeleid om de begroting in evenwicht te houden. De regering besloot te snijden in de uitgaven voor ambtenarensalarissen, onderwijs en de uitkeringen voor werklozen. Per 1 juli 1934 werd daarom de zogenaamde werklozensteun met ongeveer ƒ 1,50 verlaagd. Deze pijnlijke ingreep leidde in het toch al geruime tijd onrustige Amsterdam tot onlusten bij stempellokalen en uitbetalingskantoren. Het communistische dagblad De  Tribune riep op tot ‘de strijd tegen de steunroof’.

Oproer in Amsterdam

Het Werkloozen Strijd Comité, een orgaan van de Communistische Partij, belegde op 4 juli 1934 in het gebouw De Harmonie aan de Rozengracht een bijeenkomst tegen de steunverlaging. De geplaagde werklozen besloten om na afloop op straat hun onvrede verder te uiten. Een gelijktijdig geplande bijeenkomst van de NSB in de Indische Buurt ging vanwege het overlijden van Prins Hendrik niet door. Tegenstanders van de NSB hadden zich ook verzameld. Zij richtten hun protesten nu ook op de verlaging van de werkloosheidsuitkering. Ook zij trokken al demonstrerend door de buurt. De politie trachtte de orde te handhaven, maar kreeg te maken met ongekend verzet. De demonstranten bekogelden de politie met stenen en dakpannen; de politie schoot met scherp en trok de sabel.

Oproer in meer wijken

Ook in de Indische Buurt, de Spaarndammerbuurt en Amsterdam-Noord onstonden onlusten. De strijd werd harder. Op 5 juli viel de eerste dode: op de Lindengracht kreeg een demonstrant een kogel in het hoofd. Relschoppers haalden bruggen op of poogden ze in brand te steken. Er werden winkels geplunderd en barricades opgeworpen. Het leger moest er zelfs aan te pas komen.
De  Tribune, die uitgebreid verslag van de gebeurtenissen deed, moest het ongelden: de persen worden onklaar gemaakt. Het harde optreden van de overheid had uiteindelijk resultaat. Op maandag 9 juli was het oproer voorbij. Er waren zes doden - waaronder een marechaussee - en tientallen gewonden gevallen. De politie arresteerde ruim honderd mensen.

Gevolgen

Had het Jordaanoproer uiteindelijk wat opgeleverd? Afgezien van nieuwe geasfalteerde straten voor de wijk, waardoor stenen gooien lastig werd, vrijwel niets. De steunverlaging werd niet teruggedraaid, want de regering bleef vasthouden aan de bezuinigingspolitiek. Herstel van de economie liet echter op zich wachten en de crisis zou nog jaren duren.

Elders in Nederland

Al kreeg het oproer nergens de omvang en intensiteit als in de Jordaan, toch liet de rest van het land zich niet onbetuigd. In Rotterdam ontstonden opstootjes, vooral in de wijk Crooswijk. Ook hier werden politie en militairen met stenen bekogeld. In steden als Den Haag en Enschede waren protestbijeenkomsten. De rellen en protesten hielden echter niet lang aan en de meeste werklozen traden toe tot de ’Bond der Geruischlozen’, zoals de in de Jordaan woonachtige H.M. van Randwijk  het verwoordde.

Herdenking

Elk jaar worden op 4 juli op de Noordermarkt in de Jordaan de gebeurtenissen van 1934 herdacht. De aanwezigen leggen bloemen bij het monument voor het Jordaanoproer, getiteld ‘Eenheid de sterkste keten’, gemaakt door Sophie Hupkens. Er wordt gesproken en gezongen over het oproer. Zoals het strijdlied Opgeschoten  jongens  van  de straat van Jef Last:

Men noemt ons opgeschoten jongens in de kranten,
Wij zijn de schrik der nette burgerij.
De wereld doemde ons tot lanterfanten,
Want d'arbeid had voor ons geen plaatsje vrij.

Boeken over het Jordaanoproer in de KB

Zie daarvoor de literatuurlijst met een aantal titels die de KB bezit. In de Leeszaal van Nederland zijn bij de sectie Nederland Algemeen diverse werken over de geschiedenis van Amsterdam te vinden. (Rubriek NL 24 D 6300 e.v.) In de sectie Nederland van 1800 tot 1940 staan boeken over de emancipatie en ontwikkeling van de Nederlandse arbeidersklasse. (Rubrieken NL 64 A en NL 64 H)

Literatuur

Websites over de Jordaan en het Jordaanoproer