Het landgoed
In maart 2009 zijn de deuren van de Keukenhof voor de zestigste maal voor het publiek opengegaan. Vele honderdduizenden bezoekers uit binnen- en buitenland komen er van de bloemenpracht en –geuren genieten.
Oorspronkelijk had deze buitenplaats een andere functie. De regio van de Keukenhof is als landgoed in verschillende handen geweest. Op dit landgoed bevond zich een kruidentuin en het was een jachtgebied voor allerlei kleinwild. Kruiden en geschoten wild gingen richting de keuken van de Hollandse gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) en dat verklaart de naam. Jacoba is nog altijd het ‘symbool’ van de Keukenhof.
In de eerste helft van de zeventiende eeuw werd pas het kasteel Keukenhof gebouwd.
Bloemenkwekers en goede aarde
De streek tussen Den Haag en Haarlem staat bekend als de Bollenstreek.Vanaf 1650 werden er duinen afgegraven voor de zandwinning ten behoeve van de stedenbouw. Op de zand- en veengronden in die streek bleken bloembollen goed te gedijen. In de loop van de 19e eeuw begonnen telers en exporteurs serieus met de bloembollenindustrie. Dat leverde voor de regio een bron van inkomsten en werkgelegenheid op.
Bloembollen naar Nederland
Molens, klompen, kaas en tulpen gelden als typisch Hollandse symbolen. Tulpen uit Amsterdam klonk het vijftig jaar geleden. Maar zo Nederlands zijn tulpen eigenlijk niet, want ze zijn in de zestiende eeuw geïmporteerd vanuit het Midden-Oosten. Ook hyacinthen werden toen in de Lage Landen geïntroduceerd. In dit verband mogen de namen van De Busbecq (1522-1592) en Clusius (1526-1609) niet ontbreken. Zij waren degenen die deze uitheemse bloemensoorten naar de Nederlanden hebben gebracht. Dat leidde zelfs tot een ware ‘tulpomanie’. Nadien heeft Nederland zich de tulp toegeëigend en volop ingezet bij allerlei vormen van Holland-promotie.
Lees meer: Tulpomanie
De Stichting Keukenhof
In 1949 namen tien bollenkwekers en -exporteurs het initiatief tot de oprichting van de Stichting Keukenhof. De bedoeling was een ‘etalage’ voor de bloembollen in te richten. Een jaar later ging het tentoonstellingsterrein vlakbij Lisse open. De tuin rondom kasteel Keukenhof bleek een ideale locatie, want het was meteen een succes. In 1950 kwamen er meer dan tweehonderdduizend bezoekers. Blijkbaar waren Nederlanders net na de Tweede Wereldoorlog in een tijd van wederopbouw wel toe aan wat afleiding.
Inmiddels is de Keukenhof een van de belangrijkste toeristische attracties en hotels, horeca en vervoersbedrijven profiteren van de vele bezoekers.
Keukenhof: cijfers en beroemdheden
In dit kroonjaar zullen zo’n achthonderdduizend bezoekers naar de Keukenhof komen. Meer dan de helft van die bezoekers komt uit het buitenland, vooral uit Amerika en Azië. Zij kunnen op zesduizend vierkante meter meer dan zevenhonderd soorten bloemen zien. Circa zeven miljoen tulpenbollen worden aangeleverd door zo’n honderd inzenders.
Sinds 1950 heeft de Keukenhof beroemde gasten mogen verwelkomen, waaronder Eisenhower, Jimmy Carter, Hillary Clinton en leden van buitenlandse vorstenhuizen. De leden van het Nederlandse Koninklijk Huis hebben uiteraard niet ontbroken. Koningin Juliana en koningin Beatrix verrichtten verschillende keren de openingshandeling voor de Keukenhoftentoonstelling. Prinsessen en prinsen waren meer dan eens te gast.
Publicaties in de KB
De Koninklijke Bibliotheek bezit een aantal moderne boeken over de Keukenhof en over de bollenstreek. Die zijn via de catalogus te vinden.
Eerder werd de Tulpomanie genoemd. De handel in tulpen raakte in een financiële crisis in de jaren 1636 en 1637. Waren de bollen voor die tijd al prijzig, in die twee jaren rezen de prijzen de pan uit. Het verhaal gaat dat er uiteindelijk voor een enkele bol van de Semper Augustus-tulp meer betaald werd dan voor een grachtenpand.
De KB-collectie bevat een aantal pamfletten uit de jaren 1636 en 1637 over de tulpomanie, zoals de Samen-spraeck, tusschen VVaermondt ende Gaergoedt, nopende de opkomste endeondergangh van Flora, waarin de gekte uitgebreid beschreven wordt. Van de beroemde prent van Floraes gecks-kap (oorspronkelijk uit 1640) bezit de KB een herdruk uit 1720.