Dit dossier is bijgewerkt tot 31 mei 2010
‘Den Haag krijgt M van Koolhaas’, stond in de NRC van 15 februari 2010. Daarmee werd een eventueel nieuw bouwwerk van architect Rem Koolhaas bedoeld. ‘En weer krijgt de skyline van Den Haag er een markant gebouw bij,’ begon het artikel hoopvol. Dat dit gebouw, een 93 meter hoog ontwerp in de vorm van een ‘M’ op het plein voor het Centraal Station, na enige onzekerheid toch gebouwd gaat worden, moet voor de architect een opluchting zijn.
Daar is de architect aan gewend. ‘Slechts één ontwerp op vier wordt uitgevoerd. Als architect kies je zelden, je wordt gevraagd. Je hebt geen idee hoe oneconomisch het vak is en hoe de hele idee van een prijsvraag een soort permanente, onzichtbare uitputtingsslag is,’ zei hij in een interview met de Campuskrant van de Universiteit van Leuven naar aanleiding van de uitreiking van zijn eredoctoraat aldaar. ‘Een open wonde van niet gebruikte, tot in het detail uitgewerkte gedachtes waarvan je alleen kunt hopen dat er ideeën bij zaten die ergens anders nog werkbaar zijn. In ons geval werkt dat echter zelden.’
Scenarioschrijver, journalist, architect
Remment Lucas Koolhaas werd op 17 november 1944 geboren te Rotterdam, als zoon van de schrijver en filmcriticus Anton Koolhaas. Na zijn eindexamen bezocht Koolhaas de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam. Hij maakte experimentele films, schreef scenario’s en werkte een tijdje als journalist voor de Haagse Post. In 1968, 24 jaar oud, koos hij alsnog voor het beroep van architect. Een late roeping misschien, maar zelf heeft hij het nooit als een breuk met zijn verleden ervaren: ‘Als scenarist beschrijf je wat er gebeurt, als architect organiseer je dat ruimtelijk. Het is volledig complementair en ik heb architectuur nooit als een belangrijke verandering in mijn leven gezien.’ Tot en met 1972 studeerde hij aan de Architecturaal Association School (AA) in Londen. In datzelfde jaar vertrok hij met een beurs naar Amerika, waar hij aan de Cornell University studeerde en vervolgens als visiting fellow verbonden was aan het Institute for Architecture and Urban Studies in New York.
Theorie
In 1975 richtten Koolhaas en zijn vrouw, de kunstenares Madelon Vriesendorp, en Elia en Zoe Zenghelis in Londen het Office for Metropolitan Architecture (OMA) op. Aanvankelijk trok OMA de aandacht met lezingen, publicaties, discussies en revolutionaire prijsvraagontwerpen, zoals de uitbreiding van de Tweede Kamer in Den Haag uit 1978, alle nooit uitgevoerde ontwerpen.
In 1978 verscheen Delirious New York, a retroactive manifesto, een klassiek geworden boek waarin Koolhaas een interpretatie achteraf geeft van de mechanismen die de ontwikkeling van Manhattan hebben gestuurd en die een strategie bieden voor de architectuur van metropolen. In 1995 publiceerde Koolhaas met de Canadese grafisch ontwerper Bruce Mau een ander beroemd geworden boek: Small, medium, large, extra-large, waarin hij terugblikt op zijn werk en zijn visie geeft op de hedendaagse samenleving, architectuur en stedenbouw.
Praktijk
Het eerste grootschalige project waarmee OMA echt doorbrak was het Nederlands Danstheater in Den Haag (1987); het eerste theater ter wereld speciaal ontworpen voor dans. Daarna volgden in 1992 de Kunsthal in Rotterdam, in 1997 het Educatorium in Utrecht en in 2004 het Souterrain, de tramtunnel met parkeergarages in Den Haag. De internationale doorbraak van Koolhaas kwam met de megastadsuitbreiding van Lille, Euralille, en het aldaar gebouwde congrescentrum Grand Palais (1994). Daarna volgden het Guggenheim Hermitage Museum in Las Vegas (2001), de winkel van Prada in New York (2001), de Nederlandse Ambassade in Berlijn (2004), de Public Library in Seattle (2004) en het Casa da Música in Porto (2005).
Prijzen
In 2000 kreeg Koolhaas als eerste Nederlander de Pritzker Architectuurprijs, een soort Nobelprijs voor architectuur. Naar aanleiding daarvan noemde The New York Times hem de invloedrijkste architect van zijn generatie. Een andere prestigieuze prijs die hem ten deel viel was de in 2004 toegekende Royal Gold Medal van RIBA (Royal Institute of British Architects) voor zijn gehele oeuvre.
Een gevaarlijk beroep
Werden typische OMA-gebouwen aanvankelijk gekenmerkt door gewelfde daken, hellende vloeren en de vermenging van dure en goedkope materialen, inmiddels is een OMA-gebouw daarmee alleen niet meer te karakteriseren. Het gaat bij OMA tegenwoordig niet om individuele gebouwen, maar om visionaire masterplannen, om grootschalige, opzienbarende multifunctionele structuren. De megagebouwen overal ter wereld zijn steden op zichzelf geworden. Bijvoorbeeld het hoofdkantoor van de Central Chinese Television (CCTV) in Beijing, een 234 meter hoge toren bestaande uit twee poten met een dwarsverbinding in de top.
Ondanks alle roem en talloze opdrachten blijft Koolhaas zich bewust van de grenzen van zijn werk. ‘Architectuur,’ zo zei hij ooit, ‘is een gevaarlijk beroep, omdat het een giftig mengsel is van onmacht en almacht, in die zin dat de architect vrijwel onveranderlijk megalomane dromen koestert die alleen met hulp van anderen, en onder bepaalde voorwaarden, opgelegd en gerealiseerd kunnen worden.’
Basis in Rotterdam
OMA’s hoofdkantoor, sinds 1980 gevestigd in Rotterdam, heeft een staf van circa 220 medewerkers. In dit kantoor bevindt zich ook het eind jaren negentig opgerichte AMO, een denktank die zich bezighoudt met thema’s buiten de strikte grenzen van de architectuur zoals media, duurzaamheid, politieke en sociale structuren, techniek, mode en grafisch design en die zowel in nieuwe als bestaande ontwerpen kunnen worden toegepast.
Bij de literatuur staat een aantal boeken van en over Koolhaas genoemd, die alle in het bezit van de KB zijn.