Dit dossier is bijgewerkt tot 6  april  2010

Essayist Rudy Kousbroek is zondag 4 april 2010 overleden op tachtigjarige leeftijd. Kousbroek werd wel eens de laatste ‘uomo universale’ van Nederland genoemd. Hij studeerde wis- en natuurkunde, maar bewoog zich ook op de terreinen van de poëzie, de literatuur en de kunst. Als één van de weinigen wist hij de kloof tussen de alfa- en de bètawereld te dichten. Dat deed hij vooral in zijn veelgeprezen essays, waarvoor hij de P.C. Hooftprijs kreeg. In zijn essays behandelde hij een zeer breed scala aan onderwerpen, waarbij hij ook de confrontatie niet schuwde. Hij was een fel bestrijder van geloof en irrationaliteit.

Braak

Rudy Kousbroek werd in 1929 geboren op Sumatra. Na de oorlog verliet hij met zijn familie Indië voor Amsterdam. Daar bezocht hij het Lyceum, waar hij Remco Campert leerde kennen. Samen richtten zij 1950 het tijdschrift  Braak op. Daarmee bevond Kousbroek zich opeens in het hart van de beweging van de ‘Vijftigers’. Hij publiceerde in 1953 zelf ook een dichtbundel: Begrafenis  van  een  keerkring. Toch voelde hij zich tussen de Vijftigers een beetje een buitenstaander. Hij studeerde bijvoorbeeld wis- en natuurkunde, een interessegebied dat hij met niet veel Vijftigers deelde. Later studeerde hij ook nog Japans in Parijs.

Anathema’s

Na zijn studie richtte Kousbroek zich meer op de essayistiek dan op de poëzie. Zijn artikelen in onder meer Vrij  Nederland en het Algemeen  Handelsblad trokken steeds meer de aandacht. In 1969 verscheen de eerste verzameling van zijn essays onder de titel Anathema’s  1. De bundel verraste door de uiteenlopende onderwerpen. Kousbroek behandelde bijvoorbeeld de correlatie tussen de aard van cartoons in een bepaald land en de aanwezigheid van Chinese restaurants. Daarmee legde hij een merkwaardig verschil bloot tussen noordelijke landen als Nederland en zuidelijke landen als Spanje. En zo behandelde hij nog veel meer onderwerpen die meestal door niemand anders werden opgemerkt. Vlak voor Kousbroeks dood verscheen het laatste, negende deel van de Anathema’s onder de titel Restjes.

Uomo universale

Een aspect dat telkens terugkeert in essays van Kousbroek is de relatie tussen mens en machine Zo schreef hij bijvoorbeeld veel over auto’s. Over auto’s en andere machines correspondeerde hij met W.F. Hermans, ook schrijver en bètawetenschapper. Kousbroek was één van de weinige auteurs die zowel de wereld van de natuurwetenschappen als die van de cultuur kenden. Hij nam daardoor in het Nederlandse intellectuele landschap een spilpositie in en werd soms wel de laatste ‘uomo universale’ genoemd. Zijn interessegebied was ongekend breed. In 1975 werd Kousbroeks essayistische werk bekroond met de P.C. Hooftprijs.

Oostindisch kampsyndroom

Tijdens de oorlog werden Kousbroek en zijn familie door de Japanse bezetter geïnterneerd. Hij wekte later de woede van andere overlevenden van de Jappenkampen door de ellende daarvan behoorlijk te relativeren. Persoonlijk vond Kousbroek het jeugdinternaat dat hij moest bezoeken veel erger. In 1992 bundelde hij zijn artikelen over Indië in Het  Oostindisch  kampsyndroom. Een felle polemiek voerde hij met Jeroen Brouwers. Kousbroek vond dat Brouwers zich in zijn roman Bezonken rood uit 1981 schuldig maakte aan overdrijving en vertekening van het leven in de kampen.

Avondrood der magiërs

Andere polemieken vocht Kousbroek uit met vertegenwoordigers van diverse religies en esoterische bewegingen. In 1970 verscheen zijn bundel Het  avondrood  der  magiërs. Terwijl onder de invloed van de sixties hele massa’s zich stortten op Indiase goeroes en new age, hekelde Kousbroek de opmars van dit moderne bijgeloof en vergeleek hij het met het obscure denken uit de middeleeuwen. ‘Kennis gaat boven geloof’, was één Kousbroeks bekende uitspraken. En in één van zijn laatste interviews zei hij: ‘Ik heb de pest aan godsdiensten, ze zijn op z’n gunstigst tijdverspilling, en meestal bron van dood en verderf.’

Aaibaarheidsfactor

In 2006 deed Kousbroek nog van zich spreken als lijstduwer van de Partij voor de Dieren. Kousbroek was wel teleurgesteld toen bleek dat lijstrekker Marianne Thieme tot de kerk van de zevendagsadventisten behoorde. Dieren komen vaak voor in Kousbroeks essays. In 1969 publiceerde hij De  Aaibaarheidsfactor, over de wijze waarop mensen naar dieren kijken. En in 2009 publiceerde hij nog Medereizigers :  over  de  liefde  tussen  mensen  en  dieren.

Rudy Kousbroek is tweemaal getrouwd geweest. Zijn eerste huwelijk was met schrijfster Ethel Portnoy. Na de scheiding van Portnoy trouwde Kousbroek met sinologe Sarah Hart.
De Koninklijke Bibliotheek heeft nagenoeg alle werken van Kousbroek in haar bezit. Die zijn alle via de catalogus te vinden.

     

Literatuur

Links