Dit dossier is bijgewerkt tot 17 september 2010
In de nacht van 19 februari 2010 viel het vierde kabinet-Balkenende vanwege een conflict over de terugtrekking van Nederlands troepen uit Uruzgan. Geen enkel kabinet-Balkenende had een regeringsperiode uitgediend.
Verkiezingen in 2002
Op 15 mei 2002 werden Tweede Kamerverkiezingen gehouden. Het politieke klimaat werd toen geheel beheerst door de negen dagen eerder vermoorde Pim Fortuyn. ‘Zijn’ partij (LPF, Lijst Pim Fortuyn) behaalde 26 zetels en werd daarmee in één klap de tweede partij. Als grootste partij mocht het CDA gaan formeren. De nieuwe en nog vrij onbekende CDA-voorman Jan Peter Balkenende stelde met LPF en VVD een regeringsploeg samen, die in juli 2002 werd beëdigd.
Kabinet van korte duur
Vanaf het begin bleek de nieuwe LPF geen stabiele partner in het politieke bedrijf. Er waren voortdurend functiewisselingen -een LPF-staatssecretaris die acht uur na de installatie al moest opstappen- en interne conflicten. Toen half oktober 2002 twee LPF-ministers hun portefeuilles ter beschikking stelden, lieten CDA en VVD weten er geen heil meer in te zien. De premier bood de Koningin het ontslag aan van het hele kabinet.
Verkiezingen 2003
In januari 2003 waren er dus weer Tweede Kamerverkiezingen. Veiligheid, islam en immigratie waren daarbij belangrijke politieke thema’s. Het CDA bleef de grootste partij, maar de LPF verloor tweederde van zijn aanhang: het Fortuyn-effect was uitgewerkt. Na drie maanden kon Balkenende zijn tweede kabinet presenteren, bestaande uit CDA, VVD en D66. Het kabinet ging vanaf eind mei 2003 aan de slag en bezuinigde flink op de sociale zekerheid. In de loop van 2006 voerde het een nieuw zorgstelsel in, iets waarover al jaren gesproken werd.
Personele wisselingen
Minister van Buitenlandse zaken De Hoop Scheffer (CDA) werd tijdens deze kabinetsperiode secretaris-generaal van de NAVO, minister Bot vogde hem op. Staatssecretaris van OCW Nijs (VVD) trad af in 2004 en werd opgevolgd door Rutte. Rutte trad zelf af in 2006 omdat hij politiek leider van de VVD werd. Minister van Binnenlandse zaken De Graaff (D66) stapte op toen de Eerste Kamer een grondwetswijziging voor een rechtstreeks gekozen burgemeester, een typisch D66-kroonjuweel, had tegengehouden.
Europa en einde Balkenende II
Op 1 mei 2005 sprak Nederland zich als tweede land uit tegen een Europese grondwet. De premier had zich al foldertjes uitdelend zelf voor deze grondwet ingezet. In juni 2006 viel Balkenende II uiteindelijk over onduidelijkheid omtrent het Nederlanderschap van VVD-kamerlid Hirsi Ali. Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie zegde toe dit te laten onderzoeken. Na een Kamerdebat over deze zaak besloten de D66-ministers uit het kabinet te stappen; op 30 juni diende Balkenende het ontslag van de D66-ministers in.
Balkenende III
Het derde kabinet-Balkenende was een romp- of minderheidskabinet, met ministers van CDA en VVD. Het had als taak de nieuwe rijksbegroting op te stellen en Tweede Kamerverkiezingen uit te schrijven. Vanaf begin juli 2006 kwam dit kabinet aan het bewind. Tijdens de kabinetsperiode traden de ministers Donner en Dekker af naar aanleiding van het vernietigende rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol, die in oktober 2005 had plaatsgevonden.
Verkiezingen 2006 en Balkenende IV
Bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2006 werd het CDA weer de grootste partij. Na een formatie van drie maanden vormden CDA, PvdA en ChristenUnie (CU) het kabinet-Balkenende IV. Het motto van dit kabinet luidde ‘samen werken, samen leven’. De eerste drie maanden besteedde het kabinet aan een rondgang door het land om te vernemen wat daarin omging. Grote thema’s die deze bewindsploeg behandelde waren de achterstandswijken -in de wandeling de ‘Vogelaarswijken’ genoemd-, de verlenging van de missie in Uruzgan en de versoepeling van het ontslagrecht. Minister Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie (PvdA) moest aftreden omdat haar partij geen vertrouwen meer in haar had, onder andere door enkele ongelukkige uitlatingen in de pers.
Economische crisis
Nederland kreeg met een economische recessie te maken in het najaar van 2008, toen de kredietcrisis uit de Verenigde Staten overwaaide naar Europa. De regering steunde enkele grote Nederlandse banken met miljarden euro’s om hen voor omvallen te behoeden. Een van de andere voorgestelde maatregelen was het verhogen van de AOW-leeftijd naar 67 jaar.
In januari 2010 verscheen een rapport met kritische opmerkingen over de Nederlandse rol in het starten van de Irakoorlog in 2003. De premier stelde aanvankelijk dat deze kritiek hem niet raakte, maar moest dat later terugnemen.
Februari 2010
Begin 2010 kwam de terugtrekking van Nederlandse troepen uit Uruzgan in 2010 aan de orde, waartoe het kabinet eerder al had besloten. Het CDA liet doorschemeren er eventueel langer te willen blijven. Tijdens een Kamerdebat over deze kwestie hield de PvdA vast aan het besluit om in 2010 de militaire missie in Uruzgan te beëindigen. Het kabinet kwam er niet uit en de PvdA-ministers boden op 20 februari hun ontslag aan. Opnieuw leidde de premier een rompkabinet tot de volgende verkiezingen.
Juni 2010
Na de val van het kabinet maakte het CDA onmiddellijk bekend dat Balkenende weer lijsttrekker zou zijn. Binnen de partij klonken kritische geluiden en er bestond twijfel of hij hiervoor nog wel de juiste man was. Balkenende ging niettemin gewoon campagnevoeren en nam deel aan lijsttrekkersdebatten. De verkiezingsuitslag op 9 juni 2010 bezorgde het CDA zoveel zetels verlies, dat de partij in grootte ver achterbleef bij VVD en PvdA. Diezelfde avond meldde Balkenende per direct terug te treden als politiek leider van het CDA.