Vijftig jaar geleden droeg Nederland het bestuur over Nederlands Nieuw-Guinea over aan de Verenigde Naties. Zo kwam er een einde aan een onrustige periode die dreigde te escaleren in een oorlog met Indonesië. En hiermee eindigde ook de Nederlandse aanwezigheid in Zuid-Oost Azië die sinds eind zestiende eeuw had geduurd.
Indonesië zelfstandig zonder Nieuw-Guinea
Op 27 december 1949 tekende koningin Juliana in het Paleis op de Dam het document waarin de soevereiniteit over Indonesië werd overgedragen aan de Republikeinse regering, met uitzondering van Nieuw-Guinea. Hoewel Indonesië Nieuw-Guinea als onvervreemdbaar onderdeel van het Indonesische eilandenrijk zag, wilde Nederland dit buiten de overdracht houden. Na een jaar zou er een beslissing genomen worden. Omdat er tussen Indonesië en Nederland een groot verschil van opvattingen was over de status van Nieuw-Guinea, werd de Commissie Nieuw-Guinea (Irian) ingesteld. De commissie zou met een rapport komen dat de beslissing kon ondersteunen. Toen het rapport in 1950 verscheen, bleek het te bestaan uit een Nederlands en een Indonesisch deel. Men had elkaar niet kunnen vinden.
Nieuw-Guinea
Nieuw-Guinea (Papua) is in grootte het tweede eiland ter wereld, behoort tot de Melanesische eilandengroep en ligt ten noorden van Australië. In de tijd dat de VOC handelsposten op Indische eilanden vestigde, ‘viel’ het enorme eiland onder de sultan van Ternate. In de eerste eeuwen van Nederlandse kolonisatie werd er aan het immense eiland weinig tot geen aandacht geschonken. Het werd beschouwd als ongeschikt voor bewoning door Europeanen: het was vrijwel geheel bedekt met ondoordringbaar tropisch regenwoud, had een moordend klimaat met veel malaria en werd bewoond door koppensnellers. Er viel daar niets te verbouwen wat de Nederlanders konden verhandelen. Van de enorme bodemschatten was men niet op de hoogte. Wel hadden al enkele weternschappelijke en militaire expedities plaatsgevonden, en haalde men er de fraaie veren van de paradijsvogels vandaan.
Nederlandse belangstelling
In de verslagen van de Tweede Kamer duikt de naam Nieuw-Guinea pas in de tweede helft van de negentiende eeuw op. Zo lezen we in 1853: “(…) welke bedoelingen de Regering ten aanzien van Nieuw-Guinea heeft, en of (…) de noodige voorzorgen genomen zijn, om de eenmaal daar verkregen soevereiniteits-regten (…) te handhaven.” Dat was toen dus niet duidelijk: er bevond zich geen enkel Nederlands steunpunt op het eiland.
Nederland vestigde eind negentiende, begin twintigste eeuw de eerste bestuursposten op het westelijke deel van Nieuw-Guinea, ook om de oprukkende Britten en Duitsers die het oosten van het eiland beheersten, in hun opmars te stuiten. Sindsdien bestond het eiland uit een oostelijk –Brits/Duits, later Australisch– en westelijk, Nederlands deel.
Opvoeding van de bevolking?
Van de inheemse bevolking trok de regering zich al heel weinig aan; in een artikel in het Algemeen Handelsblad van augustus 1849 wordt gesproken over de ‘lage trap van beschaving’ waarop de ‘Papoe-Negers’ staan en lezen we “Moet hun tegenwoordige toestand worden toegeschreven aan de weinige vatbaarheid voor beschaving (…) of het achterblijven van alle pogingen, door Nederlanders tot hunne beschaving aangewend?”
De eerste en voorlopig enige pogingen van ‘opvoeding tot beschaving’ kwamen van de rooms-katholieke missie (zuiden) en protestantse zending (noorden). De brengers van de christelijke boodschap bivakkeerden voornamelijk langs de kusten van het eiland; ook de bestuursposten beperkten zich aanvankelijk tot de kusten.
Verbanningsoord
Wie het comfortabele leven in Nederlands-Indië gewend was, zag uitzending naar een post op Nieuw-Guinea als een straf, een verbanning. Toch waren er zeker bestuursambtenaren die gek genoeg waren om daar te werken onder heel primitieve omstandigheden. Anthony van Kampen schreef bijvoorbeeld over de legendarische bestuursambtenaar De Bruyn, alias Jungle Pimpernel. Naar onze smaak nu wat te jongensboekachtig genoteerd, maar de bewondering was zeker niet onterecht. De boeken van F. Springer beschrijven uit de eerste hand hoe het was om onder mensen die nog in het stenen tijdperk leken te leven, te werken.
Dat nam niet weg dat de Nederlandse regering zelf Nieuw-Guinea als verbanningsoord gebruikte: in een kamp in Boven-Digoel (zuidkust) werden Indonesische nationalisten onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten. Dat de nationalistische geest juist daar over hen vaardig werd, zal niet de bedoeling geweest zijn
Jaren ’50
Hoewel de Nederlandse regering al in de dertiger jaren meer belangstelling voor het grote eiland ontwikkelde, stortte ze zich pas na de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië werkelijk op de ontwikkeling van Nieuw-Guinea en de Papoea’s. Meer bestuursambtenaren, politieagenten, militairen kwamen naar NNG, maar ook meer onderwijzers en landbouwspecialisten. Het idee van volksopvoeding en van zelfbeschikkingsrecht voor de Papoea’s kwam in het licht van de geschiedenis enigszins uit de lucht vallen. Maar het werd stevig omarmd: de Papoea’s zouden zich zelf mogen uitspreken over hun toekomst, en die zou zeker niet bij Indonesië liggen. Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns was de verpersoonlijking van dit standpunt.
In Indonesië werd deze houding met argwaan bekeken. Opeens was er geen sprake meer van een definitieve beslissing over Nieuw-Guinea, er werd helemaal niet meer over gerept. Voor de Indonesische president Soekarno vormde de overdracht van Nieuw-Guinea jarenlang een aambeeld waarop hij hamerde, waardoor de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië alleen maar verslechterden.
Escalerend conflict
In de loop van de jaren ’50 moesten alle Nederlanders uit Indonesië vertrekken. Soekarno liet vaak en duidelijk weten, dat hij militair geweld niet zou schuwen om Nieuw-Guinea in bezit te krijgen. Dit was voor de Nederlandse regering aanleiding om geleidelijk meer troepen naar Nieuw-Guinea te verplaatsen, en begin 1960 ook steeds meer dienstplichtige militairen naar het eiland te sturen. In De Balenkraai doet Aad Nuis verslag van de omstandigheden waaronder deze dienstplichtigen hun werk moesten doen, en wat de infiltratie door Indonesische militairen in de praktijk betekende.
Diplomatieke oplossing
Begin 1962 leek een werkelijke oorlog met Indonesië op handen. In 1961 hadden de Papoea’s een eigen vlag en een eigen volkslied gekregen, er was inmiddels een aantal goed opgeleide Papoea’s die voorzichtig politiek van zich lieten horen – binnen Nieuw-Guinea, maar ook bij de Verenigde Naties. Zelfbeschikking was hun wens. Soekarno kon dit niet tolereren, minister Luns bleef echter steeds hopen dat de VS Nederland zou steunen. Bobby Kennedy liet duidelijk weten daar niets voor te voelen: Indonesië was groot en Nederland was klein, dus Indonesië was belangrijker. De VS waren bang dat Indonesië communistisch zou worden; de Sovjet-Unie stuurde namelijk wapens en vliegtuigen naar Indonesië en de oorlogsdreiging nam toe.
Soekarno bereidde een grote invasie van Nieuw-Guinea voor, die Nederland waarschijnlijk niet had kunnen afslaan.
Uiteindelijk werd op het nippertje het compromis gesloten: Nederland droeg op 15 augustus 1962 het bestuur over Nieuw-Guinea over aan de VN. In 1963 werd het bestuur ‘tijdelijk’ opgedragen aan Indonesië, waarna in 1970 de definitieve inlijving volgde.
Papoea’s nu
In 1962-63 kwamen enige honderden Papoea’s naar Nederland. Een veel kleinere groep dan de Molukkers die eind jaren ’40, begin jaren ’50 naar Nederland kwamen. De Papoea’s waren echter even teleurgesteld in de Nederlandse regering als de Molukkers. Dit heeft nooit tot gewelddadigheden geleid. De hoop op zelfbestuur hebben ze echter nooit opgegeven. Nu en dan komen er wat berichten in de pers over moeilijkheden of opstootjes op West-Papua. Deze worden altijd onderdrukt. In de loop der jaren is de bevolking van dit deel van het eiland vertienvoudigd. Papoea’s maken minder dan 10% daarvan uit.
Literatuur
De in de tekst genoemde publicaties zijn alle in de Koninklijke Bibliotheek aanwezig. De titels vormen slechts een selectie uit het aanbod; via de catalogus kunt u veel meer titels over Nieuw-Guinea vinden.
Links
Een selectie uit websites waar u informatie over Nieuw-Guinea kunt vinden